Casuïstiek(en)

Nederlands

81 (1) pp 11-15

Titel: 
Treatment of equine degenerative joint disease with autologous peripheral blood-derived mesenchymal stem cells: a case report
Auteur(s): 
J. H. SPAAS, M. OOSTERLINCK, S. BROECKX, M. DUMOULIN, J. SAUNDERS, A. VAN SOOM, F. PILLE, G. R. VAN DE WALLE
Samenvatting: 
Een vijfjarige Duitse warmbloedhengst die chronisch mank was ten gevolge van een degeneratieve aandoeningin het kroongewricht en die geen verbetering vertoonde na conservatieve therapieën, werd behandeld met autologemesenchymale stamcellen (MSC). Deze MSC werden geïsoleerd uit het perifeer bloed van de patiënt en 2,5 miljoenvan deze cellen werden in het gewricht geïnjecteerd, tweemaal met een interval van acht weken. De positieve evolutiena behandeling werd gedocumenteerd aan de hand van een klinische evaluatie en objectieve drukplaatanalysen.In dit artikel wordt voor de eerste maal het gebruik van perifeer bloed beschreven als bron van MSC voor hetbehandelen van een degeneratieve gewrichtsaandoening bij een paard.
Volledige tekst: 
pp 11-15
Casuïstiek(en)

82 (1) pp 31-37

Titel: 
Acute hemorrhagic syndrome by bracken poisoning in cattle in Belgium
Auteur(s): 
E. PLESSERS, B. PARDON, P. DEPREZ, P. DE BACKER, S. CROUBELS
Samenvatting: 
In augustus 2007 vertoonden twee Belgisch witblauwe koeien na drie maanden weidegang hoge koorts(41,4°C), epistaxis, melena, bloedingen ter hoogte van de huid, een stijve gang en rode letsels op de uier.Het bloedonderzoek toonde ernstige pancytopenie aan en blauwtongvirus serotype 8 werd aangetoondvia PCR. Ondanks een bloedtransfusie en een ondersteunende behandeling stierven beide dierenbinnen de zes dagen na aanvang van de symptomen. Op autopsie werd een uitgesproken beeld van eenbloedstollingsstoornis aangetoond. Bij inspectie van de weide één week later konden veel jonge bladerenvan adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) worden waargenomen. De stijve gang en de rode letsels op deuier waren sterk indicatief voor blauwtongvirusinfectie, terwijl de andere symptomen overeenkwamenmet een acute adelaarsvarenintoxicatie (acuut hemorragisch syndroom). Dit voorval toont aan dat het ookin België, waar de densiteit van adelaarsvarens over het algemeen relatief laag is, van belang is om weidengrondig te inspecteren op de aanwezigheid van jonge adelaarsvarens.
Volledige tekst: 
pp 31-37
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 87-90

Titel: 
Spontane bloedingen bij een pasgeboren kalf met persisterende BVDV1b-infectie
Auteur(s): 
J. LAUREYNS, B. PARDON, A. B. CAIJ, S. SARRAZIN, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een kalf vertoonde op zijn tweede levensdag huidbloedingen en werd doorverwezen naar de kliniekonder verdenking van boviene neonatale pancytopenie (BNP). Hematologisch onderzoek toonde extremetrombocytopenie, matige anemie, maar geen leukopenie aan. Een PCR-test op gehepariniseerd bloed waspositief voor het boviene virale diarreevirus (BVDV), net als bij twee BVDV-antigeen ELISA’s op bloeddie drie en tien weken later genomen werden. Niet-cytopathogeen BVDV-type 1b werd geïsoleerd uit hetbloed. Alhoewel het kalf herstelde van de bloedingen en gezond bleef, werd het wegens de persisterendeBVDV-infectie geëuthanaseerd op de leeftijd van elf weken. Op basis van de anamnese kon BNPuitgesloten worden uit de differentiaaldiagnose. Deze casus toont aan dat het bloedingssyndroom nietuitsluitend het gevolg is van besmetting met BVDV-type 2 en dat de klinische verschijnselen bij metBVDV1b besmette neonatale kalveren identiek kunnen zijn aan deze bij BNP.
Volledige tekst: 
pp 87-90
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 81-86

Titel: 
Leiomyomata van salpinx en baarmoeder bij merries
Auteur(s): 
H.M. NELIS, B. LEEMANS, C. DE VRIES, M. HOOGEWIJS, K. CHIERS, J. GOVAERE
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een geval beschreven van een baarmoederleiomyoma bij een 17 jarige, chronischinfertiele selle-françaismerrie. De massa werd verwijderd door transendoscopische elektrocoagulatie. Indezelfde periode werden in een slachthuis 725 merries gecontroleerd op solide salpinx- en baarmoedermassa’s.Er werd in twee baarmoeders en in één salpinx een massa aangetroffen bij drie verschillendemerries. Histologisch en immunohistochemisch onderzoek toonde een leiomyoma aan in de vier bovengenoemdegevallen. Voor zover de auteurs weten, wordt in dit artikel het eerste geval van een leiomyomain de salpinx van een merrie beschreven.
Volledige tekst: 
pp 81-86
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 75-80

Titel: 
Iatrogene trachearuptuur bij een Britse korthaar
Auteur(s): 
A.L. SAUERMANN, A. RUBIO-GUZMAN, T. BOSMANS, K. VANDERPERREN, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Trachearuptuur is een zeldzame aandoening bij katten die meestal iatrogeen ontstaat. In dezecasuïstiek wordt een cervicale trachearuptuur bij een volwassen, mannelijke Britse korthaar meteen recente voorgeschiedenis van endotracheale intubatie beschreven. De kat werd aangeboden metextreem subcutaan emfyseem, een matige tot uitgesproken pneumothorax, een pneumomediastinumen een pneumoretroperitoneum. Hij vertoonde geen symptomen van dyspnee of hypoxie. Dedefi nitieve diagnose werd gesteld met tracheoscopie. De trachearuptuur werd chirurgischgecorrigeerd en de operatie verliep probleemloos. De kat herstelde snel na de operatie. Vier dagenpostoperatief werd de kat ontslagen uit de kliniek. Bij de controle, vijf weken later, verkeerde dekat in een uitstekende lichamelijke toestand en dit was ook vier maanden later nog steeds het geval.
Volledige tekst: 
pp 75-80
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 69-74

Titel: 
Drie gevallen van Hepatozoon canis-infectie bij honden geïmporteerd uit Spanje
Auteur(s): 
D. CRIEL, A. VANDENBERGHE
Samenvatting: 
Deze casuïstiek beschrijft drie honden afkomstig uit Málaga (Spanje), met een Hepatozoon canisinfectie.De dieren werden bij een Belgische dierenarts aangeboden wegens koorts van onbekendeoorsprong. Op een bloeduitstrijkje werden talrijke gamonten van H. canis waargenomen in deneutrofiele granulocyten. De hond met de meest uitgesproken klinische klachten was bijkomendbesmet met Ehrlichia canis. In dit artikel worden de levenscyclus, klinische bevindingen, diagnostiek,behandelingsmogelijkheden en epidemiologie van H. canis besproken. Gezien het toenemend belangvan importziekten wordt aangeraden H. canis als differentiaaldiagnose te overwegen bij dieren diein endemische gebieden hebben verbleven.
Volledige tekst: 
PP 69-74
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 63-68

Titel: 
Chirurgische excisie van een branchiale cyste bij een hond
Auteur(s): 
J. DHONT, A. FURCAS, E. VANDERVEKENS, I. POLIS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een zes jaar oude, vrouwelijke, gecastreerde cavalier king charles werd aangeboden voor verderonderzoek en behandeling van een recidiverende zwelling ter hoogte van de linkerkaakregio. Opbasis van een klinisch en echografi sch onderzoek werd de waarschijnlijkheidsdiagnose van eensialocele van de linkerparotisspeekselklier gesteld. Er werd besloten tot chirurgische excisie van despeekselklier. Tijdens de chirurgie werd een cysteus proces van de parotisspeekselklier, verbondenmet een meer ventraal gelegen cyste, gevisualiseerd. Zowel de parotisspeekselklier als de ventralecyste werd vrijgeprepareerd en verwijderd. Op basis van een histopathologisch onderzoek vanhet verwijderde weefsel werd de diagnose van een branchiale cyste gesteld. Afgezien van eengedeeltelijke facialisparalyse de eerste dag postoperatief, verliep het herstel vlot. Tot op heden,inmiddels meer dan een jaar postoperatief, werd geen recidief vastgesteld.
Volledige tekst: 
pp 63-68
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 59-62

Titel: 
Cutane neosporose bij een volwassen hond in België
Auteur(s): 
T. DE SCHUYTER, H.E.V. DE COCK, P. LEMMENS
Samenvatting: 
Een twaalf jaar oude, vrouwelijke, gesteriliseerde greyhound werd aangeboden met ulceratievenodulaire letsels, algemene zwakte en pijn. De hond werd op dat moment behandeld met prednisolonevoor een vermoedelijke diagnose van cervicale discus hernia. Op het microscopisch onderzoek van eenfi jnenaaldaspiratie-biopt van de nodulaire letsels werden protozoaire tachyzoïeten gezien. Het immunohistochemischonderzoek bevestigde de diagnose van Neospora caninum-infectie. Een behandeling metclindamycine en de stopzetting van een immunosuppressieve behandeling leidden tot volledig herstel. Ditartikel beschrijft het eerste geval van cutane neosporose in België.
Volledige tekst: 
pp 59-62
Casuïstiek(en)

82 (4) pp 217-224

Titel: 
Losse processus coronoïdeus van de elleboog bij een tien jaar oude Tervuerense herder
Auteur(s): 
C. BRIELS, J. SAUNDERS, K. VERMOTE, I. POLIS, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
In deze casus wordt de aanwezigheid van een losse processus coronoïdeus bij een tien jaar oude,mannelijke Tervuerense herder beschreven. Het signalement is atypisch, aangezien deze aandoeningvoornamelijk jonge honden treft en ze minder frequent bij Tervuerense herders voorkomt. Dehond vertoonde unilaterale kreupelheid aan de linkervoorpoot die over een periode van negenmaanden geleidelijk was toegenomen. Dankzij verder orthopedisch en radiografi sch onderzoek koneen defi nitieve diagnose van een losse processus coronoïdeus worden gesteld. Naast de afwijkendevorm van de mediale processus coronoïdeus en erge osteosclerose was er slechts milde artrose op temerken, wat men niet zou verwachten bij een oudere hond met een chronisch probleem. Bovendienwas het probleem unilateraal aanwezig, terwijl een losse processus coronoïdeus zich vaak bilateraalmanifesteert. Met behulp van artroscopie kon men het gewricht inspecteren en werd het aanwezigelosse fragment met succes verwijderd. In een groot deel van de gevallen blijven oudere dieren na deingreep manken, maar in dit geval gaf de ingreep aanleiding tot een duidelijke klinische verbeteringen de hond werd opnieuw mankvrij.
Volledige tekst: 
pp 217-224
Casuïstiek(en)

82 (4) pp 211-216

Titel: 
Traumatische atlanto-occipitale subluxatie en craniale cervicale blokwervels bij een steenarend (Aquila chrysaetos)
Auteur(s): 
E. FRAGA-MANTEIGA, K. EATWELL, S. SMITH, E. MANCINELLI, T. SCHWARZ
Samenvatting: 
Een steenarend (Aquila chrysaetos) werd onderzocht voor evenwichtsproblemen die ontstaan warenna trauma door een harde landing tijdens de fi tnesstraining. Met magnetische resonantie en computertomografie werd een chronische atlanto-occipitale subluxatie aangetoond met een craniodorsale verplaatsingvan de atlas (atlanto-occipitale overlapping) en secundair een dynamische compressie van dehersenstam en het ruggenmerg. Bovendien werd een malunion van een oudere fractuur gezien met fusievan C1 en C2. De vogel werd geëuthanaseerd omwille van de klinische achteruitgang en een slechteprognose.
Volledige tekst: 
pp 211-216
Casuïstiek(en)

Pagina's