2008 - 77 (4)

Volume 77 (2008), nr. 4

77 (4) 269-271

Titel: 
Moleculaire diagnostiek van infectieziekten bij gezelschapsvogels en reptielen
Auteur(s): 
A. MARTEL, F. PASMANS
Samenvatting: 
Geen samenvatting
Volledige tekst: 
pp 269-271
Permanente vorming

77 (4) 264-268

Titel: 
Infectieuze discospondylitis ter hoogte van de staartwervels bij een volwassen draver
Auteur(s): 
M. OOSTERLINCK, F. PILLE, F. GASTHUYS, J. H. SAUNDERS
Samenvatting: 
Een zesjarige Franse draverhengst werd aangeboden in de kliniek Heelkunde van de Faculteit Diergeneeskundete Merelbeke (UGent) omwille van acute pijn en zwelling ter hoogte van de staartbasis zonder bekende traumatischeoorzaak. Op het radiografisch onderzoek werden verschillende halfcirkelvormige en korrelvormige radiolucentezones aangetoond ter hoogte van de epifysen van aangrenzende staartwervels, indicatief voor infectieuze dis cospondylitis.De klinische symptomen verdwenen volledig na 7 weken antibioticumbehandeling met trimethoprim -sulfonamide. Het paard kon zijn sportieve carrière voortzetten. Op de radiografische controle één jaar later warenslechts milde overblijvende onregelmatigheden zichtbaar ter hoogte van de epifysen van de wervellichamen, zonderovervloedige nieuwbeenvorming noch duidelijke persisterende radiolucente zones.
Volledige tekst: 
pp 264-268
Casuïstiek(en)

77 (4) 259-263

Titel: 
Leptospirose bij honden: een retrospectieve studie van zeven klinische gevallen in België
Auteur(s): 
A. CLAUS, I. VAN DE MAELE, F. PASMANS, K. GOMMEREN, S. DAMINET
Samenvatting: 
Recente informatie aangaande klinische leptospirose in Europa is schaars in vergelijking met de informatie overdeze ziekte in de Verenigde Staten en enkele andere landen. Een retrospectieve studie van zeven klinische gevallenvan honden gediagnosticeerd met leptospirose op basis van een MAT (Microscopic Agglutination Test), serologie ofeen autopsie bij de vakgroep Medische en Klinische Biologie van de Kleine Huisdieren, Universiteit Gent, tussenjanuari 2003 en oktober 2005 wordt beschreven. Alle honden vertoonden aspecifieke klinische tekenen ten gevolgevan een acute nierinsufficiëntie, met of zonder tekenen van leverinsufficiëntie en/of bloedingsneiging. Van de driehonden waarbij een MAT werd uitgevoerd, was de hoogste antistoftiter versus Leptospira serogroep Pomona (n=2)en Javanica (n=1). Elke patiënt met klinische tekenen en laboratoriumafwijkingen die wijzen op acute nierinsufficiëntiezonder gekende oorzaak dient behandeld te worden met penicillinederivaten totdat specifieke testresultatenleptospirose bevestigen of uitsluiten.
Volledige tekst: 
pp 259-263
Casuïstiek(en)

77 (4) 256-258

Titel: 
Pneumonie geassocieerd met Morganella morganii subsp. morganii bij een Belgisch Witblauw kalf
Auteur(s): 
H. MOYAERT, F. PASMANS, G. VERCAUTEREN, T. GEURDEN, A. DECOSTERE, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Een multiresistente Morganella morganii subsp. morganii stam werd in reincultuur geïsoleerd uit pneumonieletselsbij een drie weken oud Belgisch Witblauw kalf. Het dier was afkomstig van een bedrijf dat kampte metchronische diarree, ademhalingsproblemen en een verhoogde mortaliteit bij 1 tot 3 weken oude dieren. Bij het kalfin kwestie werden ook hoge aantallen Clostridium perfringens geïsoleerd uit het jejunum en werd een Giardia-infectiegediagnosticeerd. Bovendien wezen de autopsiebevindingen en het histologisch onderzoek op nutritionelespierdystrofie. M. morganii is een opportunistische pathogeen die vooral geassocieerd wordt met postoperatieve infectiesen ziekenhuisinfecties bij immunodeficiënte individuen.
Volledige tekst: 
pp 256-258
Casuïstiek(en)

77 (4) 248-255

Titel: 
Vergelijkende aspecten van longtoxiciteit door cytostatica met de nadruk op lomustine en een diergeneeskundig casereport
Auteur(s): 
S.A.E. VAN MEERVENNE, J.P. DE VOS, V. BAVEGEMS
Samenvatting: 
Het gebruik van lomustine, behorende tot de nitrosourea’s, neemt toe in de veterinaire oncologie. Dierenartsendienen zich bewust te zijn van de longtoxiciteit van dit medicijn.Door het gebrek aan diergeneeskundige bronnen worden het voorkomen en de pathofysiologie van de longtoxiciteitbij humane kankerpatiënten, veroorzaakt door cytostatica in het algemeen en door nitrosourea’s in het bijzonder,besproken. Drie klinische syndromen worden beschreven, waarvan interstitiële pneumonie resulterend inlongfibrose de meeste consequenties voor de patiënt heeft. De verstoring van de homeostase van de oxidant/antioxidant-,immunologische, ‘matrix repair’- en proteolytische systemen en het centrale zenuwstelsel zijn verantwoordelijkvoor de longschade bij humane patiënten. Risicofactoren, zoals cumulatieve dosis, leeftijd, bestraling,zuurstoftoediening en multidrugprotocollen worden vermeld.Voor het eerst in de diergeneeskunde wordt een case report van een hond met longfibrose, die waarschijnlijkveroorzaakt is door een langdurig lomustinegebruik, beschreven.
Volledige tekst: 
pp 248-255
Overzichtsartikel met casuïstiek

77 (4) 238-247

Titel: 
Staartbijtgedrag bij vleesvarkens: prevalentie, pathogenese, symptomen, predisponerende factoren, preventie en behandeling
Auteur(s): 
B. DRIESSEN, D. SMULDERS, T. PARMENTIER, J. VAN THIELEN, R. GEERS
Samenvatting: 
Al een aantal jaren staat de rentabiliteit van de vleesvarkenssector onder druk. Toch zijn er nogmogelijkheden om de kostprijs van het Belgische varkensvlees te verlagen en tevens de kwaliteit te verbeteren.Staartbijten staat bekend als een belangrijk economisch en welzijnsprobleem in de huidigevleesvarkenshouderij. Zowel staart- als oorbijten kan negatieve implicaties hebben voor de varkens. In deintensieve varkenshouderij werden gedurende de laatste decennia biggen preventief gecoupeerd. Dedoeltreffendheid van deze maatregel werd in verscheidene studies in vraag gesteld. Vooraleer alternatieven aante bieden voor deze handeling, is het belangrijk om de nog niet volledig gekende pathogenese en depredisponerende factoren van het staartbijtgedrag te bestuderen. Genetica, geslacht, voedersamenstelling,leeftijd en gewicht, seizoen, stalklimaat, gezondheidsstatus, oppervlakte per big, huisvesting en hokverrijking,en dierkarakter kunnen een rol spelen in de prevalentie van staartbijtgedrag bij vleesvarkens in deopfokperiode.
Volledige tekst: 
pp 238-247
Overzichtsartikel(en)

77 (4) 227-237

Titel: 
Dystrofinedeficiëntie bij hond en kat
Auteur(s): 
A.-S. VERHAEGHE, I. VAN SOENS, S. BHATTI, L. VAN HAM
Samenvatting: 
X-gebonden dystrofinedeficiëntie is een erfelijke spierdystrofie die bij de mens, de muis, de hond en de katbeschreven is. De verschillende diersoorten worden als diermodel voor de humane variant gebruikt. Hun belanguit zich voornamelijk in het onderzoek naar toekomstige therapeutische mogelijkheden.Het voorkomen, de klinische kenmerken, de etiologische diagnose en de therapeutische mogelijkhedenvan dystrofinedeficiëntie bij hond en kat worden uitgebreid beschreven.
Volledige tekst: 
pp 227-237
Overzichtsartikel(en)

77 (4) 219-226

Titel: 
Toepassingsmogelijkheden van stamcellen in de diergeneeskunde
Auteur(s): 
E. VAN HAVER, C. DE SCHAUWER, T. RIJSSELAERE, E. MEYER, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
Stamcellen (SC) kunnen opgesplitst worden in embryonale en adulte stamcellen. Embryonale stamcellenzijn per definitie afkomstig uit een embryo en kunnen toti- of pluripotent zijn, terwijl adulte stamcellen vooraluit navelstrengbloed, perifeer bloed en beenmerg gewonnen worden. Adulte stamcellen kunnen multi- of unipotentzijn.Het gebruik van stamcellen in de diergeneeskunde betreft een relatief nieuw en onontgonnen domein inde wetenschap. Dit overzicht biedt een algemeen beeld van de mogelijke farmacologische en therapeutischetoepassingen in de diergeneeskunde inzake stamceltherapie, voornamelijk gebaseerd op studies uit de humanegeneeskunde. Stamcellen kunnen in de diergeneeskunde een rol spelen bij de bestrijding van tumoren,in de regeneratie van organen na weefselschade, bij auto-immuunziekten, leverziekten, neurologische aandoeningen,sfincterincontinentie en hemofilie.
Volledige tekst: 
pp 219-226
Overzichtsartikel(en)

77 (4) 207-218

Titel: 
De metabole adaptatiemechanismen bij hoogproductieve melkkoeien
Auteur(s): 
P. BOSSAERT, J. LEROY, S. COOLS, H. VAN LOO, A. DE KRUIF, G. OPSOMER
Samenvatting: 
Het hoge productieniveau in de melkveehouderij gaat gepaard met een verhoogd risico op productieziekten,zoals leververvetting en ketonemie. Dit risico vloeit voort uit metabole aanpassingen aan de lactatie,waardoor de koe energetisch gezien op het scherp van de snede loopt.De hoge melkproductie is slechts mogelijk door de uier absolute prioriteit te geven voor de opname vanglucose. Het energieverbruik voor het onderhoud en de lactatie in de eerste lactatieweken overstijgt de energieopnamevia het voeder, waardoor de koe in een negatieve energiebalans verkeert. Op korte tijd gebeureningrijpende metabole veranderingen gestuurd door een lage insulineconcentratie en een verlaagde weefselgevoeligheidvoor insuline. Daardoor daalt in de perifere weefsels het verbruik van glucose, dat voorbehoudenwordt voor de melkklier, en worden er lichaamsreserves afgebroken om het energietekort te compenseren.De lever vervult een sleutelfunctie in deze adaptatieprocessen door grote hoeveelheden aangeboden voedingsenafbraakproducten om te zetten in glucose en alternatieve brandstoffen.
Volledige tekst: 
pp 207-218
Thema