Casuïstiek(en)

Nederlands

81 (4) pp 224-228

Titel: 
Co-infectie met Mycoplasma haemofelis en ‘Candidatus Mycoplasma haemominutum’ bij een kat met immuungemedieerde hemolytische anemie in België
Auteur(s): 
C. VAN GEFFEN
Samenvatting: 
Een jonge, mannelijke huiskat werd aangeboden voor zwakte en anorexia die reeds twee dagen aanhielden.Op klinisch onderzoek werden bleke slijmvliezen gezien, veroorzaakt door erge, regeneratieve,Coombs’ positieve, hemolytische anemie. Een bloeduitstrijkje toonde epicellulaire organismen aan, compatibelmet Mycoplasma (vroeger bekend als Haemobartonella felis). Real-time polymerase chain reaction(RT-PCR) op EDTA-bloed identificeerde deze organismen als Mycoplasma haemofelis en ‘CandidatusMycoplasma haemominutum’. Ondanks de blijvende aanwezigheid van de organismen in het bloed,reageerde de kat goed op antibioticatherapie met doxycycline, samen met een immunosuppressieve dosiscorticosteroïden.
Volledige tekst: 
pp 224-228
Casuïstiek(en)

81 (4) pp 216-223

Titel: 
Eosinophilic bronchopneumonia in a Cavalier King Charles spaniel
Auteur(s): 
S. OPDENAKKER, E. VAN DER VEKENS, M. JENNES, V. BAVEGEMS
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een hond met eosinofiele bronchopneumonie besproken. De hond werdop consultatie aangeboden op de Vakgroep Geneeskunde en Klinische Biologie van de KleineHuisdieren van de Faculteit Diergeneeskunde te Merelbeke, met de klacht van hoesten enbenauwdheid. Op basis van het signalement, de anamnese, het klinisch onderzoek, bloedonderzoeken radiografisch onderzoek werd een vermoedelijke diagnose van Pneumocystis carinii gesteld. Dehond werd behandeld met trimethoprim-sulfadiazine. Omdat er geen verbetering optrad, werd eenbronchoalveolaire lavage uitgevoerd en werd de serum IgG- en IgM- concentratie bepaald. Hetcytologisch onderzoek van de bronchoalveolaire lavage toonde zeer veel eosinofielen. Het IgG bleekbinnen de normaalwaarden te vallen en het IgM was sterk verhoogd. Hierdoor kon besloten wordendat de hond niet aan pneumocystosis leed en de definitieve diagnose van eosinofielebronchopneumonie werd gesteld. Prednisolone werd aan de therapie toegevoegd. De hond werd meteen therapie van trimethoprim-sulfadiazine en een prednisolone-afbouwschema naar huis gestuurd.Op controle, zes weken later, hoestte de hond nog maar af en toe en nog eens drie maanden later wasde patiënt hoestvrij.
Volledige tekst: 
pp 216-223
Casuïstiek(en)

81 (4) pp 211-215

Titel: 
Osteochondritis dissecans of the knee in a German shepherd dog
Auteur(s): 
M. FRANÇOIS, D. VAN VYNCKT, J. SAUNDERS, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Kreupelheid ten gevolge van orthopedische problemen in de achterhand komt frequent voor bijde hond. De belangrijkste oorzaak van manken bij jongvolwassen dieren van grote hondenrassenis heupdysplasie. Indien het probleem zich in de knie situeert, dan moet naast patellaluxatie envroege voorste kruisbandrupturen steeds aan osteochondritis dissecans gedacht worden. Aan dehand van een klinisch geval van osteochondritis dissecans bij een jonge Duitse herder worden dediagnostische bevindingen en de behandeling geïllustreerd.
Volledige tekst: 
pp 211-215
Casuïstiek(en)

81 (5) pp 298-302

Titel: 
Intracranial oligodendroglioma with optic nerve infiltration in a Labrador retriever
Auteur(s): 
R. JEURING, K. VAN DRIESSCHE, L. BOSSELER, C. DE VRIES, A. VANHAESEBROUCK, I. GIELEN, A. OEVERMANN, K. CHIERS
Samenvatting: 
Een gecastreerde labrador retriever van zeven jaar oud werd aangeboden met klachten van abnormaal gedragen een verminderd zicht. Op neurologisch onderzoek werd blindheid van het linkeroog gediagnosticeerdsamen met een abnormaal bewustzijn. Bloedonderzoek en onderzoek van het cerebrospinaal vocht toonden geenafwijkende waarden. Op MRI werd een massa gelokaliseerd ter hoogte van de thalamus, de hypothalamus ende nucleus caudatus. Ook de linkernervus opticus leek betrokken in dit proces. Na een palliatieve behandelinggedurende 38 dagen werd de hond geëuthanaseerd en er werd een autopsie uitgevoerd. Hierbij werd een witte,zachte, uitpuilende, niet-omkapselde massa van 2 cm waargenomen. Deze massa was gelokaliseerd in de wittestof van de ventrale thalamusregio, dicht bij het chiasma opticum, en strekte zich uit langs de linkernervus opticus.Op histologisch onderzoek hadden de neoplastische cellen het uitzicht van “spiegeleieren”. Tussen dezecellen werden veel reactieve astrocyten waargenomen bij immunohistochemie. Het gezwel werd gediagnosticeerdals een astrocytenrijk oligodendroglioma graad II met invasieve groei in de linkernervus opticus.
Volledige tekst: 
pp 298-302
Casuïstiek(en)

81 (5) pp 290-297

Titel: 
The use of intra-articular anesthesia as a diagnostic tool in canine lameness
Auteur(s): 
D. VAN VYNCKT, Y. SAMOY, L. MOSSELMANS, G. VERHOEVEN, F. VERSCHOOTEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Manken bij de hond is soms moeilijk te lokaliseren omwille van weinig uitgesproken pathologischeveranderingen of onduidelijke klinische symptomen. Intra-articulaire anesthesie wordt voorgesteld als eendiagnostisch middel om het manken te lokaliseren. Na een beschrijving van de voorbereiding, de technieken de punctieplaatsen, wordt een overzicht gegeven van een reeks patiënten aangeboden met verschillendegewrichtsproblemen. De studie gaf aan dat intra-articulaire anesthesie toepasbaar was in ieder gewricht,zolang de clinicus ervaring had en de honden gesedeerd waren. De intra-articulaire anesthesie was positiefin 87% van de gevallen en problemen aan het ellebooggewricht, meer bepaald een losse processus coronoideus,was de grootste indicatie voor intra-articulaire anesthesie.
Volledige tekst: 
pp 290-297
Casuïstiek(en)

81 (5) pp 283-289

Titel: 
Complications in the diagnosis of OCD and LPC of the elbow in a young Dogue de Bordeaux
Auteur(s): 
I.COMEYNE, E. COPPIETERS, I. GIELEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Deze casus gaat over een bordeaux dog van 14 maanden oud met osteochondritis dissecans (OCD)en losse processus coronoideus (LPC). Wat betreft ras en leeftijd is dit een heel typisch geval van elleboogdysplasie.Bijzonder waren echter de verschillende stappen die nodig waren om tot een definitievediagnose te komen. De hond werd aangeboden met klachten van acuut progressief manken.Op basis van het klinisch en radiografisch onderzoek werd de vermoedelijke diagnose van bilateraleLPC gesteld. Tijdens artroscopie konden geen duidelijke primaire letsels vastgesteld worden.Wegens persisterend manken werd een computed tomografisch onderzoek uitgevoerd, waarbij in derechterelleboog een OCD-letsel gezien werd en in de linker een fissuur. Via een tweede artroscopiewerden uiteindelijk beide ellebogen behandeld met goed resultaat. Deze casus toont aan dat de artroscopischeinspectie van de elleboog steeds grondig dient te gebeuren, zeker voor de detectie vanOCD en fissuren omdat beide letsels soms moeilijk zichtbaar zijn.
Volledige tekst: 
pp 283-289
Casuïstiek(en)

81 (6) pp 364-372

Titel: 
Paraprostatic cyst with urothelial lining in a dog
Auteur(s): 
L. CICCHELERO, S. HUYGHE, K. CHIERS, V. VOLCKAERT, S. MELIS, D. PAEPE, A. FURCAS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een geïnfecteerde paraprostaatcyste met oorsprong in het prostaatparenchym werdgediagnosticeerd bij een zeven jaar oude, mannelijke, intacte Amerikaanse staffordshireterriër dieaangeboden werd met dysurie. De diagnose werd gesteld aan de hand van de anamnese, het lichamelijken echografisch onderzoek, het bacteriologisch onderzoek, het uitgebreid histopathologisch onderzoeken een DNA-test. De behandeling bestond uit het chirurgisch verwijderen van een groot deel van decyste, omentalisatie van het restant gecombineerd met castratie en antibioticumtherapie.Immunohistochemische kleuringen toonden aan dat de cyste een urotheliale aflijning had. Een DNAtestsloot het persisterende-gang-van-Müller-syndroom (PMDS) uit. De cyste had een open verbindingmet de urethra en ontstond vermoedelijk uit een embryonaal restant ter hoogte van de prostaat.De hond herstelde vlot van de ingreep maar de dysurie en incontinentie persisteerden. Bij decontrole vier maanden postoperatief werd echografisch een nieuwe paraprostaatcyste aangetoond.Uit de echobegeleide punctie bleek de cyste geïnfecteerde urine te bevatten.
Volledige tekst: 
pp 364-372
Casuïstiek(en)

81 (6) pp 357-363

Titel: 
Unilateral sino-orbital and subcutaneous aspergillosis in a cat
Auteur(s): 
J. DECLERCQ, L. DECLERCQ, S. FINCIOEN
Samenvatting: 
Een jonge kattin werd na een periode van niezen en conjunctivitis aangeboden voor onderhuidsezwellingen op de linkerzijde van de kop en hyperemische conjunctiva met protrusie van het derdeooglid. Het onderzoek van de mondholte toonde een zwelling aan labiaal van de gebitselementen en inde pterygopalatine fossa. De linker submandibulaire lymfeknoop was opgezet. De kat niesde af en toemaar er was geen neusvloei. De huidletsels hadden een opvallende gele kleur. Het cytologisch onderzoekvan de huidzwelling toonde een pyogranulomateuze ontsteking aan met eosinofielen. Alleen een diepebemonstering bevatte representatief weefsel voor cytologisch, histopathologisch en mycologischonderzoek. Op basis van de morfologische kenmerken van de mycologische cultuur werd Aspergillussectie fumigatus gediagnosticeerd en met moleculaire technologie geïdentificeerd als Aspergillusviridinutans. De definitieve diagnose was sino-orbitale aspergillose met een uitgebreide subcutaneinvasie. Gezien het ernstig progressief verloop ondanks behandeling werd de kat geëuthanaseerd.
Volledige tekst: 
pp 357-363
Casuïstiek(en)

81 (6) pp 352-357

Titel: 
Mediastinal thymoma in a rabbit with recurrent bilateral exophthalmos
Auteur(s): 
G. STORMS, G. JANSSENS, R. DUCATELLE
Samenvatting: 
Een acht jaar oud, mannelijk, gecastreerd, middenslagkonijn werd aangeboden met een bilaterale, intermitterende en stressgerelateerde exoftalmie. Op de thoraxradiografieën was een massa zichtbaar in het craniale mediastinum. Het konijn werd kort daarna geëuthanaseerd omwillevan ernstige ademhalingsproblemen. Tijdens het pathologisch onderzoek werd een grote, goed omschreven, niervormige massa aangetroffen craniaal van het hart, zonder macroscopische afwijkingen aan andere organen. Op histologisch onderzoek waren zowel kleine als middelgroteronde cellen aanwezig, ingebed in een fijn reticulair stroma. Het cytoplasma van de tumorcellen kleurde positief aan voor cytokeratine, wat de diagnose van thymoma bevestigde en een lymfoma uitsloot.
Volledige tekst: 
pp 352-357
Casuïstiek(en)

81 (1) pp 32-37

Titel: 
Hyperestrogenism in a female Chihuahua puppy
Auteur(s): 
J. DE LOOR, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
Een vrouwelijke intacte chihuahuapup van vier maanden oud werd aangeboden met als klachtvulvazwelling en seksueel rijgedrag op een speelgoedbeer. Beide klachten waren reeds aanwezig vanaf 9-10weken ouderdom. Tijdens het consult viel op dat de pup ook sterk opgezette melkklieren vertoonde. Devolgende differentiaaldiagnose werd vooropgesteld: gonadotropineonafhankelijke (perifere) vroegtijdigepuberteit (of vroegtijdige pseudopuberteit) ten gevolge van een exogene opname van oestrogenen, ofwelinterseksualiteit. De eerste mogelijkheid leek het meest waarschijnlijk gezien de eigenares het gezicht en deschouders dagelijks met oestrogenengel insmeerde. Er werd aangeraden om het contact van de pup met deoestrogenengel te vermijden. Deze behandeling leverde gunstige resultaten op na een periode van tweemaanden, met zelfs het compleet verdwijnen van de klachten vier maanden na het initiële consult.
Volledige tekst: 
pp 32-37
Casuïstiek(en)

Pagina's