2013 - 82 (6)

Volume 82 (2013), nr.6

82 (6) pp 370-372

Volledige tekst: 
pp 370-372
Vraag en antwoord

82 (6) pp 363-369

Titel: 
Vaginale cytologie bij de teef: een miskende techniek?
Auteur(s): 
E. Wydooghe, A. Van Soom, T. Rijsselaere
Samenvatting: 
Vaginale cytologie bij de teef is gemakkelijk uit te voeren in de praktijk, de staalname is vrij eenvoudig en het is een relatief goedkope techniek met vele toepassingsmogelijkheden. Doordat de resultaten bovendien snel beschikbaar zijn, kan het praktijkdierenartsen helpen bij het beoordelen en het opvolgen van het cyclusstadium van een teef. Vaginale cytologie kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden, zoals het voorspellen van het exacte partustijdstip, het bevestigen van een (ongewenste) dekking en het vaststellen van vaginitis, verlengde loopsheid, ovarieel restsyndroom, problemen post partum of vaginale neoplasie. Het optimale moment van dekking of inseminatie kan niet met vaginale cytologie bepaald worden en dient te worden uitgevoerd door middel van vaginoscopie en/of progesteronbepaling. 
Volledige tekst: 
pp 363-369
Permanente vorming

82 (6) pp 356-362

Titel: 
Beoordeling van twee essentiële elementen van BVDV-controle op geselecteerde Vlaamse melk- en vleesveebedrijven
Auteur(s): 
J. Laureyns, R. Booth , S. Sarrazin, P. Deprez, D. Pfeiffer, J. Dewulf, S. De Vliegher
Samenvatting: 
Het boviene virale diarreevirus (BVDV) is wereldwijd een van de meest belangrijke ziekteverwekkende virussen bij rundvee. Het virus is ook endemisch aanwezig in België. Omdat infectie met BVDV moeilijk te herkennen is aan de hand van de klinische verschijnselen alleen, is monitoring met behulp van diagnostische testen noodzakelijk om de aanwezigheid van het virus op een rundveebedrijf aan te tonen. Vaccinatie op zich is ontoereikend om BVDV uit te roeien. Een succesvolle controle vereist een combinatie van verschillende maatregelen. Aan de hand van een vragenlijst werd het BVDV-beleid op 241 geselecteerde Vlaamse rundveebedrijven onderzocht en dit leverde enkele opvallende resultaten op. Bij de meerderheid van de bedrijven was de BVDV-status niet bekend (63%) en slechts 23% van de bedrijven gebruikte een monitoringprogramma. Verder bleek dat zeven op tien veehouders (71%) voor vaccinatie kozen om BVDV te bestrijden zonder kennis te hebben van hun huidige BVDV-status. 
Volledige tekst: 
pp 356-362
Voor de praktijk

82 (6) pp 350-355

Titel: 
Gebruik van buccale-eilandflaptechniek van angularis oris voor de reconstructie van een terugkerend gehemeltedefect bij een kat
Auteur(s): 
J. Defoor, T. Bosmans, M. Doom, I. Schwarzkopf, H. de Rooster
Samenvatting: 
Een zeven maanden oude, mannelijke, gecastreerde Europese korthaar werd aangeboden omwille van een terugkerend gespleten gehemelte, dat eerder door de eigen dierenarts reeds tweemaal chirurgisch gecorrigeerd werd. Voor de derde correctie werd gebruik gemaakt van een faryngeale overlappende flap maar opnieuw trad dehiscentie op. Uiteindelijk werd de buccaleflaptechniek van de angularis oris, zoals die beschreven is bij de hond, gebruikt. De flap kon zonder spanning over het defect gebracht worden en een goede vascularisatie was zichtbaar gedurende de hele procedure. Omwille van de opgetreden zwelling van de intraorale weefsels op het einde van de ingreep werd intraveneus dexamethasone toegediend. Bijna onmiddellijk na deze injectie kreeg de kat een cardiorespiratoire stilstand en overleed kort daarna. 
Volledige tekst: 
pp 350-355
Casuïstiek(en)

82 (6) pp 345-349

Titel: 
Perforerende dermatitis bij een kat
Auteur(s): 
N. Jongmans, S. Vandenabeele, J. Declercq
Samenvatting: 
Een 8,5 maanden oude, gecastreerde kater werd aangeboden met een jeukend lineair letsel aan de rechterachterpoot dat zich uitstrekte van caudomediaal van de tarsus tot ventraal van de staartbasis. Het letsel bestond uit multipele, dikke, conische, geelbruine korsten en alopecie. Op een afdrukpreparaat waren talrijke eosinofielen en enkele mastcellen zichtbaar. Het histopathologisch onderzoek van huidbiopten toonde het typische beeld van perforerende dermatitis met verticaal georiënteerde collageenvezels en eosinofiele dermatitis. Een behandeling met dexamethason gaf lichte verbetering. Wanneer dexamethason gecombineerd werd met een topicale mometasontherapie verdwenen de letsels volledig. 
Volledige tekst: 
pp 345-349
Casuïstiek(en)

82 (6) pp 337-344

Titel: 
Neonatale iso-erytrolyse bij de kat
Auteur(s): 
F. Snoeck, T. Rijsselaere, A. Van Soom
Samenvatting: 
Neonatale iso-erytrolyse bij kittens kan enkel voorkomen wanneer de moederpoes bloedgroep B en de kater bloedgroep A of AB heeft. De eerste 24 uur na de geboorte is de darmbarrière bij een kitten open, waardoor na het zuigen antistoffen uit het colostrum in de bloedbaan kunnen opgenomen worden. Een kitten met bloedgroep A neemt anti-A-antistoffen op, waardoor zijn eigen erytrocyten vernietigd worden. Bij symptomen, zoals anemie, hemoglobinurie en icterus, is een bloedtransfusie vaak noodzakelijk. Toch blijft het sterftepercentage heel hoog en is preventie uitermate belangrijk. Daarom dient de bloedgroep van risicorassen steeds vóór het fokken te worden bepaald. Het is af te raden om te fokken met een moederpoes met bloedgroep B en een kater met bloedgroep A of AB. Indien dit wel gebeurt, dient men de kittens 24 uur weg te halen bij de moederpoes, ze te voeden met kunstmelk en subcutaan of oraal serum van een goed geïmmuniseerde poes met bloedgroep A toe te dienen.
Volledige tekst: 
pp 337-344
Overzichtsartikel(en)

82 (6) pp 327-336

Titel: 
Toepassingen van mesenchymale stamcellen bij het paard: huidige stand van zaken
Auteur(s): 
C. De Schauwer, E. Meyer, G. Van de Walle, A. Van Soom
Samenvatting: 
Mesenchymale stamcellen (MSC) zijn adulte stamcellen met een beperkte differentiatiecapaciteit. Deze cellen kunnen therapeutisch aangewend worden om weefselregeneratie te stimuleren, vorming van littekenweefsel te voorkomen, immuunresponsen te moduleren en ontstekingsprocessen te reguleren. Binnen de diergeneeskunde worden MSC bij het paard voornamelijk gebruikt voor orthopedische toepassingen, hoewel ze ook een rol zouden kunnen spelen in de behandeling van verschillende niet-orthopedische letsels, zoals allerhande immuungemedieerde, ischemische, inflammatoire en neurologische aandoeningen. De efficiëntie van MSC-therapie kan beïnvloed worden door de gebruikte dosis en de manier en het tijdstip van toedienen. Tevens zijn er voor- en nadelen verbonden aan het gebruik van autologe ten opzichte van allogene MSC. Het gebruik van MSC bij paarden biedt immens veel mogelijkheden maar meer fundamenteel onderzoek en goed opgebouwde klinische trials zijn nodig zodat het potentieel van equine MSC ten volle kan geëvalueerd worden en equine MSC-gebaseerde therapieën kunnen geoptimaliseerd worden.
Volledige tekst: 
pp 327-336
Overzichtsartikel(en)

82 (6) pp 319-326

Titel: 
Nieuwe ontwikkelingen van een oude aandoening: mastitis onder de loep - Deel 2 - Praktijkgevallen en conclusies
Auteur(s): 
Y.H. Schukken, R.N. Zadoks, S. Piepers, S. De Vliegher
Samenvatting: 
Mastitis is een aandoening die al lange tijd bij melkvee van groot belang is. Toch zijn er in de loop der jaren veel veranderingen opgetreden in het inzicht in de epidemiologie en pathobiologie van deze aandoening. In dit artikel worden drie casestudies besproken, waarbij enkele recente ontwikkelingen in de aandoening naar voren komen. De casestudies zijn gebaseerd op gegevens afkomstig van melkveebedrijven in de VS waar gegevens van de mastitisuitbraken nauwkeurig verzameld werden. De resultaten uit zowel het literatuuroverzicht als de casestudies worden besproken en de belangrijkste conclusies worden geformuleerd.
Volledige tekst: 
pp 319-326
Thema: Mastitis onder de loep