Origine(e)l(e) artikel(en)

Nederlands

80 (2) pp 147-154

Titel: 
Beschrijving van een ongewoon grote uitbraak van zenuwstoornissen veroorzaakt door het equiene herpesvirus 1 (EHV1) in 2009 in België
Auteur(s): 
A. GRYSPEERDT, A. VANDEKERCKHOVE, J. VAN DOORSSELAERE, G. R. VAN DE WALLE, H. J. NAUWYNCK
Samenvatting: 
Zenuwstoornissen veroorzaakt door neuropathogene stammen van EHV1 worden met stijgende frequentiewaargenomen. In de paardenindustrie van de Verenigde Staten is bezorgdheid geuit omtrent het feit dat de prevalentievan de neurologische vorm van EHV1, evenals de morbiditeit en mortaliteit, aan het toenemen zijn. Uitbraken vandoor EHV1-geïnduceerde abortus worden in België jaarlijks waargenomen, maar uitbraken van equiene herpesmyelitis (EHM) zijn zeldzaam. In dit artikel wordt een ongewoon grote uitbraak van EHV1-geïnduceerde EHMbeschreven, waarbij tenminste 13 bedrijven betrokken waren. Zeven van hen werden in meer detail onderzocht enwerden in voorliggend onderzoek ingesloten. Er werd een morbiditeit gezien van 26%, met een EHM-incidentie van43% bij de aangetaste paarden. De uitbraak werd gekarakteriseerd door het snel optreden van ataxie en paralyseonmiddellijk na het verdwijnen van de koorts. EHV1 werd gediagnosticeerd door middel van virusisolatie en/ofseroconversie. Het geïsoleerde virus werd geclassificeerd als neuropathogeen en behorende tot groep 4 na sequeneringin de ORF30- en ORF68-regio respectievelijk.De omvang van deze uitbraak en het hoge percentage neurologische ziekte, samen met het feit dat EHM slechtssporadisch wordt gezien in België, kunnen erop wijzen dat de neurologische vorm van EHV1 ook in opmars is inBelgië.
Volledige tekst: 
pp 147-154
Origine(e)l(e) artikel(en)

80 (6) pp 387-394

Titel: 
Acute sterfte bij het rund: autopsieprotocol en retrospectieve studie
Auteur(s): 
E. VANNESTE, P. WEYENS, B. PARDON, K. CHIERS
Samenvatting: 
Wanneer een ogenschijnlijk gezond dier binnen de 24 uur na het optreden van de eerste ziektesymptomensterft, spreekt men van acute sterfte. In de literatuur worden diverse oorzaken van acute sterfte beschreven.Onder praktijkomstandigheden is het bevestigen van de oorzaak van acute sterfte aan de hand vanlijkschouwing dikwijls een moeilijke opgave. Voor verzekeringsaangelegenheden of in geval vanbedrijfsproblemen is een exacte diagnose nochtans noodzakelijk. In dit artikel wordt een praktischbenaderingsprotocol voor acute sterfte bij rundvee beschreven. Dit protocol werd opgesteld aan de hand vaneen literatuurstudie en een retrospectieve analyse van 124 lijkschouwingen van acuut gestorven runderen inVlaanderen. De meest frequente doodsoorzaken waren enterotoxemie (23,7%) gevolgd door acute pneumonie(9,3%) en intoxicatie door Taxus baccata (6,8%).
Volledige tekst: 
pp 387-394
Origine(e)l(e) artikel(en)

80 (6) pp 379-386

Titel: 
Bepaling van occult bloed in de mest van paarden
Auteur(s): 
N. VAN DER VEKENS, P. DEPREZ
Samenvatting: 
In de humane geneeskunde wordt er frequent gebruik gemaakt van zowel chemische als immunochemischetestkits voor het opsporen van fecaal occult bloed. Bij het paard is daarover weinig bekend. Daarom werd inde voorliggende studie de bruikbaarheid van de chemische Hemoccult SENSA-test bij het paard geëvalueerd.Uit de studie bleek dat deze testkit een goede sensitiviteit en specificiteit heeft voor het opsporen van distaleintestinale bloedingen bij paarden op stalrantsoen. Bij paarden met weidebeloop gaf de test te veel valspositieveresultaten. Dit was waarschijnlijk te wijten aan de aanwezigheid van plantenperoxidasen in het dieet. Dezevalspositieve resultaten konden, in tegenstelling tot bij het humane testprotocol, niet geëlimineerd wordendoor de testkaart op een later tijdstip te ontwikkelen. De specificiteit van de test kon daarentegen verhoogdworden door de analyse uit te voeren nadat de dieren minstens vier dagen werden opgestald. De detectielimietvan de Hemoccult SENSA-test ligt lager bij het paard dan bij de mens. In de voorliggende studie kon tot 1%bloedverlies in de mest opgespoord worden. Dit komt overeen met 120 ml bloedverlies per dag.
Volledige tekst: 
pp 379-386
Origine(e)l(e) artikel(en)

81 (2) pp 81-87

Titel: 
A distemper outbreak in beech martens (Martes foina) in Flanders
Auteur(s): 
P. TAVERNIER, K. BAERT, M. VAN DE BILDT, T. KUIKEN, A. CAY, S. MAES, S. ROELS, J. GOUWY, K. VAN DEN BERGE
Samenvatting: 
Voor het eerst werd een uitbraak van hondenziekte waargenomen bij steenmarters (Martes foina) in het oostelijkdeel van Vlaanderen. De klinische en pathologische bevindingen waren gelijklopend met andere uitbraken beschrevenbij marterachtigen in Europa. Door middel van reverse transcriptase polymerase chain reaction werdmorbillivirus RNA gedetecteerd in een orgaanhomogenaat geïnoculeerd op Vero.DogSLAM-cellen. Het virus werdgesequeneerd en geïdentificeerd als een hondenziektevirusstam, honderd procent identiek aan een eerder geïsoleerdvirus uit een marter uit Duitsland. Na een periode van quasi afwezigheid van steenmarters in Vlaanderen door intensevervolging is hun populatiedichtheid in de laatste decennia beduidend toegenomen. Hoewel de onderliggendemechanismen van de waargenomen populatieveranderingen onduidelijk zijn, wijzen onze bevindingen op een spreidingvan hondenziektevirus vanuit centraal Europa volgend op dispersie van steenmarters. Verdere spreiding zou eennegatieve impact kunnen hebben voor de sterk bedreigde boommarter (Martes martes) en de teruglopende bunzing(Mustela putorius) populatie in Vlaanderen.
Volledige tekst: 
pp 81-87
Origine(e)l(e) artikel(en)

81 (4) pp 205-210

Titel: 
The use of tylvalosin (Aivlosin®) in the successful elimination of swine dysentery on a farrow-to-finish herd
Auteur(s): 
P. VYT, L. VANDEPITTE, A. DEREU, M. ROOZEN
Samenvatting: 
Varkensdysenterie veroorzaakt ernstige economische verliezen op aangetaste bedrijven. De eliminatie vanhet oorzakelijk agens, Brachyspira hyodysenteriae, wordt problematisch als er resistentie is tegenover pleuromutilinen.In deze studie wordt het gebruik van tylvalosine (Aivlosin®) geëvalueerd voor de eliminatie vandysenterie op een gesloten bedrijf. Daarnaast worden de technische parameters en het antibioticumgebruikvergeleken vóór en na de eliminatie.Op een gemengd bedrijf met 200 zeugen en 1500 vleesvarkens met een chronisch dysenterieprobleemwas het geïsoleerde B. hyodysenteriae-isolaat resistent tegenover pleuromutilinen en gevoelig voor tylvalosine(minimum inhibitorische concentratie, MIC, 2 μg/ml). Naast een grondige knaagdierbestrijding en striktehygiëne werden de zeugen dagelijks gedurende vier weken behandeld met 4,25 mg/kg LG tylvalosine. Eénweek na aanvang van de behandeling werden de dieren gewassen en in een gereinigde stal gehuisvest. Biggengeboren uit de aldus behandelde en gewassen zeugen werden als niet-besmet beschouwd en gescheidengehouden van de oudere biggen en vleesvarkens. Via maandelijkse staalnamen van zeugen en vleesvarkenswerd het resultaat van het eliminatieprotocol opgevolgd.Na de behandeling werden geen klinische symptomen waargenomen bij de zeugen of bij de biggen geborenna de behandeling. De meststalen bleven negatief op PCR voor B. hyodysenteriae gedurende veertienmaanden na het einde van de behandeling en ook nadien werden geen klinische symptomen meer vastgesteld.De voederconversie verbeterde met 12%, de mortaliteit bij de vleesvarkens daalde met 37% en de medicatiekostvan antibiotica op het ganse bedrijf daalde met 71% .Uit de gegevens van deze studie kan besloten worden dat de eliminatie van dysenterie op gesloten bedrijvenmogelijk is door het gebruik van tylvalosine (Aivlosin®) in combinatie met een grondige knaagdierbestijdingen een goede hygiëne. Verder wordt in deze studie de grote invloed van dysenterie op de technischeparameters en de medicatiekost gedocumenteerd door de gegevens vóór en na het uitvoeren van heteliminatieprotocol te vergelijken. Veranderingen in het management kunnen echter eveneens deze parametersbeïnvloeden.
Volledige tekst: 
pp 205-210
Origine(e)l(e) artikel(en)

81 (6) pp 341-351

Titel: 
Canine lymphoma: a retrospective study (2009 – 2010)
Auteur(s): 
F. MORTIER, S. DAMINET, S. VANDENABEELE, I. VAN DE MAELE
Samenvatting: 
Het medisch dossier van 56 honden met een cytologische en/of histologische diagnose van lymfoomgesteld tussen 1 januari 2009 en 31 december 2010 werd bestudeerd. De meeste honden waren vanmiddelbare leeftijd of ouder en hadden multicentrisch lymfoom (n=36). De meerderheid van de hondenbevond zich in stage III tot V (n=55) en in substage b (n=43). Hematologie, serumbiochemie, urineanalyse,serumeiwit-elektroforese, thoraxradiografieën en/of abdominale echografie werden uitgevoerd en deresultaten kwamen grotendeels overeen met deze in de literatuur. Bij 80% (n=45) werd een behandelingopgestart. Na de diagnose was de mediane overlevingstijd voor 62% van de honden (n=28) die enkel metprednisolone werd behandeld, 32 dagen (3 – 224 dagen). Voor 24% (n=11) behandeld met chemotherapiewas dit 119 dagen (11 – 273 dagen). Bij de resterende zes behandelde honden (13%) werd demacroscopische tumor verwijderd middels chirurgie. Drie van deze honden werden nadien behandeld metprednisolone. De mediane overlevingstijd van deze zes honden bedroeg 47 dagen (0 – 669 dagen). Van dehonden die met chemotherapie werden behandeld, was de mediane overlevingstijd significant langer danvan de honden die enkel met prednisolone werden behandeld, ondanks het feit dat negatief prognostischefactoren aanwezig waren bij alle honden die chemotherapie ondergingen.
Volledige tekst: 
pp 341-351
Origine(e)l(e) artikel(en)

82 (1) pp 23-30

Titel: 
Assessing heterogeneity of the composition of mare’s milk in Flanders
Auteur(s): 
L. NAERT, B. VANDE VYVERE, G. VERHOEVEN, L. DUCHATEAU, S. DE SMET, F. COOPMAN
Samenvatting: 
In deze studie werd de invloed van het bedrijf, het seizoen en de gezondheid van de dieren op desamenstelling van consumptiemelk afkomstig van merries beoordeeld. Ook de fl uctuaties in de tijdwerden bekeken. Uit de resultaten blijkt dat er op een gegeven tijdstip een signifi cante variatie (p <0,0001) bestaat in vet, vetzuren, eiwit, lactoferrine, lysozyme, lactose en ureum tussen bedrijvenonderling. Op bedrijfsniveau werden er grote signifi cante fl uctuaties in de tijd vastgesteld voor de meestemelkcomponenten (p < 0,01 tot 0,0001). De fl uctuaties tussen de verschillende bedrijven waren beduidendkleiner dan die binnen de bedrijven. Er kan besloten worden dat de samenstelling van paardenmelk weinighomogeen is, zowel tussen de bedrijven op een vast tijdstip als binnen de bedrijven in de loop van het jaar.Er zijn signifi cante aanwijzingen dat seizoen, voeding, uiergezondheid en het niveau van wormbesmettingde samenstelling van deze melk kunnen beïnvloeden.
Volledige tekst: 
pp 23-30
Origine(e)l(e) artikel(en)

82 (1) pp 17-22

Titel: 
De monitoring van maagdarmworm- en leverbotinfecties op Belgische melkveebedrijven met tankmelk ELISA’s: maken we vooruitgang in parasietencontrole?
Auteur(s): 
J. CHARLIER, T. MEYNS, K. SOENEN, J. VERCRUYSSE
Samenvatting: 
Infecties met maagdarmnematoden en leverbot (Fasciola hepatica) zijn een belangrijke oorzaakvan verminderde productiviteit bij herkauwers. In dit artikel worden de resultaten samengevat van eenmonitoringcampagne van helminthinfecties op Belgische melkveebedrijven. In het najaar van 2009 toten met 2011 werden tankmelkstalen verzameld en onderzocht aan de hand van antistof-ELISA’s voorhet bepalen van de mate van blootstelling van de melkveebedrijven aan maagdarmwormen en leverbot.Het aantal deelnemende bedrijven in de campagne steeg van 1216 in 2009 tot 1731 in 2011. Het aantalbedrijven met een hoge mate van blootstelling aan maagdarmwormen vertoonde een signifi cante variatietussen de jaren en bedroeg 67%, 70% en 63% in de drie opeenvolgende jaren. Het aantal bedrijven meteen hoge mate van blootstelling aan F. hepatica bleef stabiel rond 30%. Er waren aanzienlijke regionaleverschillen in de resultaten. De mate van blootstelling aan maagdarmwormen vertoonde een duidelijketoename van het noorden naar het zuiden van het land. De distributie van F. hepatica was geconcentreerdin de provincie West-Vlaanderen, het zuidelijke gedeelte van Oost-Vlaanderen, Henegouwen en hetnoordelijke gedeelte van Luxemburg. Wanneer de resultaten van deze campagne vergeleken worden metde resultaten van soortgelijke enquêtes in de omliggende landen, kan besloten worden dat de Belgischemelkveebedrijven een hoge mate van blootstelling aan maagdarmwormen vertonen. Als men deze matevan blootstelling wilt verlagen, moeten waarschijnlijk aanpassingen in het weidebeheer doorgevoerdworden en meer gebruik gemaakt worden van preventieve ontwormingsschema’s.
Volledige tekst: 
pp 17-22
Origine(e)l(e) artikel(en)

82 (3) pp 125-133

Titel: 
Fowl adenovirus-infecties bij vleeskuikens in België: een overzicht van tien jaar
Auteur(s): 
P. DE HERDT, T. TIMMERMAN, P. DEFOORT, K. LYCKE, R. JASPERS
Samenvatting: 
Tussen mei 2002 en mei 2012 werden bij 38 van 310 zieke Belgische vleeskuikentomen fowl adenovirus (FAdV) infecties gediagnosticeerd. De FAdV-isolaten werden meestal bekomen uit mengstalen van meerdere organen waarin vooral lever, pancreas en bursa aanwezig waren. De FAdV-isolaten behoorden tot de serotypes FAdV 1 (vijf stammen), FAdV 2/11 (dertien stammen), FAdV 3 (één stam), FAdV 5 (acht stammen) en FAdV 8a (vier stammen); zeven isolaten konden niet met zekerheid getypeerd worden. De klinische klachten bij geïnfecteerde groepen bestonden uit groeivertraging, nat strooisel, ademhalingssymptomen en/of manken in respectievelijk 63%, 37%, 26% en 24% van de gevallen. Verhoogde sterfte trad op bij 39% van de tomen. Bij 53% van de geïnfecteerde bedrijven waren de symptomen reeds meerdere productiecycli na elkaar opgetreden. De meest consistent waargenomen letsels waren hepatitis, nefritis, myocarditis, pancreatitis, tracheïtis en proventriculitis. Gelijktijdige infecties met reovirus, infectious bronchitis virus, avian metapneumovirus, infectious bursal disease virus, chicken anemia virus, Escherichia coli, Enterococcus cecorum en/of Eimeria werden waargenomen bij 53% van de tomen, vooral bij de groepen die af te rekenen kregen met verhoogde sterfte. Er werd besloten dat fowl adenovirussen vaak een rol spelen bij ziekte van Belgische vleeskuikens, alleen of in combinatie met andere infectieuze agentia.
Volledige tekst: 
pp 125-133
Origine(e)l(e) artikel(en)

Pagina's