Casuïstiek(en)

Nederlands

84 (4) pg 205-211

Titel: 
Eerste bevestigde geval van boviene besnoitiose in België bij een ingevoerde stier
Auteur(s): 
A. VANHOUDT, B. PARDON, P. DE SCHUTTER, L. BOSSELER, C. SARRE, J. VERCRUYSSE, P. DEPREZ
Samenvatting: 
SAMENVATTINGHet protozoön Besnoitia besnoiti is verantwoordelijk voor belangrijke economische verliezen in derundvee-industrie in Afrika, Azië en het Middellandse Zeegebied. Tijdens de voorbije decennia zijn erverscheidene meldingen gedaan van deze ziekte in Europa. In dit artikel wordt het eerste bevestigdegeval beschreven van besnoitiose in België bij een blonde d’aquitainestier geïmporteerd uit Zuid-Frankrijk. Daarnaast wordt de epidemiologie van besnoitiose beknopt toegelicht.
Volledige tekst: 
pp 205-211
Casuïstiek(en)

84(3) pg 158-161

Titel: 
Een geval van pyoderma gangrenosum bij een hond succesvol behandeld met enkel prednisolone
Auteur(s): 
J. DECLERCQ
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een opvallend pijnlijke, ulceratieve dermatitis overeenstemmend metpyoderma gangrenosum beschreven bij een 2,5 jaar oude, intacte, vrouwelijke maltezer. De hond hadeen nasale stridor en vertoonde onregelmatige ulceraties met verheven inflammatoire randen op delenden, staart en achterste ledematen. Er was geen respons op diverse antibiotica. Het histopathologischbeeld werd gekenmerkt door diepe kratervormige ulceraties met een uitgesproken neutrofiel infiltraat,onderliggend en aan de randen van de verzweringen. Een behandeling met enkel prednisolone (KelaLaboratories, Sint-Niklaas, Belgium) resulteerde in een complete regressie van de nasale symptomenen huidletsels.
Volledige tekst: 
pp 158-161
Casuïstiek(en)

84(3) pg 154-157

Titel: 
Calvarium hyperostosis syndroom bij een jonge weimaraner
Auteur(s): 
N. DE HEER, J.H.J. MALTHA, E. VAN GARDEREN
Samenvatting: 
Calvarial hyperostosis syndroom (CHS) is een zeldzame, goedaardige, proliferatieve botaandoeningvan de platte beenderen van de schedel. Het proces is aanvankelijk pijnlijk maar geneest vanzelfals het skelet volgroeid is. De behandeling is daarom gericht op pijnbestrijding. Tot voor kort werdCHS enkel beschreven bij jonge bullmastiffs en vooralsnog is de etiologie onbekend. In deze casuïstiekwordt een zes maanden oude weimaraner beschreven met CHS met de typische presentatie vaneen asymmetrische zwelling van de frontale, pariëtale en soms occipitale beenderen van de schedel.
Volledige tekst: 
pp 154-157
Casuïstiek(en)

84(3) pg 147-153

Titel: 
Behandeling van necrotiserende fasciitis met negatieve druktherapie bij een puppy
Auteur(s): 
E. ABMA, A. M. KITSHOFF, S. VANDENABEELE, T. BOSMANS, E. STOCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een Duitse herder van twee maanden oud werd aangeboden met anorexie, lethargie, kreupelheiden een pijnlijke zwelling aan de linkerachterpoot. De bevindingen op het lichamelijk en cytologischonderzoek leidden tot een vermoedelijke diagnose van necrotiserende fasciitis (NF). Alle aangetasteweefsels werden chirurgisch verwijderd en negatieve druktherapie met een zilverschuimverband werdopgestart. Gedurende de eerste 48 uur werd een negatieve druk van -75 mmHg ingesteld. Bij de evaluatievan de wonde werd een matige hoeveelheid granulatieweefsel vastgesteld en er was geen verdereuitbreiding van de necrose aanwezig. Het verband werd vernieuwd en een tweede negatieve drukcyclusvan 48 uur werd ingesteld, ditmaal op -125 mmHg. Na het verwijderen van het verband zag het wondbeder gezond uit en werd een chirurgische sluiting van de wonde uitgevoerd.In dit geval leidde onmiddellijke implementatie van negatieve druktherapie na chirurgische debridementtot een versnelde wondheling en verhinderde het verdere uitbreiding van de necrose. Negatievedruktherapie kan een integraal onderdeel worden van de behandelingsstrategie van caniene NF en kande prognose van deze levensbedreigende aandoening verbeteren.
Volledige tekst: 
pp 147-153
Casuïstiek(en)

84(3) pg 142-146

Titel: 
Hemothorax bij een Fries paard: niet altijd een aortaruptuur!
Auteur(s): 
L. VERA, D. DE CLERCQ, A. DECLOEDT , S. VEN, N. VAN DER VEKENS, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Een zestienjarige Friese ruin werd aangeboden op de vakgroep Interne Geneeskunde vande Grote Huisdieren, Faculteit Diergeneeskunde (UGent), met klachten van inspanningsintolerantie,bleke mucosae, tachycardie en een onregelmatig hartritme. Uit het algemeenonderzoek bleek een demping van hart- en ventrale longgeluiden. Dit, in combinatie met eenlage hematocriet, deed het vermoeden van hemothorax rijzen. De diagnose van hemothoraxkon bevestigd worden aan de hand van thoracale echografie en thoracocentesis. Daar het eenFries paard betrof werd onmiddellijk gedacht aan een aortopulmonale fistel, maar dit konechter uitgesloten worden aan de hand van uitgebreid echocardiografisch onderzoek. Uithet elektrocardiogram kon afgeleid worden dat het onregelmatig hartritme te wijten wasaan atriale extrasystolen. Het paard werd gehospitaliseerd en conservatief behandeld metbreedspectrumantibiotica. Daar zowel de hematocriet als het echografische beeld gunstigevolueerde, mocht het paard na vijftien dagen de kliniek verlaten. Bij controle zes weken laterwerden geen afwijkingen meer gevonden.
Volledige tekst: 
pp 142-146
Casuïstiek(en)

84 (2) pg 094-100

Titel: 
Chirurgische correctie van pyelonefritis veroorzaakt door multiresistente Escherichia coli bij een melkkoe
Auteur(s): 
E. PUT, B. VALGAEREN, B. PARDON, J. DE LATTHAUWER, D. VALCKENIER, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een vier jaar oude rode holstein-friesiankoe werd aangeboden met koorts en een plotse, sterkedaling van de melkproductie. Het bloedonderzoek toonde een chronische infectie aan en na herhaaldeechografische onderzoeken kon de diagnose van pyelonefritis van de rechternier worden gesteld. Hetdier werd zonder effect met procaïne-benzylpenicilline, sulfadoxine-trimethoprim, oxytetracyclineen enrofloxacine behandeld. Aangezien de linkernier onaangetast was, kwam het dier in aanmerkingvoor een nefrectomie van de aangetaste rechternier. De verwijderde rechternier was opvallend grooten gevuld met etter. Hieruit werden kolonies Escherichia coli geïsoleerd die resistent bleken tegenaminopenicillinen, streptomycine, sulfonamiden en trimethoprim. De koe werd verder behandeld metamoxicilline en clavulaanzuur op basis van het antibiogram. Postoperatief ontstond een retroperitoneaalabces. Er werd een buisdrain geplaatst tijdens een tweede operatie om dagelijkse spoeling meteen chloorhexidineoplossing mogelijk te maken. Hierna bleef het dier koortsvrij en herstelde goed. Dekoe werd uit de kliniek ontslagen en was op het bedrijf in staat om een goede melkproductie te halen.In deze casus wordt aangetoond dat nefrectomie, mits een goede voorbereiding, een haalbare ingreepis voor de eerstelijnsdierenarts in geval van unilaterale pyelonefritis, met een acceptabele economischeprognose voor de landbouwer.
Volledige tekst: 
pp 094-100
Casuïstiek(en)

84 (2) pg 088-093

Titel: 
Ulnaire osteotomie als behandeling van een losse processus anconeus bij een jonge mastino napoletano
Auteur(s): 
A. PETIT, O. TRAVETTI, Y. SAMOY, P. VERLEYEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Een losse processus anconeus, onderdeel van het elleboogdysplasiecomplex, is een frequentvoorkomende orthopedische ontwikkelingsstoornis bij snelgroeiende jonge honden behorend totgrote en chondrodystrofe rassen. Proximale ulnaire osteotomie is een van de mogelijke behandelingsmethoden,op voorwaarde dat het dier nog niet volwassen is. Deze ingreep is gericht ophet herstellen van de lengteverhouding tussen radius en ulna, waardoor de opwaartse kracht,die de losse processus anconeus veroorzaakt, opgeheven wordt. Door de osteotomie is tevens eenkanteling van het olecranon mogelijk, waardoor de losse processus anconeus alsnog kan fusionerenen het manken verdwijnt. Wanneer een proximale ulnaire osteotomie succesvol uitgevoerdwordt, zonder bijkomende articulaire chirurgie, wordt er minder osteoartrose gevormd en is hetresultaat op lange termijn gunstiger. In dit artikel wordt de behandeling door middel van ulnotomiebij een jonge mastino napoletano besproken en worden de resultaten van de behandelingtoegelicht.
Volledige tekst: 
pp 088-093
Casuïstiek(en)

84(1) pg 39-47

Titel: 
Blootstelling aan Anaplasma phagocytophilum bij twee honden in België
Auteur(s): 
S. ELHAMIANI KHATAT, P. DEFAUW, S. MARYNISSEN, I. VAN DE MAELE, A. VAN DONGEN, S. DAMINET
Samenvatting: 
Nageltred komt veel voor bij paarden. De prognose en behandeling hangen af van de beschadigdeweefsels. In dit artikel worden negen paarden met nageltred beschreven die een “magnetic resonanceimaging” (MRI)-onderzoek ondergingen. Het röntgenologisch onderzoek, dat werd uitgevoerd bij zevenvan de negen paarden, gaf een inschatting van de betrokkenheid van botstructuren bij nageltred. Om deweke-delenschade te kunnen beoordelen, werd een MRI-onderzoek uitgevoerd bij alle paarden. MRIgeeft immers een uitstekend weke-delencontrast en kan gedetailleerde beelden in elk anatomisch vlakmaken. In alle negen casussen was het MRI-onderzoek bepalend voor de prognose en therapiekeuze.Bij twee paarden bevestigden de MRI-beelden dat slechts een oppervlakkige uitruiming nodig was. Bijde overige zeven paarden was een meer invasieve aanpak geïndiceerd, zoals bursoscopie of een “streetnail”procedure. Deze studie illustreert dat door middel van MRI-onderzoek veel nuttige informatie kanverkregen worden om zo tot een gepaste therapie en prognose te komen. In deze studie is er een groteovereenkomst tussen de bevindingen van de MRI en de afwijkingen die tijdens chirurgie gevondenwerden.
Volledige tekst: 
pp 39-47
Casuïstiek(en)

83(6) pg 306-312

Titel: 
Voedselgerelateerde hyperthyroïdie bij een rottweiler
Auteur(s): 
S. CORNELISSEN, K. DE ROOVER, D. PAEPE, M. HESTA, E. VAN DER MEULEN, S. DAMINET
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een geval van voedselafhankelijke hyperthyroïdie bij een hond beschreven. Eenmannelijke, intacte rottweiler van elf maanden oud werd aangeboden omwille van hijgen, gewichtsverliesen een gestegen serum-thyroxineconcentratie. Uit de anamnese bleek dat de hond een “bone and raw food”dieet te eten kreeg. Dit maakte de diagnose van voedselafhankelijke hyperthyroïdie zeer waarschijnlijk.Andere mogelijke differentiaaldiagnosen werden uitgesloten door middel van een uitgebreide diagnostiek.Uiteindelijk verdwenen de symptomen en normaliseerden de schildklierwaarden na verandering naar eenklassiek commercieel onderhoudsdieet. Bij elke hond met een gestegen serum-thyroxineconcentratie, metof zonder symptomen van hyperthyroïdie, is een complete voedingsanamnese noodzakelijk. Eigenaarsmoeten geïnformeerd worden over het feit dat diëten met rauw vlees vaak nutritionele tekortkomingenhebben, het risico van bacteriële contaminatie dragen en andere veiligheidsproblemen hebben. Daaromzouden dierenartsen dit soort voeding beter afraden. 
Volledige tekst: 
pp 306-312
Casuïstiek(en)

83(6) pg 299-305

Titel: 
Obstructie van de dunne darm door Toxocara vitulorum bij een kalf
Auteur(s): 
L. VAN DER STEEN, B. PARDON, C. SARRE , B. VALGAEREN, D. VAN HENDE, L. VLAMINCK, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een Belgisch witblauw stierkalf van één maand oud werd aangeboden in de kliniek van de FaculteitDiergeneeskunde (UGent) vanwege plotseling optredende koliek. Het dier vertoonde kolieksymptomen,dilatatie van de beide rechterkwadranten van het abdomen, afwezigheid van mest en de aanwezigheidvan klots- en pinggeluiden op auscultatie van de rechterzijde. Op het abdominale echografischeonderzoek waren gedilateerde, contractiele dunne darmen zichtbaar met een verdikte wand.Bij de exploratieve laparotomie werd een volledige obstructie door volwassen Toxocara vitulorumwormen van het duodenum tot halfweg het jejunum gediagnostiseerd. Ter hoogte van het punctummaximum van de obstructie werd een deel van de ascariden verwijderd via enterotomie. Na ontwormingmet doramectine werden de volgende dagen ascariden gevonden in de mest van het dier. Integenstelling tot ascarideninfecties bij pups, biggen en veulens, werd een obstructie door T. vitulorumbij kalveren volgens de auteurs nog niet eerder beschreven.
Volledige tekst: 
pp 299-305
Casuïstiek(en)

Pagina's