Casuïstiek(en)

Nederlands

81 (6) pp 352-357

Titel: 
Mediastinal thymoma in a rabbit with recurrent bilateral exophthalmos
Auteur(s): 
G. STORMS, G. JANSSENS, R. DUCATELLE
Samenvatting: 
Een acht jaar oud, mannelijk, gecastreerd, middenslagkonijn werd aangeboden met een bilaterale, intermitterende en stressgerelateerde exoftalmie. Op de thoraxradiografieën was een massa zichtbaar in het craniale mediastinum. Het konijn werd kort daarna geëuthanaseerd omwillevan ernstige ademhalingsproblemen. Tijdens het pathologisch onderzoek werd een grote, goed omschreven, niervormige massa aangetroffen craniaal van het hart, zonder macroscopische afwijkingen aan andere organen. Op histologisch onderzoek waren zowel kleine als middelgroteronde cellen aanwezig, ingebed in een fijn reticulair stroma. Het cytoplasma van de tumorcellen kleurde positief aan voor cytokeratine, wat de diagnose van thymoma bevestigde en een lymfoma uitsloot.
Volledige tekst: 
pp 352-357
Casuïstiek(en)

81 (1) pp 32-37

Titel: 
Hyperestrogenism in a female Chihuahua puppy
Auteur(s): 
J. DE LOOR, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
Een vrouwelijke intacte chihuahuapup van vier maanden oud werd aangeboden met als klachtvulvazwelling en seksueel rijgedrag op een speelgoedbeer. Beide klachten waren reeds aanwezig vanaf 9-10weken ouderdom. Tijdens het consult viel op dat de pup ook sterk opgezette melkklieren vertoonde. Devolgende differentiaaldiagnose werd vooropgesteld: gonadotropineonafhankelijke (perifere) vroegtijdigepuberteit (of vroegtijdige pseudopuberteit) ten gevolge van een exogene opname van oestrogenen, ofwelinterseksualiteit. De eerste mogelijkheid leek het meest waarschijnlijk gezien de eigenares het gezicht en deschouders dagelijks met oestrogenengel insmeerde. Er werd aangeraden om het contact van de pup met deoestrogenengel te vermijden. Deze behandeling leverde gunstige resultaten op na een periode van tweemaanden, met zelfs het compleet verdwijnen van de klachten vier maanden na het initiële consult.
Volledige tekst: 
pp 32-37
Casuïstiek(en)

81 (1) pp 24-30

Titel: 
Thymoma-associated exfoliative dermatitis in a cat
Auteur(s): 
D. PELSMAEKERS, S. VANDENABEELE, I. CASTELIJNS, K. VANDERPERREN, T. BOSMANS, L. STEGEN, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een mannelijke, gecastreerde Europese korthaar van 10 jaar werd aangeboden met huidklachten.Schilfering, alopecie en jeukgedrag waren aanwezig. Het dermatopathologisch onderzoek toonde een interfacedermatitis met een gering aantal apoptotische keratinocyten, een murale lymfocytaire folliculitis en deafwezigheid van sebumklieren. Deze huidveranderingen kunnen voorkomen als een paraneoplastischsyndroom veroorzaakt door een thymoma. Radiografie van de borstholte bevestigde de aanwezigheid van eenmassa in het craniale mediastinum. Via een sternale thoracotomie werden een grote tumor en twee kleinegezwellen verwijderd. Histopathologisch onderzoek van de massa’s toonde aan dat het wel degelijk ging omlymfocytrijk thymoma. De kat vertoonde een snelle en sterke verbetering van de huidletsels. Twee maandenpostoperatief was er een heropflakkering van de exfoliatieve dermatitis die in regressie werd gebracht met eendexamethasonekuur. Tijdens de laatste follow-up, 6 maanden postoperatief, vertoonde de kat nog slechtsgeringe schilfering en was hij volledig jeukvrij zonder medicatie.
Volledige tekst: 
pp 24-30
Casuïstiek(en)

81 (1) pp 17-23

Titel: 
Anesthesie voor de correctie van een persisterende ductus arteriosus via chirurgie of transarteriële occlusie bij de hond
Auteur(s): 
M. GOZALO-MARCILLA, C. J. SEYMOUR, S. SCHAUVLIEGE, T. BOSMANS, F. GASTHUYS
Samenvatting: 
Persisterende ductus arteriosus (PDA) is een van de meest voorkomende congenitale hartafwijkingen bij dehond. Chirurgische ligatie (SL) en transarteriële occlusie (TO) zijn in de diergeneeskunde twee mogelijkebehandelingen en vereisen algemene anesthesie. Bij twee honden van vier maanden oud werd onder algemeneanesthesie een PDA behandeld, één via SL en de ander via TO. Twee verschillende anesthesie- en analgesieprotocols,gekozen om potentiële complicaties te voorkomen, werden gebruikt. Deze casereport beschrijft twee mogelijkebenaderingen voor de anesthesie van honden voor correctieve PDA-chirurgie (SL en TO).
Volledige tekst: 
pp 17-23
Casuïstiek(en)

81 (1) pp 11-15

Titel: 
Treatment of equine degenerative joint disease with autologous peripheral blood-derived mesenchymal stem cells: a case report
Auteur(s): 
J. H. SPAAS, M. OOSTERLINCK, S. BROECKX, M. DUMOULIN, J. SAUNDERS, A. VAN SOOM, F. PILLE, G. R. VAN DE WALLE
Samenvatting: 
Een vijfjarige Duitse warmbloedhengst die chronisch mank was ten gevolge van een degeneratieve aandoeningin het kroongewricht en die geen verbetering vertoonde na conservatieve therapieën, werd behandeld met autologemesenchymale stamcellen (MSC). Deze MSC werden geïsoleerd uit het perifeer bloed van de patiënt en 2,5 miljoenvan deze cellen werden in het gewricht geïnjecteerd, tweemaal met een interval van acht weken. De positieve evolutiena behandeling werd gedocumenteerd aan de hand van een klinische evaluatie en objectieve drukplaatanalysen.In dit artikel wordt voor de eerste maal het gebruik van perifeer bloed beschreven als bron van MSC voor hetbehandelen van een degeneratieve gewrichtsaandoening bij een paard.
Volledige tekst: 
pp 11-15
Casuïstiek(en)

82 (1) pp 31-37

Titel: 
Acute hemorrhagic syndrome by bracken poisoning in cattle in Belgium
Auteur(s): 
E. PLESSERS, B. PARDON, P. DEPREZ, P. DE BACKER, S. CROUBELS
Samenvatting: 
In augustus 2007 vertoonden twee Belgisch witblauwe koeien na drie maanden weidegang hoge koorts(41,4°C), epistaxis, melena, bloedingen ter hoogte van de huid, een stijve gang en rode letsels op de uier.Het bloedonderzoek toonde ernstige pancytopenie aan en blauwtongvirus serotype 8 werd aangetoondvia PCR. Ondanks een bloedtransfusie en een ondersteunende behandeling stierven beide dierenbinnen de zes dagen na aanvang van de symptomen. Op autopsie werd een uitgesproken beeld van eenbloedstollingsstoornis aangetoond. Bij inspectie van de weide één week later konden veel jonge bladerenvan adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) worden waargenomen. De stijve gang en de rode letsels op deuier waren sterk indicatief voor blauwtongvirusinfectie, terwijl de andere symptomen overeenkwamenmet een acute adelaarsvarenintoxicatie (acuut hemorragisch syndroom). Dit voorval toont aan dat het ookin België, waar de densiteit van adelaarsvarens over het algemeen relatief laag is, van belang is om weidengrondig te inspecteren op de aanwezigheid van jonge adelaarsvarens.
Volledige tekst: 
pp 31-37
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 87-90

Titel: 
Spontane bloedingen bij een pasgeboren kalf met persisterende BVDV1b-infectie
Auteur(s): 
J. LAUREYNS, B. PARDON, A. B. CAIJ, S. SARRAZIN, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Een kalf vertoonde op zijn tweede levensdag huidbloedingen en werd doorverwezen naar de kliniekonder verdenking van boviene neonatale pancytopenie (BNP). Hematologisch onderzoek toonde extremetrombocytopenie, matige anemie, maar geen leukopenie aan. Een PCR-test op gehepariniseerd bloed waspositief voor het boviene virale diarreevirus (BVDV), net als bij twee BVDV-antigeen ELISA’s op bloeddie drie en tien weken later genomen werden. Niet-cytopathogeen BVDV-type 1b werd geïsoleerd uit hetbloed. Alhoewel het kalf herstelde van de bloedingen en gezond bleef, werd het wegens de persisterendeBVDV-infectie geëuthanaseerd op de leeftijd van elf weken. Op basis van de anamnese kon BNPuitgesloten worden uit de differentiaaldiagnose. Deze casus toont aan dat het bloedingssyndroom nietuitsluitend het gevolg is van besmetting met BVDV-type 2 en dat de klinische verschijnselen bij metBVDV1b besmette neonatale kalveren identiek kunnen zijn aan deze bij BNP.
Volledige tekst: 
pp 87-90
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 81-86

Titel: 
Leiomyomata van salpinx en baarmoeder bij merries
Auteur(s): 
H.M. NELIS, B. LEEMANS, C. DE VRIES, M. HOOGEWIJS, K. CHIERS, J. GOVAERE
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een geval beschreven van een baarmoederleiomyoma bij een 17 jarige, chronischinfertiele selle-françaismerrie. De massa werd verwijderd door transendoscopische elektrocoagulatie. Indezelfde periode werden in een slachthuis 725 merries gecontroleerd op solide salpinx- en baarmoedermassa’s.Er werd in twee baarmoeders en in één salpinx een massa aangetroffen bij drie verschillendemerries. Histologisch en immunohistochemisch onderzoek toonde een leiomyoma aan in de vier bovengenoemdegevallen. Voor zover de auteurs weten, wordt in dit artikel het eerste geval van een leiomyomain de salpinx van een merrie beschreven.
Volledige tekst: 
pp 81-86
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 75-80

Titel: 
Iatrogene trachearuptuur bij een Britse korthaar
Auteur(s): 
A.L. SAUERMANN, A. RUBIO-GUZMAN, T. BOSMANS, K. VANDERPERREN, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Trachearuptuur is een zeldzame aandoening bij katten die meestal iatrogeen ontstaat. In dezecasuïstiek wordt een cervicale trachearuptuur bij een volwassen, mannelijke Britse korthaar meteen recente voorgeschiedenis van endotracheale intubatie beschreven. De kat werd aangeboden metextreem subcutaan emfyseem, een matige tot uitgesproken pneumothorax, een pneumomediastinumen een pneumoretroperitoneum. Hij vertoonde geen symptomen van dyspnee of hypoxie. Dedefi nitieve diagnose werd gesteld met tracheoscopie. De trachearuptuur werd chirurgischgecorrigeerd en de operatie verliep probleemloos. De kat herstelde snel na de operatie. Vier dagenpostoperatief werd de kat ontslagen uit de kliniek. Bij de controle, vijf weken later, verkeerde dekat in een uitstekende lichamelijke toestand en dit was ook vier maanden later nog steeds het geval.
Volledige tekst: 
pp 75-80
Casuïstiek(en)

82 (2) pp 69-74

Titel: 
Drie gevallen van Hepatozoon canis-infectie bij honden geïmporteerd uit Spanje
Auteur(s): 
D. CRIEL, A. VANDENBERGHE
Samenvatting: 
Deze casuïstiek beschrijft drie honden afkomstig uit Málaga (Spanje), met een Hepatozoon canisinfectie.De dieren werden bij een Belgische dierenarts aangeboden wegens koorts van onbekendeoorsprong. Op een bloeduitstrijkje werden talrijke gamonten van H. canis waargenomen in deneutrofiele granulocyten. De hond met de meest uitgesproken klinische klachten was bijkomendbesmet met Ehrlichia canis. In dit artikel worden de levenscyclus, klinische bevindingen, diagnostiek,behandelingsmogelijkheden en epidemiologie van H. canis besproken. Gezien het toenemend belangvan importziekten wordt aangeraden H. canis als differentiaaldiagnose te overwegen bij dieren diein endemische gebieden hebben verbleven.
Volledige tekst: 
PP 69-74
Casuïstiek(en)

Pagina's