Casuïstiek(en)

Nederlands

2014 (2) 73-80

Titel: 
Paraganglioma van het ganglion celiacum bij een hond
Auteur(s): 
L. COUTURIER, P. GUILLAUMOT, J. DUBOY, G. GORY
Samenvatting: 
Een tienjarige Franse buldog werd aangeboden voor acuut braken. Echografisch encomputertomografisch onderzoek van de buik gaf een duidelijk beeld van een duidelijk afgelijnde massarond de arteria coeliaca, dicht bij de plaats waar zij uit de aorta ontspringt. Via chirurgie kon de massavolledig weggenomen worden. Histopathologisch onderzoek in combinatie met immunohistochemischonderzoek resulteerde in de diagnose van paraganglioma.
Volledige tekst: 
pp 73-80
Casuïstiek(en)

2014 (2) 66-72

Titel: 
De behandeling van een omvangrijke ribtumor bij een hond
Auteur(s): 
S. DEBEVERE, I. VAN DE MAELE, M. DE RIDDER, T. WAELBERS, I. GIELEN, H. DE ROOSTER, B. VAN GOETHEM
Samenvatting: 
Een twaalf jaar oude Engelse cockerspaniël werd doorverwezen omwille van manken tengevolge van een massa op de rechter cranioventrale thoraxwand. De uitwendig beperkte massableek bij radiografisch onderzoek over een grote intrathoracale component te beschikken. Depatiënt werd gestageerd en op basis van de resultaten van computertomografisch onderzoekwerd chirurgie gepland en de tumor werd en bloc verwijderd. Histopathologisch bleek het omeen osteosarcoom te gaan dat reeds gemetastaseerd was naar de regionale lymfeklieren. De hondwerd aanvullend behandeld met chemotherapeutica. Gedurende vier maanden was de hond vrijvan klachten. Nadien ontstond respiratoire hinder en werden longmetastasen vastgesteld. Dehond werd vijf maanden na de ingreep geëuthanaseerd.Deze casuïstiek illustreert dat een voldoende agressieve, multimodale behandeling de levensduurook in geval van een gevorderde, maligne tumor kwaliteitsvol kan verlengen.
Volledige tekst: 
pp 66-72
Casuïstiek(en)

2014 (2) 60-65

Titel: 
Longoedeem als postoperatieve complicatie bij twee obese patiënten (een paard en een hond)
Auteur(s): 
S. MELIS, S. SCHAUVLIEGE, T. BOSMANS, F. GASTHUYS, I. POLIS
Samenvatting: 
 In deze casuïstiek worden het ontstaan en de succesvolle behandeling van longoedeem beschrevenbij twee obese dieren (een paard en een hond) in de postoperatieve periode. De diagnose van dezezeldzame maar ernstige complicatie is normaal gesproken eenvoudig, maar de onderliggende oorzaakis vaak multifactorieel en moeilijk exact te identificeren. Mogelijk bijdragende factoren wordenbesproken. Beide dieren werden met succes behandeld en zonder verdere complicaties ontslagen.     
Volledige tekst: 
pp 60-65
Casuïstiek(en)

2014 (2) 53-59

Titel: 
Diagnose en echogeleide verwijdering van een vreemd voorwerp uit de vagina bij een hond en een kat
Auteur(s): 
L. Gatel, G. Gory, B. De Pauw, D.N. Rault
Samenvatting: 
In deze casuïstiek worden de identificatie en verwijdering beschreven van een intravaginaal grasaarmet behulp van echografie bij een hond en een kat. De hond werd aangeboden voor chronische vaginaleuitvloei gedurende reeds meer dan twee jaar. De kat werd aangeboden voor acute lethargie, bloederigevaginale uitvloei en een voorgeschiedenis van perivulvaire uitvloei gedurende twee weken. Met behulpvan echografie werden er een lineaire, hyperechogene, spoelvormige structuur en een milde verdikkingvan de vaginawand in beeld gebracht. Het grasaar werd in beide gevallen succesvol onder algemeneanesthesie niet-invasief verwijderd, onder echobegeleiding en met behulp van een hartmanntang.Echogeleide verwijdering van een grasaar uit de vagina is een veilige en goedkope techniek.
Volledige tekst: 
pp 53-59
Casuïstiek(en)

2014 (1) 36-41

Titel: 
Gelokaliseerde steatitis als complicatie na dystokie bij een merrie
Auteur(s): 
E. Claes, C. De Schauwer, M. Hoogewijs, D. De Clercq, V. Saey, J. Govaere
Samenvatting: 
In deze casus wordt een geval van gelokaliseerde steatitis ter hoogte van het perivaginalevetweefsel na dystokie bij een merrie gerapporteerd. Hoewel de merrie post partum aanvankelijkgoed herstelde, kende dit geval enkele dagen later toch een fatale afloop. Tijdens de tweedeconsultatie werd er op het vaginale onderzoek in de wand van de vagina beiderzijds een knobbeligaanvoelende verhevenheid waargenomen. De intravaginale opening van deze verhevenhedenging gepaard met een etterige uitvloei die geelbruine brokjes necrotisch vetweefsel bevatte. Laterwerden op de lijkschouwing ook steatitis ter hoogte van de ophangbanden van de urineblaas eneen blaasruptuur vastgesteld, hetgeen wellicht gezorgd heeft voor de snelle evolutie van de klinischesymptomen.Algemeen worden er twee steatitisvormen onderscheiden: de gelokaliseerde en de gegeneraliseerdevorm. Bij de gelokaliseerde vorm wordt slechts één vetdepot aangetast, terwijl bij degegeneraliseerde vorm meerdere vetdepots in het ziekteproces betrokken zijn. Gelokaliseerdesteatitis ter hoogte van het perivaginale vetweefsel werd nog niet eerder beschreven bij het paard.
Volledige tekst: 
pp 36-41
Casuïstiek(en)

2014 (1) 28-35

Titel: 
Twee gevallen van persisterende ductus arteriosus bij de hond
Auteur(s): 
S. Debevere, L. Vlerick, V. Bavegems, D. Binst, P. Cornillie, I. Polis, H. de Rooster
Samenvatting: 
Persisterende ductus arteriosus (PDA) is één van de meest vastgestelde congenitale hartaandoeningenbij de hond. Indien de aandoening niet behandeld wordt, sterft meer dan de helftvan de honden in hun eerste levensjaar. Het sluiten van de PDA via occlusie of ligatie is dan ookaanbevolen en heeft een goede langetermijnprognose. De belangrijkste complicatie bij de nietinvasievetechnieken is het optreden van embolie terwijl bloeding na ruptuur van de ductus ofeen naburig bloedvat het meest voorkomende probleem is bij ligatietechnieken.Twee gevallen van PDA worden hier besproken. Bij de eerste hond werd de PDA succesvolchirurgisch gecorrigeerd. Bij de tweede hond daarentegen ontstonden er tijdens de chirurgischeingreep meermaals ernstige bloedingen te wijten aan de uitzonderlijke aanwezigheid van eenpersisterende vijfde aortaboog (PFAA). Er werd intraoperatief besloten om tot euthanasie overte gaan.
Volledige tekst: 
pp 28-35
Casuïstiek(en)

2014 (1) 21-27

Titel: 
Incomplete ossificatie van de humeruscondyl bij een jonge bordeauxdog
Auteur(s): 
S. Favril, D. Van Vynckt, I. Gielen, A. Van Caelenberg, K. Vanderperren,B. Van Ryssen
Samenvatting: 
In deze casus wordt een incomplete ossificatie van de humeruscondyl beschreven bij eenbordeauxdog van acht maanden oud. Als pup was de hond al intermitterend mank aan derechtervoorpoot. Omwille van het ras en de klinische en radiografische bevindingen werd inde eerste plaats aan elleboogdysplasie gedacht. Echter, aan de hand van het computertomografischonderzoek werd een incomplete ossificatie van de humeruscondyl vastgesteld. Deze aandoeningkomt minder vaak voor dan elleboogdysplasie en veroorzaakt niet altijd manken. Dehond werd conservatief behandeld vanwege de milde klinische klachten waarna het mankenspontaan verdween.Het bijzondere aan deze casus is in de eerste plaats het signalement en de anamnese. Incompleteossificatie komt vooral voor bij spaniëls en veroorzaakt bij pups meestal geen manken.Bovendien is het spontane herstel van deze hond atypisch. Vaak veroorzaakt de aandoening persisterendmanken en soms evolueert een incomplete ossficatie naar een atraumatische humeralecondylfractuur.
Volledige tekst: 
pp 21-27
Casuïstiek(en)

2014 (1) 14-19

Titel: 
Anafylactische shock na intraveneuze toediening van amoxicilline clavulaanzuur bij twee honden onder algemene anesthesie
Auteur(s): 
T. Bosmans, S. Melis, H. de Rooster, B. Van Goethem, P. Defauw, I. Van Soens, I. Polis
Samenvatting: 
Deze casuïstiek handelt over het ontstaan en de succesvolle behandeling van anafylactische shockna de intraveneuze toediening van een amoxicilline/clavulaanzuurpreparaat bij twee honden onderalgemene anesthesie. Binnen de vijf tot tien minuten na de toediening van het antibioticum trad bijbeide honden een ernstige bloeddrukdaling op. Tevens werd een labiale en periorbitale zwelling meterytheem waargenomen. De therapie bestond uit de behandeling van de negatieve cardiovasculaireeffecten van de anafylactische shock en het verhinderen van een verdere vrijstelling van ontstekingsmediatoren.Bij beide honden was de therapie succesvol.
Volledige tekst: 
pp 14-19
Casuïstiek(en)

82 (6) pp 350-355

Titel: 
Gebruik van buccale-eilandflaptechniek van angularis oris voor de reconstructie van een terugkerend gehemeltedefect bij een kat
Auteur(s): 
J. Defoor, T. Bosmans, M. Doom, I. Schwarzkopf, H. de Rooster
Samenvatting: 
Een zeven maanden oude, mannelijke, gecastreerde Europese korthaar werd aangeboden omwille van een terugkerend gespleten gehemelte, dat eerder door de eigen dierenarts reeds tweemaal chirurgisch gecorrigeerd werd. Voor de derde correctie werd gebruik gemaakt van een faryngeale overlappende flap maar opnieuw trad dehiscentie op. Uiteindelijk werd de buccaleflaptechniek van de angularis oris, zoals die beschreven is bij de hond, gebruikt. De flap kon zonder spanning over het defect gebracht worden en een goede vascularisatie was zichtbaar gedurende de hele procedure. Omwille van de opgetreden zwelling van de intraorale weefsels op het einde van de ingreep werd intraveneus dexamethasone toegediend. Bijna onmiddellijk na deze injectie kreeg de kat een cardiorespiratoire stilstand en overleed kort daarna. 
Volledige tekst: 
pp 350-355
Casuïstiek(en)

82 (6) pp 345-349

Titel: 
Perforerende dermatitis bij een kat
Auteur(s): 
N. Jongmans, S. Vandenabeele, J. Declercq
Samenvatting: 
Een 8,5 maanden oude, gecastreerde kater werd aangeboden met een jeukend lineair letsel aan de rechterachterpoot dat zich uitstrekte van caudomediaal van de tarsus tot ventraal van de staartbasis. Het letsel bestond uit multipele, dikke, conische, geelbruine korsten en alopecie. Op een afdrukpreparaat waren talrijke eosinofielen en enkele mastcellen zichtbaar. Het histopathologisch onderzoek van huidbiopten toonde het typische beeld van perforerende dermatitis met verticaal georiënteerde collageenvezels en eosinofiele dermatitis. Een behandeling met dexamethason gaf lichte verbetering. Wanneer dexamethason gecombineerd werd met een topicale mometasontherapie verdwenen de letsels volledig. 
Volledige tekst: 
pp 345-349
Casuïstiek(en)

Pagina's