79 (3) 218-226

Titel: 
Het functioneren van de dierenarts binnen de Belgische varkenshouderij: een enquête bij practici
Auteur(s): 
D. MAES, H. VANDER BEKEN, J. DEWULF, S. DE VLIEGHER, F. CASTRYCK, A. DE KRUIF
Samenvatting: 

Via een enquête bij varkenspractici werd getracht een beeld te krijgen van het functioneren van dedierenarts in de huidige Belgische varkenshouderij. De enquête bestond uit 76 vragen die betrekking haddenop de opleiding tot dierenarts, de praktijksituatie en de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding. Drieënveertigpraktijkdierenartsen hebben de enquête ingevuld. Ze hebben gemiddeld 17 jaar praktijkervaring. De meesten(45%) zijn er voorstander van om de huidige opleiding tot dierenarts met het systeem van optievakken tebehouden, een minderheid wil ofwel meer (19%) ofwel minder (36%) differentiatie tijdens de studie. Bijna alledierenartsen (19/20) die na 1997 zijn afgestudeerd, hebben ofwel het optievak varken, pluimvee en konijn,ofwel een keuzevak met betrekking tot het varken gevolgd. Achtenvijftig procent is werkzaam alsonafhankelijk praktijkdierenarts en 42% is als praktijkdierenarts tevens verbonden aan een veevoederbedrijf. Vierenveertig procent werkt in een eenmanspraktijk en 56% in een groepspraktijk. Bijna alle dierenartsenhebben een voltijdse functie en werken gemiddeld 54 uur per week. De respondenten zijn bedrijfsdierenartsop gemiddeld 43 varkensbedrijven. Een goede vakkennis alsook een vlotte sociale omgang worden als debelangrijkste factoren beschouwd voor een succesvolle diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding. Een belangrijkdeel van het inkomen (43%) blijkt te worden gehaald uit de geneesmiddelenverkoop. Vijfentachtig procent vande dierenartsen meldt dat varkenshouders niet bereid zijn te betalen voor deskundig advies. Het opvolgenvan de gezondheidsstatus van de dieren gebeurt het beste door middel van aanvullend onderzoek op het bedrijfen niet in het slachthuis. De praktijksituatie en de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding kunnen volgens eengroot deel van de respondenten op tal van punten (administratie, vergoeding, rol van kwaliteitslabels,medicatie en toezicht op voorschrijfgedrag) verbeterd worden. Zesentachtig procent van de respondentengeeft aan dat ze in hun huidige positie willen blijven. Dit wijst op een grote tevredenheid en toont aan dat dehuidige praktijkdierenartsen hun toekomst binnen de varkenssector hoopvol tegemoetzien.

Volledige tekst: 
pp 218-226
Voor de praktijk