81 (3) pp 158-167

Titel: 
Induction of parturition in the sow
Auteur(s): 
R. DECALUWE, G.P.J. JANSSENS, I. DECLERCK, A. DE KRUIF, D. MAES
Samenvatting: 

Partusinductie verhoogt het toezicht tijdens het werpen, waardoor het geboortegetal kan toenemen. Wanneerpartusinductie echter niet correct wordt toegepast, kan dit leiden tot vroeggeboorte. Daarom mag partusinductie pasten vroegste twee dagen vóór de gemiddelde drachtduur van de zeugen op een bedrijf worden uitgevoerd.Voor partusinductie bestaan verschillende protocols, zoals de eenmalige toediening van prostaglandinen, dedubbele toediening van prostaglandinen met zes uur interval (split-dose-techniek) en de combinatie vanprostaglandinen met oxytocine 24 uur later en verschillende toedieningswegen, zoals intramusculaire injectie in denekregio en injectie in de buurt van de vulva. Andere strategieën bestaan maar zijn minder effectief en/of wordenminder frequent gebruikt.Na een eenmalige injectie van prostaglandinen werpt 60% van de zeugen binnen de werkuren (22-32 uur nainjectie). Met de split-dose-techniek of de combinatie van prostaglandinen en oxytocine 24 uur later is dit 80%. Bijincorrect gebruik is oxytocine echter een risicofactor voor asfyxie bij biggen. Het wel of niet toepassen vanpartusinductie en welk protocol het beste wordt gebruikt hangen af van het bedrijf en de wensen van de veehouder.

Volledige tekst: 
pp 158-167
Overzichtsartikel(en)