Casuïstiek(en)

Nederlands

84 (2) pg 094-100

Titel: 
Chirurgische correctie van pyelonefritis veroorzaakt door multiresistente Escherichia coli bij een melkkoe
Auteur(s): 
E. PUT, B. VALGAEREN, B. PARDON, J. DE LATTHAUWER, D. VALCKENIER, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een vier jaar oude rode holstein-friesiankoe werd aangeboden met koorts en een plotse, sterkedaling van de melkproductie. Het bloedonderzoek toonde een chronische infectie aan en na herhaaldeechografische onderzoeken kon de diagnose van pyelonefritis van de rechternier worden gesteld. Hetdier werd zonder effect met procaïne-benzylpenicilline, sulfadoxine-trimethoprim, oxytetracyclineen enrofloxacine behandeld. Aangezien de linkernier onaangetast was, kwam het dier in aanmerkingvoor een nefrectomie van de aangetaste rechternier. De verwijderde rechternier was opvallend grooten gevuld met etter. Hieruit werden kolonies Escherichia coli geïsoleerd die resistent bleken tegenaminopenicillinen, streptomycine, sulfonamiden en trimethoprim. De koe werd verder behandeld metamoxicilline en clavulaanzuur op basis van het antibiogram. Postoperatief ontstond een retroperitoneaalabces. Er werd een buisdrain geplaatst tijdens een tweede operatie om dagelijkse spoeling meteen chloorhexidineoplossing mogelijk te maken. Hierna bleef het dier koortsvrij en herstelde goed. Dekoe werd uit de kliniek ontslagen en was op het bedrijf in staat om een goede melkproductie te halen.In deze casus wordt aangetoond dat nefrectomie, mits een goede voorbereiding, een haalbare ingreepis voor de eerstelijnsdierenarts in geval van unilaterale pyelonefritis, met een acceptabele economischeprognose voor de landbouwer.
Volledige tekst: 
pp 094-100
Casuïstiek(en)

84 (2) pg 088-093

Titel: 
Ulnaire osteotomie als behandeling van een losse processus anconeus bij een jonge mastino napoletano
Auteur(s): 
A. PETIT, O. TRAVETTI, Y. SAMOY, P. VERLEYEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Een losse processus anconeus, onderdeel van het elleboogdysplasiecomplex, is een frequentvoorkomende orthopedische ontwikkelingsstoornis bij snelgroeiende jonge honden behorend totgrote en chondrodystrofe rassen. Proximale ulnaire osteotomie is een van de mogelijke behandelingsmethoden,op voorwaarde dat het dier nog niet volwassen is. Deze ingreep is gericht ophet herstellen van de lengteverhouding tussen radius en ulna, waardoor de opwaartse kracht,die de losse processus anconeus veroorzaakt, opgeheven wordt. Door de osteotomie is tevens eenkanteling van het olecranon mogelijk, waardoor de losse processus anconeus alsnog kan fusionerenen het manken verdwijnt. Wanneer een proximale ulnaire osteotomie succesvol uitgevoerdwordt, zonder bijkomende articulaire chirurgie, wordt er minder osteoartrose gevormd en is hetresultaat op lange termijn gunstiger. In dit artikel wordt de behandeling door middel van ulnotomiebij een jonge mastino napoletano besproken en worden de resultaten van de behandelingtoegelicht.
Volledige tekst: 
pp 088-093
Casuïstiek(en)

84(1) pg 39-47

Titel: 
Blootstelling aan Anaplasma phagocytophilum bij twee honden in België
Auteur(s): 
S. ELHAMIANI KHATAT, P. DEFAUW, S. MARYNISSEN, I. VAN DE MAELE, A. VAN DONGEN, S. DAMINET
Samenvatting: 
Nageltred komt veel voor bij paarden. De prognose en behandeling hangen af van de beschadigdeweefsels. In dit artikel worden negen paarden met nageltred beschreven die een “magnetic resonanceimaging” (MRI)-onderzoek ondergingen. Het röntgenologisch onderzoek, dat werd uitgevoerd bij zevenvan de negen paarden, gaf een inschatting van de betrokkenheid van botstructuren bij nageltred. Om deweke-delenschade te kunnen beoordelen, werd een MRI-onderzoek uitgevoerd bij alle paarden. MRIgeeft immers een uitstekend weke-delencontrast en kan gedetailleerde beelden in elk anatomisch vlakmaken. In alle negen casussen was het MRI-onderzoek bepalend voor de prognose en therapiekeuze.Bij twee paarden bevestigden de MRI-beelden dat slechts een oppervlakkige uitruiming nodig was. Bijde overige zeven paarden was een meer invasieve aanpak geïndiceerd, zoals bursoscopie of een “streetnail”procedure. Deze studie illustreert dat door middel van MRI-onderzoek veel nuttige informatie kanverkregen worden om zo tot een gepaste therapie en prognose te komen. In deze studie is er een groteovereenkomst tussen de bevindingen van de MRI en de afwijkingen die tijdens chirurgie gevondenwerden.
Volledige tekst: 
pp 39-47
Casuïstiek(en)

83(6) pg 306-312

Titel: 
Voedselgerelateerde hyperthyroïdie bij een rottweiler
Auteur(s): 
S. CORNELISSEN, K. DE ROOVER, D. PAEPE, M. HESTA, E. VAN DER MEULEN, S. DAMINET
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een geval van voedselafhankelijke hyperthyroïdie bij een hond beschreven. Eenmannelijke, intacte rottweiler van elf maanden oud werd aangeboden omwille van hijgen, gewichtsverliesen een gestegen serum-thyroxineconcentratie. Uit de anamnese bleek dat de hond een “bone and raw food”dieet te eten kreeg. Dit maakte de diagnose van voedselafhankelijke hyperthyroïdie zeer waarschijnlijk.Andere mogelijke differentiaaldiagnosen werden uitgesloten door middel van een uitgebreide diagnostiek.Uiteindelijk verdwenen de symptomen en normaliseerden de schildklierwaarden na verandering naar eenklassiek commercieel onderhoudsdieet. Bij elke hond met een gestegen serum-thyroxineconcentratie, metof zonder symptomen van hyperthyroïdie, is een complete voedingsanamnese noodzakelijk. Eigenaarsmoeten geïnformeerd worden over het feit dat diëten met rauw vlees vaak nutritionele tekortkomingenhebben, het risico van bacteriële contaminatie dragen en andere veiligheidsproblemen hebben. Daaromzouden dierenartsen dit soort voeding beter afraden. 
Volledige tekst: 
pp 306-312
Casuïstiek(en)

83(6) pg 299-305

Titel: 
Obstructie van de dunne darm door Toxocara vitulorum bij een kalf
Auteur(s): 
L. VAN DER STEEN, B. PARDON, C. SARRE , B. VALGAEREN, D. VAN HENDE, L. VLAMINCK, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een Belgisch witblauw stierkalf van één maand oud werd aangeboden in de kliniek van de FaculteitDiergeneeskunde (UGent) vanwege plotseling optredende koliek. Het dier vertoonde kolieksymptomen,dilatatie van de beide rechterkwadranten van het abdomen, afwezigheid van mest en de aanwezigheidvan klots- en pinggeluiden op auscultatie van de rechterzijde. Op het abdominale echografischeonderzoek waren gedilateerde, contractiele dunne darmen zichtbaar met een verdikte wand.Bij de exploratieve laparotomie werd een volledige obstructie door volwassen Toxocara vitulorumwormen van het duodenum tot halfweg het jejunum gediagnostiseerd. Ter hoogte van het punctummaximum van de obstructie werd een deel van de ascariden verwijderd via enterotomie. Na ontwormingmet doramectine werden de volgende dagen ascariden gevonden in de mest van het dier. Integenstelling tot ascarideninfecties bij pups, biggen en veulens, werd een obstructie door T. vitulorumbij kalveren volgens de auteurs nog niet eerder beschreven.
Volledige tekst: 
pp 299-305
Casuïstiek(en)

83(6) pg 293-298

Titel: 
Atypische klinische presentatie van een metastatisch gastrisch neuro-endocrien carcinoom bij een baardagame (Pogona vitticeps)
Auteur(s): 
T. S. MOOIJ, A. MARTEL, L. BOSSELER, K. CHIERS, F. PASMANS, T. HELLEBUYCK
Samenvatting: 
Via echografisch onderzoek werd de aanwezigheid van drie intracoelomale, ovoïde massa’sen een nodulair aspect van de lever aangetoond bij een drie jaar oude, mannelijke baardagame(Pogona vitticeps) met anorexie. Het histologisch onderzoek van de operatief verwijderde massa’sen een leverbiopt onthulden de aanwezigheid van neoplastische cellen van neuro-endocrieneoorsprong. Via gastroscopisch onderzoek werd een ulceratief letsel in de maag aangetoond. Opbasis van deze bevindingen werd er bij de baardagame een vermoedelijke diagnose van eenneuro-endocrien carcinoom met uitgebreide metastasen gesteld. Deze diagnose werd bevestigddoor autopsie en histologische onderzoeken. Met deze casusbeschrijving willen de auteurshet gastrische, neuro-endocriene carcinoom, een vermoedelijk sterk ondergediagnosticeerde,neoplastische aandoening bij baardagamen, onder de aandacht brengen.
Volledige tekst: 
pp 293-298
Casuïstiek(en)

83(5) pp 255

Titel: 
Progressieve botdestructie bij een hond die operatief werd behandeld voor otitis media: follow-up via klinisch onderzoek en computertomografie
Auteur(s): 
A. FURCAS, I. M. GIELEN, S. VANDENABEELE, A. VAN CAELENBERG, L. STESSENS, I. POLIS, H. DE ROOSTER.
Samenvatting: 
Een beagle van 5,5 jaar oud werd aangeboden omwille van klachten van abnormaal slikken eneen scheve kopstand die reeds twee weken aanwezig was. Inspectie van de keel werd uitgevoerd. Opotoscopisch onderzoek werd een intact maar bolstaand trommelvlies aangetroffen. Op de beelden vanhet computertomografisch (CT) onderzoek bleek de rechter bulla tympanica gevuld met materiaal meteen weke-delendensiteit, terwijl de ventrale bullawand deels lytisch was, evenals het pars petrosa vanhet os temporale. De bulla werd benaderd via ventrale bulla osteotomie, waarbij een steriel cholesterolgranuloom en een cholesteatoma werden gediagnosticeerd. De hond herstelde, maar acht maanden nade chirurgie trad opnieuw een scheve kopstand op. Een nieuwe CT-scan toonde uitbreiding van de lysevan de bullawand en toegenomen lyse van het pars petrosum van het os temporale aan. De eigenaarwenste geen nieuwe chirurgische interventie. Nog eens twee jaar later, werd de CT-scan herhaald.Ditmaal was er een duidelijke intracraniale uitbreiding van het letsel zichtbaar. Niettegenstaande deuitgebreidheid en de progressie van de letsels was de hond klinisch stabiel.
Volledige tekst: 
pp 255-262
Casuïstiek(en)

83(4) 184-192

Titel: 
Immunologische, diepe dermale vasculitis bij een kat
Auteur(s): 
S. GAISBAUER, S. VANDENABEELE, S. DAMINET, D. PAEPE
Samenvatting: 
  In deze casuïstiek wordt een 13,5 jaar oude, vrouwelijke, gesteriliseerde Europese korthaar beschreven met immunologische, diepe dermale vasculitis aan de distale ledematen. De patiënt werd aangeboden met lethargie, koorts, polydipsie, anorexie en opzetting van de distale ledematen. Op het dermatologisch onderzoek werd partiële alopecia, oedeem en pijn aan alle distale ledematen vastgesteld. Verschillende diagnostische onderzoeken werden uitgevoerd om het vermoeden van dermale vasculitis te bevestigen en een onderliggende oorzaak op te sporen. Op het histologisch onderzoek van de huid werden veranderingen aangetoond die duidden op diepe dermale vasculitis. De andere onderzoeksresultaten wezen geen onderliggende oorzaak voor de dermale vasculitis aan. De diagnose van immunologische, diepe dermale vasculitis werd gesteld. De kat werd behandeld met antibiotica, infuus, nasoesofagale sondevoeding en prednisolone. Verbetering en genezing van de vasculitisletsels werden slechts gezien na het opstarten van de prednisolonetherapie. 
Volledige tekst: 
pp 179-183
Casuïstiek(en)

83(4) 179-183

Titel: 
Ultrasonografische en histopathologische bevindingen bij een uremische kat met maagadenocarcinoom
Auteur(s): 
M. ESMANS, A. LEGARRÉRÈS, A.BONGARTZ, F.CAROFIGLIO, M.HEIMANN, T. SCHWARZ
Samenvatting: 
  Een maagcarcinoom is zeer zeldzaam bij katten. In deze casuïstiek wordt een maagcarcinoom bij een chronisch uremische kat beschreven. De kat vertoonde symptomen als braken, gedeeltelijke dysorexie en gewichtsverlies. Op het ultrasonografisch onderzoek bleek dat de maagwand pseudogelaagd was, wat een specifieke indicatie is voor adenocarcinoom. Uit het histopathologisch onderzoek bleek dat dit adenocarcinoom gestructureerd was en dat een doorlopende intralymfatische infiltratielijn zichtbaar was onder de muscularis mucosae. Dit zou de pseudogelaagdheid kunnen verklaren.  
Volledige tekst: 
pp 179-183
Casuïstiek(en)

83 (3) 107-112

Titel: 
Diagnose van zenuwstelsellymfoom met aantasting van de nervus ischiadicus met behulp van computertomografie en echogeleide dunnenaaldaspiratie bij twee katten
Auteur(s): 
G. Gory, J. Couturier, E. Cauvin, C. Fournel – Fleury, L. Couturier, D.N. Rault
Samenvatting: 
Twee katten werden aangeboden met een recente voorgeschiedenis van problemen met stappenen springen. Neurologisch onderzoek toonde in beide gevallen een lumbosacraal ruggenmergletsel ofnervus ischiadicusletsel aan, met een bijkomend cervicothoracaal-spinaal letsel in het tweede geval.De differentiaaldiagnose bestond uit neoplasie, ontsteking/infectie (neuritis, meningomyelitis, discospondylitis)en compressieve aandoeningen, zoals discus hernia. In het eerste geval werd met behulpvan computertomografie (CT) een verdikte nervus ischiadicus aangetoond vanaf het foramen intervertebraleL7-S1 tot aan het distale derde deel van de femur door verhoogde contrastopname. In hettweede geval toonde CT ook een verdikte nervus femoralis en een extradurale massa aan die een mildecompressie veroorzaakte van het ruggenmerg ter hoogte van T1-2 en T3-4. Met behulp van echografiekon een fijnenaaldaspiraat genomen worden van de aangetaste nervus ischiadicus. Cytologisch onderzoeksuggereerde een traag evoluerend en kleincellig lymfoom in het eerste geval en bevestigde in hettweede geval de diagnose van een hooggradig lymfoom. Beide lymfomen behoren tot het subtype vanhet grootcellige granulaire lymfoom.
Volledige tekst: 
pp 107-112
Casuïstiek(en)

Pagina's