Casuïstiek(en)

Nederlands

85 (6) pp 343

Titel: 
Het gebruik van therapeutische zachte verbandcontactlenzen bij de hond en de kat: een casusreeks van 41 gevallen
Auteur(s): 
S. M. BOSSUYT
Samenvatting: 
SAMENVATTINGDe doelstelling van dit overzicht was om, ondersteund door de literatuur, te illustreren in welkegevallen een zachte verbandcontactlens gebruikt kan worden bij de hond en de kat en hoe nuttig ze zijn.Het voordeel van contactlenzen werd bepaald door na te gaan hoe lang de contactlens in het oog bleefen of ze het comfort van de patiënt verbeterden. De gemiddelde tijd dat de lens in het oog bleef, was9,8 dagen (zowel bij de hond als de kat). Vroegtijdig verlies van de lens werd vastgesteld in een kleinaantal gevallen (7% ). De zachte verbandcontactlenzen verleenden comfort en bescherming ofwel inde aanvankelijke genezingsperiode, of tot het cornea ulcus (hoornvlieszweer) genezen was (in gevalvan een oppervlakkige zweer van het hoornvlies of een beperkt defect van het hoornvlies stroma) of totop het moment dat chirurgie plaatsvond (voor trichiasis, entropion). In gevallen van corneale dystrofiewerd een verbeterd comfort van de patiënt vastgesteld.
Volledige tekst: 
pp 343-348
Casuïstiek(en)

85 (5) pp 305

Titel: 
Congenitale cutane fibropapillomatose bij een warmbloedveulen
Auteur(s): 
E. VAN DE WATER, R. DE MOREE, H. DE COCK, T. PICAVET, A. MARTENS, M. OOSTERLINCK
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een zeldzaam geval van een congenitaal fibropapilloma op het voorhoofdvan een warmbloedveulen beschreven. Chirurgische excisie van de massa was succesvol en na negenmaanden nog steeds zonder recidief. Er werden geen andere abnormaliteiten bij het veulen vastgesteld.Morfologisch gezien betreft het letsel een fibro-epitheliaal type hamartoma van de huid. De fibreuzecomponent werd tot dusver enkel bij varkens beschreven. Alhoewel bij volwassen dieren fibropapilloma’svaak voorkomen en geassocieerd zijn met papillomavirusinfecties, werd zowel bij veulens alsbiggen voor de congenitale fibropapilloma’s nog geen virale oorzaak aangetoond. Ook in deze casuswaren geen histopathologische indicaties voor infectie met papillomavirus en kon evenmin de aanwezigheidvan papillomavirus-DNA aangetoond worden met PCR.
Volledige tekst: 
pp 305-308
Casuïstiek(en)

85 (5) pp 297

Titel: 
Traumatische hernia diafragmatica gecompliceerd met een tensiegastrothorax bij een hond
Auteur(s): 
L. GEERINCKX, E. VAN DER VEKENS, B. VAN GOETHEM, J.H. SAUNDERS
Samenvatting: 
Een tien maanden oude, mannelijke cavalierkingcharles-spaniël werd twee maanden naeen abdominaal bijttrauma aangeboden met inspiratoire dyspnee en positionele pijnklachten.Afwezige long- en hartgeluiden bij auscultatie van de linkerhemithorax deden traumatischehernia diafragmatica vermoeden. Radiografische opnamen bevestigden dit maar bijkomendwerd tympanie van de gehernieerde maag vastgesteld. Dit wordt tensiegastrothorax genoemden is steeds een acute levensbedreigende complicatie van de hernia. Omwille van de progressiefverergerende cardiorespiratoire toestand en het onvermogen om de maag te sonderen werdovergegaan tot een spoedoperatie. Via standaard chirurgische benadering werd de maaggeherpositioneerd en de traumatische hernia diafragmatica hersteld. Het postoperatief herstelverliep ongecompliceerd en één jaar na de operatie stelde de hond het nog steeds goed.
Volledige tekst: 
pp 297-304
Casuïstiek(en)

85 (5) 291

Titel: 
Multicentrisch B-cellymfoom bij een dwerggeit
Auteur(s): 
H. VERSNAEYEN, I. KOLKMAN, M. VAN AERT, S. RIBBENS, K. CHIERS, P. DEPREZ, B. PARDON
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een zes jaar oude, mannelijke dwerggeit met acute perifere lymfadenopathiebeschreven die initieel begon met opzetting van de inguinale lymfeknopen. Op het lichamelijkonderzoek werd ook zwelling van de retrofaryngeale, de boeg- en de inguinale lymfeknopen vastgesteld.Serologisch onderzoek naar boviene leukemie, capriene artritis-encefalitisvirus en caseuze lymfadenitiswas negatief. Cytologisch onderzoek van een dunnenaaldaspiraat van de prescapulaire lymfeknopentoonde multipele, grote lymfoblastische cellen. Vanwege de algemene klinische achteruitgang en slechteprognose werd besloten het dier te euthanaseren. Op autopsie werd een veralgemeende vergrotingvan de lymfeknopen waargenomen. Na histologisch en immunohistochemisch onderzoek van delymfeknopen werd deze neoplasie als een multicentrisch B-cellymfoom gekarakteriseerd.
Volledige tekst: 
pp 291-296
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 215

Titel: 
Flexorenthesopathie bij een Italiaanse cane corso: diagnostische bevindingen en resultaat na behandeling
Auteur(s): 
L. STAMMELEER, E. DE BAKKER, E. STOCK, V. DEHUISSER, I. GIELEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Flexorenthesopathie is een elleboogaandoening die voornamelijk bij volwassen hondenmankheid veroorzaakt. In deze casus wordt de evolutie van primaire flexorenthesopathie oplange termijn besproken bij een Italiaanse cane corso. Deze hond werd op 1,5 jarige leeftijdgediagnosticeerd met bilaterale primaire flexorenthesopathie. De diagnose werd gesteld op basisvan verschillende beeldvormingstechnieken, i.e. radiografie, computertomografie en artroscopie.De behandeling bestond uit het herhaaldelijk injecteren van het gewricht met methylprednisoloneacetaaten had telkens een tijdelijk effect van enkele maanden en leidde uiteindelijk tot eenacceptabele mobiliteit. Radiografisch was er na vier jaar een duidelijke toename in grootte vande calcificatie en een toename van artrose in het gewricht.
Volledige tekst: 
pp 215-220
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 206

Titel: 
Behandeling van een chronische huidwonde bij een hond via negatieve druktherapie
Auteur(s): 
S. LIPPENS, A. FURCAS, M. OR, B. VAN GOETHEM, I. POLIS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vier jaar en acht maanden oude whippet werd aangeboden met een chronische huidwonde ter hoogte van het mediale aspect van de rechterelleboog. Wegens de chroniciteit van de wonde werd het wondbed eerst zorgvuldig gedebrideerd en nadien behandeld met negatieve druktherapie. Deze relatief nieuwe techniek in de diergeneeskunde biedt allerlei voordelen die het genezingsproces van een chronische wonde ten goede komen. In de huidige casus leidde de negatieve druktherapie in eerste instantie tot de snelle ontwikkeling van een mooi granulatiebed. Om een optimaal eindresultaat te bekomen werd daaropvolgend gebruik gemaakt van een autologe huidtransplantatie (“full-thickness mesh graft”), die eveneens onder negatieve druktherapie werd geplaatst. Dit zorgde, ondanks de lastige lokalisatie van de wonde, voor een snelle aanhechting en optimale overleving van de huidgreffe. Na amper vier weken was de wonde nagenoeg volledig geheeld, terwijl ze eerder, ondanks allerlei behandelingen, gedurende meer dan twee maanden geen genezing vertoonde.
Volledige tekst: 
pp 206-2015
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 197

Titel: 
Feminisatie en ernstige pancytopenie veroorzaakt door testiculaire neoplasie bij een cryptorche hond
Auteur(s): 
D. PAEPE, L. HEBBELINCK, A. KITSHOFF, S. VANDENABEELE
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een paraneoplastisch syndroom beschreven veroorzaakt door een testistumorbij een tien jaar oude, cryptorche hond. Feminisatie en pancytopenie werden gezien als gevolg vande productie van oestrogenen door het testiculaire neoplastisch proces. De diagnose van testistumoren geassocieerde beenmergsuppressie werd gesteld door middel van echografie en bloedonderzoek,waarbij de oestrogeenbloedspiegel sterk gestegen was. Urineonderzoek toonde een urineweginfectieaan. De hond werd gecastreerd, kreeg een bloedtransfusie en werd behandeld met antibiotica. Na eeninitiële verbetering stierf de hond onverwacht, ongeveer drie weken na het stellen van de diagnose.In deze casus wordt benadrukt dat tekenen van feminisatie tijdig opgemerkt dienen te worden bij intacte,mannelijke honden en dit om erge, mogelijk irreversibele, hematologische gevolgen door beenmergsuppressiete vermijden. Electieve castratie van beide testes is sterk aangeraden bij dieren metcryptorchidie omdat neoplastische transformatie van de niet-afgedaalde testis kan optreden, mogelijkmet een fatale uitkomst.
Volledige tekst: 
pp 197-205
Casuïstiek(en)

85 (3) pg 163

Titel: 
Neusbloeden bij een zesjarig paard na fenylefrinebehandeling voor een dorsale colonverplaatsing over de milt-nierband
Auteur(s): 
P. KELLER, A. DUFOURNI, M. VAN DE VELDE, C. BAUWENS, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Left dorsal displacement of the large colon is a common cause of colic in horses. Treatmentconsists of surgery, rolling the horse under general anesthesia or intravenous administration ofphenylephrine. Treatment with phenylephrine, an α1-adrenergic drug, is often associated withsweating and trembling. Especially in horses of more than 15 years old, fatal hemorrhage mayoccur due to hemothorax or hemoperitoneum. Therefore, phenylephrine treatment is generallynot given in horses over 15 years of age. In this report, severe epistaxis in a six-year-old Quarterhorse is described after intravenous administration of 22.5 μg/kg BW phenylephrine, and it ishighlighted that hemorrhage may also occur in younger horses.
Volledige tekst: 
pp 163-166
Casuïstiek(en)

85 (3) pg 157

Titel: 
Complicaties na marsupialisatie van een arachnoïd diverticulum bij een rottweiler
Auteur(s): 
L. GEERINCKX, E. ROYAUX, I. GIELEN, S. BHATTI, M. TSHAMALA, L. VAN HAM
Samenvatting: 
Een jonge, mannelijke rottweiler werd aangeboden met neurologische symptomen die sindszijn geboorte aanwezig waren. De hond vertoonde hypermetrie op de voorhand, ataxie op deachterhand en zijn proprioceptie was achteraan duidelijk vertraagd. Computertomografischonderzoek na myelografie en een MRI-onderzoek toonden een lang dorsaal subarachnoïdaaldiverticulum aan, dat zich uitbreidde van craniaal C2 tot craniaal C5. Dit diverticulum veroorzaakteeen ruggenmergcompressie, die de neurologische symptomen verklaarde. De hond werdgeopereerd via een cervicale dorsale laminectomie, gevolgd door durotomie en marsupialisatie.Postoperatief waren er complicaties, waardoor de hond opnieuw geopereerd moest worden.Hierna was nog een vijftal dagen mechanische ventilatie nodig, waarna de hond weer zelfstandigkon ademen. De neurologische toestand van de hond verbeterde postoperatief geleidelijk. Hijherstelde volledig en deed het elf maanden postoperatief nog altijd goed.
Volledige tekst: 
pp 157-162
Casuïstiek(en)

85 (3) pg 141

Titel: 
Peritoneopericardiale hernia diafragmatica met eenmalige pericardiale effusie bij een beagle
Auteur(s): 
S. VAN DER MEEREN, V. BAVEGEMS, A. WILLEMS, ELKE VAN DER VEKENS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een mannelijke, gecastreerde beagle werd op vierjarige leeftijd aangeboden omwille van ascites,tachypnee, partiële anorexie en lethargie. Via radiografie, echocardiografie en computertomografiewerd de hond gediagnosticeerd met pericardiale effusie en een peritoneopericardialehernia diafragmatica, waarbij vermoedelijk enkel omentum was geherniëerd in het hartzakje.Een abdominocentese en pericardiocentese werden uitgevoerd. De peritoneopericardiale herniadiafragmatica werd niet chirurgisch gecorrigeerd, aangezien er na een eenmalige pericardiocentesegeen nieuwe pericardiale effusie ontstond en de patiënt het klinisch goed stelde. Tijdens hetcontrolebezoek, een half jaar na de pericardiocentese, was de patiënt actief en speels en was ernog steeds geen sprake van recidiverende pericardiale effusie.
Volledige tekst: 
pp 150-156
Casuïstiek(en)

Pagina's