Casuïstiek(en)

Nederlands

82 (2) pp 63-68

Titel: 
Chirurgische excisie van een branchiale cyste bij een hond
Auteur(s): 
J. DHONT, A. FURCAS, E. VANDERVEKENS, I. POLIS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een zes jaar oude, vrouwelijke, gecastreerde cavalier king charles werd aangeboden voor verderonderzoek en behandeling van een recidiverende zwelling ter hoogte van de linkerkaakregio. Opbasis van een klinisch en echografi sch onderzoek werd de waarschijnlijkheidsdiagnose van eensialocele van de linkerparotisspeekselklier gesteld. Er werd besloten tot chirurgische excisie van despeekselklier. Tijdens de chirurgie werd een cysteus proces van de parotisspeekselklier, verbondenmet een meer ventraal gelegen cyste, gevisualiseerd. Zowel de parotisspeekselklier als de ventralecyste werd vrijgeprepareerd en verwijderd. Op basis van een histopathologisch onderzoek vanhet verwijderde weefsel werd de diagnose van een branchiale cyste gesteld. Afgezien van eengedeeltelijke facialisparalyse de eerste dag postoperatief, verliep het herstel vlot. Tot op heden,inmiddels meer dan een jaar postoperatief, werd geen recidief vastgesteld.
Volledige tekst: 
pp 63-68
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 59-62

Titel: 
Cutane neosporose bij een volwassen hond in België
Auteur(s): 
T. DE SCHUYTER, H.E.V. DE COCK, P. LEMMENS
Samenvatting: 
Een twaalf jaar oude, vrouwelijke, gesteriliseerde greyhound werd aangeboden met ulceratievenodulaire letsels, algemene zwakte en pijn. De hond werd op dat moment behandeld met prednisolonevoor een vermoedelijke diagnose van cervicale discus hernia. Op het microscopisch onderzoek van eenfi jnenaaldaspiratie-biopt van de nodulaire letsels werden protozoaire tachyzoïeten gezien. Het immunohistochemischonderzoek bevestigde de diagnose van Neospora caninum-infectie. Een behandeling metclindamycine en de stopzetting van een immunosuppressieve behandeling leidden tot volledig herstel. Ditartikel beschrijft het eerste geval van cutane neosporose in België.
Volledige tekst: 
pp 59-62
Casuïstiek(en)

82 (4) pp 217-224

Titel: 
Losse processus coronoïdeus van de elleboog bij een tien jaar oude Tervuerense herder
Auteur(s): 
C. BRIELS, J. SAUNDERS, K. VERMOTE, I. POLIS, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
In deze casus wordt de aanwezigheid van een losse processus coronoïdeus bij een tien jaar oude,mannelijke Tervuerense herder beschreven. Het signalement is atypisch, aangezien deze aandoeningvoornamelijk jonge honden treft en ze minder frequent bij Tervuerense herders voorkomt. Dehond vertoonde unilaterale kreupelheid aan de linkervoorpoot die over een periode van negenmaanden geleidelijk was toegenomen. Dankzij verder orthopedisch en radiografi sch onderzoek koneen defi nitieve diagnose van een losse processus coronoïdeus worden gesteld. Naast de afwijkendevorm van de mediale processus coronoïdeus en erge osteosclerose was er slechts milde artrose op temerken, wat men niet zou verwachten bij een oudere hond met een chronisch probleem. Bovendienwas het probleem unilateraal aanwezig, terwijl een losse processus coronoïdeus zich vaak bilateraalmanifesteert. Met behulp van artroscopie kon men het gewricht inspecteren en werd het aanwezigelosse fragment met succes verwijderd. In een groot deel van de gevallen blijven oudere dieren na deingreep manken, maar in dit geval gaf de ingreep aanleiding tot een duidelijke klinische verbeteringen de hond werd opnieuw mankvrij.
Volledige tekst: 
pp 217-224
Casuïstiek(en)

82 (4) pp 211-216

Titel: 
Traumatische atlanto-occipitale subluxatie en craniale cervicale blokwervels bij een steenarend (Aquila chrysaetos)
Auteur(s): 
E. FRAGA-MANTEIGA, K. EATWELL, S. SMITH, E. MANCINELLI, T. SCHWARZ
Samenvatting: 
Een steenarend (Aquila chrysaetos) werd onderzocht voor evenwichtsproblemen die ontstaan warenna trauma door een harde landing tijdens de fi tnesstraining. Met magnetische resonantie en computertomografie werd een chronische atlanto-occipitale subluxatie aangetoond met een craniodorsale verplaatsingvan de atlas (atlanto-occipitale overlapping) en secundair een dynamische compressie van dehersenstam en het ruggenmerg. Bovendien werd een malunion van een oudere fractuur gezien met fusievan C1 en C2. De vogel werd geëuthanaseerd omwille van de klinische achteruitgang en een slechteprognose.
Volledige tekst: 
pp 211-216
Casuïstiek(en)

82 (3) pp 151-153

Titel: 
Morganella morganii-geassocieerde broncho-interstitiële pneumonie bij een cavia
Auteur(s): 
V.VANDENBERGE, V. JASSON, S.VAN DER HEYDEN, P. WATTIAU, S. ROELS
Samenvatting: 
Morganella morganii werd geïsoleerd uit de long van een cavia. Op autopsie werden vast aanvoelende zones met een bloederig aspect in de long vastgesteld. Histologisch onderzoek van de long duidde op de aanwezigheid van broncho-interstitiële pneumonie. M. morganii is een commensale gramnegatieve bacil van de darmtractus bij de mens, zoogdieren en reptielen. Over M. morganii-geassocieerde ziekten bij dieren is slechts weinig gerapporteerd. Dit is volgens de auteurs het eerste geval beschreven bij een cavia.
Volledige tekst: 
pp 151-153
Casuïstiek(en)

82 (3) pp 143-150

Titel: 
Ureterobstructie bij een ragdoll ten gevolge van calciumoxalaat-urolithiasis
Auteur(s): 
N. REINARTZ, H. DE ROOSTER, S. DAMINET, J. H. SAUNDERS, V. BAVEGEMS, K. PIRON, D. PAEPE
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een vrouwelijke, gesteriliseerde ragdoll beschreven met een ureterobstructie door calciumoxalaat-urolieten. De patiënt werd aangeboden omwille van polyurie/polydipsie. Bij abdominale palpatie werd unilaterale renomegalie vastgesteld. Met behulp van radiografi sch en echografi sch onderzoek kon de diagnose van multipele nefro- en ureterolieten gesteld worden waarbij één uroliet een obstructie van de linkerureter veroorzaakte. De kat werd gehospitaliseerd om met infuustherapie de azotemie te bestrijden, de diurese te verbeteren en zo de passage van de ureterale calculi doorheen de ureter te stimuleren. De therapie bleek echter niet succesvol te zijn en daarom werd de obstruerende ureteroliet chirurgisch via een cystotomie verwijderd. Na kwantitatieve steenanalyse bleek het om calciumoxalaat-urolithiasis te gaan en een dieet aangepast aan urolithiasis werd opgestart. In de daaropvolgende periode van ongeveer één jaar bleef de patiënt klinisch stabiel. De kat vertoonde persisterende polyurie/polydipsie zonder azotemie. Nieuwe, nietobstruerende ureterolieten in de linkerureter werden aangetoond via echografi e. Aangezien de kat geen klinische symptomen vertoonde behalve de persisterende PU/PD liet de eigenares geen verdere echografi sche/radiografi sche controle van het abdomen meer uitvoeren.
Volledige tekst: 
pp 143-150
Casuïstiek(en)

82 (3) pp 134-142

Titel: 
Necrotiserende fasciitis bij een hond
Auteur(s): 
E. ABMA, S. VANDENABEELE, M. CAMPOS, T. BOSMANS, E. STOCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een intacte, mannelijke briard van zeven jaar werd aangeboden met kreupelheid, koorts en een pijnlijke zwelling aan de linkerachterpoot. De hond was in compensatoire shock. Op het lichamelijk onderzoek vertoonde de patiënt een ecchymose en een zeer pijnlijk oedeem aan de linkerachterpoot. Op cytologie van de onderhuidse vochtopstapeling werd een groot aantal kokken aangetroffen. Een bacteriologische cultuur bevestigde de aanwezigheid van β-hemolytische streptokokken van de Lancefi eld groep G. Necrotiserende fasciitis werd gediagnosticeerd aan de hand van een combinatie van de klinische bevindingen, de bacteriologische cultuur en de bevindingen tijdens chirurgie. De patiënt onderging tweemaal chirurgie, waarbij grote hoeveelheden necrotisch en aangetast weefsel werden verwijderd. Na zeven dagen intensieve zorgen kon de hond de kliniek verlaten. Twee weken postoperatief verkeerde de hond in uitstekende conditie. Hij belastte zijn linkerachterpoot weer normaal en de wonde was volledig geheeld.
Volledige tekst: 
pp 134-142
Casuïstiek(en)

Pagina's