Casuïstiek(en)

Nederlands

85 (3) pg 157

Titel: 
Complicaties na marsupialisatie van een arachnoïd diverticulum bij een rottweiler
Auteur(s): 
L. GEERINCKX, E. ROYAUX, I. GIELEN, S. BHATTI, M. TSHAMALA, L. VAN HAM
Samenvatting: 
Een jonge, mannelijke rottweiler werd aangeboden met neurologische symptomen die sindszijn geboorte aanwezig waren. De hond vertoonde hypermetrie op de voorhand, ataxie op deachterhand en zijn proprioceptie was achteraan duidelijk vertraagd. Computertomografischonderzoek na myelografie en een MRI-onderzoek toonden een lang dorsaal subarachnoïdaaldiverticulum aan, dat zich uitbreidde van craniaal C2 tot craniaal C5. Dit diverticulum veroorzaakteeen ruggenmergcompressie, die de neurologische symptomen verklaarde. De hond werdgeopereerd via een cervicale dorsale laminectomie, gevolgd door durotomie en marsupialisatie.Postoperatief waren er complicaties, waardoor de hond opnieuw geopereerd moest worden.Hierna was nog een vijftal dagen mechanische ventilatie nodig, waarna de hond weer zelfstandigkon ademen. De neurologische toestand van de hond verbeterde postoperatief geleidelijk. Hijherstelde volledig en deed het elf maanden postoperatief nog altijd goed.
Volledige tekst: 
pp 157-162
Casuïstiek(en)

85 (3) pg 141

Titel: 
Peritoneopericardiale hernia diafragmatica met eenmalige pericardiale effusie bij een beagle
Auteur(s): 
S. VAN DER MEEREN, V. BAVEGEMS, A. WILLEMS, ELKE VAN DER VEKENS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een mannelijke, gecastreerde beagle werd op vierjarige leeftijd aangeboden omwille van ascites,tachypnee, partiële anorexie en lethargie. Via radiografie, echocardiografie en computertomografiewerd de hond gediagnosticeerd met pericardiale effusie en een peritoneopericardialehernia diafragmatica, waarbij vermoedelijk enkel omentum was geherniëerd in het hartzakje.Een abdominocentese en pericardiocentese werden uitgevoerd. De peritoneopericardiale herniadiafragmatica werd niet chirurgisch gecorrigeerd, aangezien er na een eenmalige pericardiocentesegeen nieuwe pericardiale effusie ontstond en de patiënt het klinisch goed stelde. Tijdens hetcontrolebezoek, een half jaar na de pericardiocentese, was de patiënt actief en speels en was ernog steeds geen sprake van recidiverende pericardiale effusie.
Volledige tekst: 
pp 150-156
Casuïstiek(en)

85 (2) pg 94

Titel: 
Orale ivermectine-intoxicatie op een vleeskalverbedrijf
Auteur(s): 
H. VERMEULEN, B. PARDON, S.CROUBELS, J. VERCRUYSSE, P. DEPREZ
Samenvatting: 
In deze casus wordt een vermoedelijk kwaadwillige, orale ivermectine-intoxicatie op eenVlaams vleeskalverbedrijf besproken. Alle 330 kalveren van twee tot vier weken oud werden inde eerste week na aankomst op het bedrijf getroffen. De symptomen waren ernstige depressie,het neerliggen in laterale of sternale positie, tremor en kopschudden. Uiteindelijk stierf 13,6%van de kalveren. De overige dieren herstelden gradueel met ondersteunende orale rehydratatietherapieover een termijn van vijf tot zeven dagen. In de kunstmelk kon een ivermectinegehaltevan 35 mg/kg aangetoond worden. In het serum van drie kalveren werden ivermectinegehaltesvan 0,75 mg/kg tot 1,1 mg/kg gevonden. De vermoedelijk toegediende dosering was 1,75 mg/kglichaamsgewicht voor een gemiddeld kalf (40 kg). In deze casus wordt aangetoond dat orale toxiciteitsverschijnselenvan ivermectine bij kalveren van twee tot vier weken oud kunnen optredenaan een dosis die 8,75 keer hoger is dan de geregistreerde therapeutische dosis voor subcutanetoediening bij rundvee.
Volledige tekst: 
pp 094-099
Casuïstiek(en)

85 (2) pg 87

Titel: 
Mandibulair samengesteld odontoom bij een jonge bordercollie
Auteur(s): 
F. BOERJAN, L. VERHAERT, H. DE COCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vrouwelijke bordercollie van vier maanden oud werd aangeboden met een harde zwellingter hoogte van de linkeronderkaaktak. De belangrijkste differentiaaldiagnose voor dit typeletsel bij een jonge hond omvat een dentigene cyste, een papillair squameus celcarcinoom of eenodontoom. Om tot een diagnose te komen werden intra-orale radiografische opnamen gemaakten werd er een biopt genomen. Histopathologisch onderzoek wees uit dat het een samengesteldodontoom (“compound odontoma”) betrof en de hond werd hiervoor chirurgisch behandeld. Depostoperatieve heling verliep vlot en er werden geen tekenen van recidief waargenomen bij deradiografische controle drie maanden later.
Volledige tekst: 
pp 087-093
Casuïstiek(en)

85 (1) pg 31

Titel: 
Het gelijktijdig voorkomen van een plaveiselcelcarcinoom en hemangiosarcoom in de cornea bij een kat
Auteur(s): 
G. STORMS, C. NARANJO, M. GRAUWELS
Samenvatting: 
Een veertien jaar oude, vrouwelijke, gesteriliseerde huiskat werd aangeboden omwille van eenuitgesproken donker roodverkleuring van de cornea van het linkeroog. Het oog vertoonde eveneenstrichiasis van het bovenooglid, entropion van het onderooglid en een uitgesproken symblefaron. Hetrechteroog vertoonde trichiasis van het bovenooglid, entropion van het onderooglid, een uitgesprokensymblefaron en chronische stromale en ulceratieve keratitis. Aan de hand van een biopsie van de corneavan het linkeroog werd een plaveiselcelcarcinoom gediagnosticeerd en het linkeroog werd vervolgensweggenomen. Histologisch onderzoek van de cornea toonde met bloed gevulde kanaalvormige structurenvan verschillende grootte, die op bloedvaten geleken en afgelijnd waren door spindelvormige cellen. Inhet centrale deel van de cornea was een uitgesproken hyperplastisch epitheel aanwezig met infiltratievan atypische cornea-epitheelcellen in het oppervlakkige stroma. Zowel een primair hemangiosarcoomals een primair plaveiselcelcarcinoom in de cornea werd gediagnosticeerd. In deze casuïstiek wordt hetzeldzame voorkomen van meerdere primaire tumoren in dezelfde anatomische structuur beschreven.
Volledige tekst: 
pp 31-35
Casuïstiek(en)

85 (1) pg 23

Titel: 
Cosmetische rostrale neusreconstructie na plaveiselcelcarcinoomresectie bij twee honden
Auteur(s): 
S. LIPPENS, B. VAN GOETHEM, I. GIELEN, I. POLIS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Twee mannelijke golden retrievers van ongeveer tien jaar oud werden aangeboden meteen zichtbare massa in de neus, niesden en vertoonden epistaxis. Uit histologisch onderzoekna bioptname bleek dat het bij beide honden om een plaveiselcelcarcinoom ging. Bij verderestagering waren er geen aanwijzingen voor metastasen. Chirurgische wegname van de tumordoor middel van een planectomie of nosectomie werd voorgesteld. Omdat de klassieke excisievan de neusspiegel voor deze eigenaars cosmetisch onaanvaardbaar was, werd bij beide hondengekozen voor een rostrale neusreconstructie. Bij de eerste hond bevond de tumor zich aan deoppervlakte, waardoor resectie van het kraakbenig deel van de neus voldoende was en eenplanectomie werd uitgevoerd. Bij de tweede hond daarentegen was er tevens botaantasting,waardoor niet alleen de neus, maar ook het os incisiva werd verwijderd (nosectomie). Bij beidehonden werd een remissie van de tumor verkregen na een follow-up van respectievelijk 35 en 29maanden, met tegelijkertijd een uitstekend cosmetisch resultaat.
Volledige tekst: 
pp 23-30
Casuïstiek(en)

84(6) pg 318

Titel: 
Testiculaire aandoening van seksuele differentiatie (78,XX SRY-negatief) bij een vrouwelijke Franse buldog
Auteur(s): 
A. VAN CLEVEN, E. WYDOOGHE, L. VAN BRANTEGEM, I. SZCZERBAL, M. STACHOWIAK, M SWITONSKI, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een tien maanden oude, vermeend vrouwelijke, intacte Franse buldog werd op de FaculteitDiergeneeskunde te Merelbeke (UGent) aangeboden met een vergrote clitoris en purulentevaginale uitvloei. Als therapie werd voorgesteld om de vergrote clitoris te verwijderen omverdere irritatie te vermijden en tegelijkertijd een gonadectomie uit te voeren aangezien de eigenaarsgeen fokplannen hadden. Intraoperatief werd een afwijkende genitaaltractus vastgesteld,waarbij macroscopisch een normaal uitziende baarmoeder aanwezig was maar waarbij degonaden testes leken in plaats van ovaria. Histologisch onderzoek van het verwijderde weefseltoonde aan dat het inderdaad over bilaterale testes aansluitend op een normale baarmoeder ging.Karyotypering en de moleculaire analyse van het SRY-gen resulteerden in een 78,XX SRY-negatiefkaryotype. Bij de Franse buldog werd bijgevolg finaal een 78,XX SRY-negatief testiculaire aandoeningvan seksuele differentiatie, i.e. “disorder of sex development” (DSD) gediagnosticeerd.
Volledige tekst: 
pp 318-325
Casuïstiek(en)

84(6) pg 326-332

Titel: 
Multipele dermoïd sinuscysten op de kop van een dwergschnauzer
Auteur(s): 
D. BUIJTELS, B. VAN GOETHEM, H. DE COCK, H. DE ROOSTER, S. VANDENABEELE
Samenvatting: 
Een één jaar en negen maanden oude, gesteriliseerde dwergschnauzer werd aangeboden meteen huidletsel tussen de wenkbrauwen. Er waren multipele papels aanwezig bij de geboorte enop latere leeftijd verschenen kleine fistelgangen met protrusie van haarbundeltjes. Een lokaleantibioticumbehandeling en het epileren van deze haartjes door de eigen dierenarts brachtengeen oplossing. Een vermoedelijke diagnose van multipele dermoïd sinuscysten werd gesteld. Dehond werd doorgestuurd naar de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) en de huidletsels werdenchirurgisch verwijderd. Het histopathologisch onderzoek bevestigde de diagnose van multipeledermoïd sinuscysten, het gevolg van een onvolledige splitsing tussen huid en neurale buis tijdensde embryogenese. Afhankelijk van de diepte van de tubulaire dermale invaginaties en de locatieworden verschillende types beschreven. Dit is de derde beschrijving in de literatuur van dermoïdsinuscysten op de kop bij een hond.
Volledige tekst: 
pp 326-332
Casuïstiek(en)

84(5)

Titel: 
Postoperatieve infectie met multiresistente Staphylococcus aureus bij een Berner sennenhond met een ruptuur van de voorste kruisband
Auteur(s): 
F. VANDAEL, E. DE BAKKER, D. PAEPE, L.MOSSELMANS, Y. SAMOY, G. VERHOEVEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Een vrouwelijke Berner sennenhond van 5,5 jaar oud werd aangeboden met een septischeartritis van de linkerknie na een exploratieve artrotomie. De pathogene kiem was een multiresistenteStaphylococcus aureus (MRSA). De knie werd opnieuw chirurgisch geëxploreerd engespoeld. De hond werd vervolgens subcutaan behandeld met meropenem (Meronem®, NV AstraZenecaSA, Brussel, België) gedurende acht weken. Tijdens deze periode trad een scheur vande voorste gekruiste band op in het betrokken kniegewricht, waarvoor een behandeling met een“tuberositas tibiae advancement”-techniek (TTA Rapid) werd uitgevoerd. Ondanks de infectie,de erge symptomen en de bijkomende kruisbandruptuur herstelde de hond volledig.Multiresistente kiemen zijn moeilijk te behandelen en vragen een zorgvuldige aanpak van dedierenarts, een grote inzet van de eigenaar, waarbij volgens antibiogram werkzame antibioticavan het type ‘laatste redmiddel’ uitzonderlijk gebruikt worden. In deze casus wordt aangetoonddat ook ernstige gevallen van postoperatieve infectie met MRSA kunnen genezen indien een correctebehandeling uitgevoerd wordt.
Volledige tekst: 
pp 264-277
Casuïstiek(en)

84(5) pg 257

Titel: 
Een letsel van de processus coronoïdeus medialis bij een elf jaar oude labrador-retriever
Auteur(s): 
M. DALLAGO, E. DE BAKKER, E. COPPIETERS, J. SAUNDERS, I. GIELEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt het voorkomen van een recente aandoening van de processus coronoïdeusmedialis (medial coronoid disease, MCD) bij een elf jaar oude Labrador retriever beschreven. Voordatde hond werd aangeboden, liep hij reeds zes maanden mank op de linkervoorpoot. Radiografisch waser slechts een beperkte pathologie zichtbaar en via computertomografie werd een discrete fissuur vande mediale processus coronoïdeus aangetoond. Artroscopisch kon een letsel van de processus coronoïdeusmedialis bevestigd worden, zichtbaar als chondromalacie. De behandeling bestond uit hetartroscopisch verwijderen van het afwijkende kraakbeen en subchondrale been. Ondanks de geslaagdeingreep had de hond blijvend nood aan fysiotherapie om comfortabel te kunnen lopen.MCD is een ontwikkelingsstoornis die vooral jonge honden van grote rassen aantast. De hondin deze casereport was echter al elf jaar oud. Nochtans was de duur van de mankheid vrij kort enkon er via beeldvorming en artroscopie geen chronisch probleem aangetoond worden. In de literatuuris weinig informatie beschikbaar over de etiologie, het voorkomen en het behandelingsresultaat vanMCD bij oude honden.
Volledige tekst: 
pp 257-263
Casuïstiek(en)

Pagina's