69 (3) 197-206

Titel: 
Epidemiologische bewaking van boviene spongiforme encefalopathie in België in 1998
Auteur(s): 
Saegerman C., Dechamps P., Vanopdenbosch E., Roels S., Petroff K., Dufey J., Van Caenegem G., Devreese D., Varewyck H., De Craemere H., Desmedt I., Cormann A., Torck G., Hallet L., Hamelrijckx M., Leemans M., Vandersanden A., Peharpre D., Brochier B., Costy F., Muller P., Thiry E., Pastoret PP
Samenvatting: 

In 1998 werden 6 runderen tussen de 54 en 71 maanden ouderdom, afkomstig van de provincies West-Vlaanderen (3 gevallen), Oost-Vlaanderen (2 gevallen) en Luik (1 geval), gediagnostiseerd als gevallen van boviene spongiforme encephalopathie (BSE). De hypotheses betreffende de oorsprong van de infectie op zijn de volgende : het optreden van sporadische gevallen zonder duidelijk definieerbare oorzaak; de mogelijke kruiscontaminatie tussen voeder voor monogastrische dieren met daarin dierlijk meel en voeder voor herkauwers waarin geen dierlijk meel is verwerkt en dit tijdens het fabricatieproces, de stockage, het transport of de distributie; het gebruik van dierlijk beendermeel in het voeder voor runderen geproduceerd voor de ban (van kracht vanaf 27/7/1994). Algemeen kan men dus stellen dat in België de aanwezigheid van gecontamineerd diermeel als risicofactor voor BSE niet kan worden uitgesloten. De oorsprong van deze diermelen kon nog niet gedetermineerd worden.

pp 197-206
Voor de praktijk