Casuïstiek(en)

Nederlands

86 (5) pp 297-302

Titel: 
Klinische presentatie en magnetische resonantie bij een jonge hond met unilaterale hydrocefalus en een vermoeden van periventriculaire encefalitis
Auteur(s): 
R. SALGÜERO, I.N. PLESSAS
Samenvatting: 
Een vier maanden oude Engelse buldog werd aangeboden met klachten van acute facialespiertrekkingen, scheve kopstand en een abnormaal bewustzijn. Het neurologisch onderzoek wasindicatief voor een multifocale hersenaandoening. Het hematologisch en biochemisch onderzoekwas normaal. Magnetische resonantie van de hersenen onthulde een uitgesproken vergroting van delinker laterale ventrikel, met bijkomend een vergroting van het calvarium op dit niveau. Er warenook periventriculaire letsels op T2W- en FLAIR-beelden zichtbaar met een matige contrastopname.Analyse van het cerebrospinale vocht toonde matig gemengde, mononucleaire pleiocytose en hettesten op infectieziekten kwam negatief terug. De meest waarschijnlijke diagnose was unilateraleinterne hydrocefalus veroorzaakt door periventriculaire encefalitis. Ondanks de slechte prognose werdde patiënt succesvol behandeld met prednisolone en fenobarbital. Dit is de eerste beschrijving vanunilaterale hydrocefalus met vermoedelijke periventriculaire encefalitis bij een hond gediagnosticeerdmet behulp van MRI.
Volledige tekst: 
pp 297-302
Casuïstiek(en)

86 (5) pp 291-296

Titel: 
Acute instabiliteit van het ligamentum nuchae ten gevolge van cervicale neuromusculaire disfunctie bij een dressuurpaard
Auteur(s): 
J. BRUNSTING, P. SIMOENS, K. VERRYKEN, S. HAUSPIE, F. PILLE, M. OOSTERLINCK
Samenvatting: 
Een warmbloed-dressuurpaard (ruin) van tien jaar oud werd aangeboden met de klacht van acuteinstabiliteit van het ligamentum nuchae na vrije beweging in een paddock. Op basis van de klinischepresentatie, orthopedisch en neurologisch onderzoek, medische beeldvorming en elektromyografiewerd cervicale neuromusculaire disfunctie van de M. obliquus capitis caudalis aan de rechterzijdevan de hals vastgesteld. Conservatieve therapie met corticosteroïden in combinatie met oralesupplementatie van vitamine B1 en boxrust resulteerden na zes maanden in volledig herstel.
Volledige tekst: 
pp 291-296
Casuïstiek(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane hypothyroïdie bij een volwassen kat
Auteur(s): 
H. DE BOSSCHERE, E. KINDERMANS, E. BUELENS, N. GANTOIS
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een waarschijnlijkheidsdiagnose beschreven van een zeldzameendocriene aandoening bij een kat. Een zeven jaar oude, gecastreerde Europese korthaar werdaangeboden met lethargie, partiële anorexie en postprandiale hypersalivatie sinds drie dagen.Een verminderde lichamelijke activiteit en een slechte vachtkwaliteit met verhoogde haaruitvalwaren sedert een halfjaar aanwezig. De waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane, verworvenhypothyreoïdie werd gesteld aan de hand van gedaalde serumconcentraties van het totalethyroxine (TT4)- en vrije thyroxine (fT4)- gehalte en de gunstige respons op een therapeutischebehandeling. Niet-thyroïdale aandoeningen werden uitgesloten. Bijna twee jaar later stelde dekat het nog steeds goed en was ze volledig vrij van symptomen.
Volledige tekst: 
pp 250-255
Casuïstiek(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Reconstructie van de schedel van een hond met een titanium mesh na het verwijderen van een multilobulair osteochondrosarcoom
Auteur(s): 
A. DIERCKX DE CASTERLÉ, B. VAN GOETHEM, A. KITSHOFF, S.F.M. BHATTI, I. GIELEN, T. BOSMANS, H. DE COCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een elf jaar oude cavalier-king-charles-spaniël werd aangeboden met een grote massa centraal ophet schedeldak. Met behulp van computertomografie werd de intracraniale uitgebreidheid van het letselvastgesteld. Bioptname en histologisch onderzoek leidden tot de diagnose van een graad-1 multilobulairosteochondrosarcoom. Vermits dit een biologisch matig agressieve tumor is die traag groeit, denabijgelegen weefsels wegdrukt in plaats van te invaderen en deze laaggradige tumor slechts bij 30%van de patiënten metastaseert, werd besloten tot chirurgische resectie. Een ruime partiële craniëctomiewerd uitgevoerd, waarna het defect in het schedelbot werd gereconstrueerd met een specifiek daartoebestemde titanium mesh. Het huiddefect werd gesloten met een lokale huidflap. De marges werdenhistologisch beoordeeld en waren vrij van tumorcellen. Volledige chirurgische resectie van deze tumorkan resulteren in een lange overlevingstijd. De beschreven hond was ruim zeventien maanden na deoperatie nog steeds in leven, zonder aanwijzingen voor een lokaal recidief of metastasering.
Volledige tekst: 
pp 232-240
Casuïstiek(en)

86 (3) 162

Titel: 
Twee gevallen van feliene pyothorax: medicamenteuze versus chirurgische behandeling en geassocieerde uitdagingen
Auteur(s): 
F. GORRIS, S. FAUT, H. DE ROOSTER, E. VANDERVEKENS, T. BOSMANS, S. DAMINET, P. SMETS, D. PAEPE
Samenvatting: 
Pyothorax is een aandoening die niet vaak voorkomt bij katten. De onderliggende oorzaken enbehandelingskeuze variëren sterk naargelang het geval. In het voorliggende artikel worden twee uitdagendecasussen van pyothorax bij de kat besproken. In de eerste casus wordt een vrouwelijke, gesteriliseerdeEuropese korthaar van negen jaar met pyothorax ten gevolge van Bacteroides fragilis besproken.Bij presentatie van de kat op de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) werd bij het dier bovendienhet feliene immunodeficiëntie virus gediagnosticeerd. De pyothorax werd succesvol behandeld metmedicamenteuze therapie, maar de kat herviel drie maanden nadien en werd geëuthanaseerd. In detweede casus wordt een mannelijke, gecastreerde Britse korthaar van tien jaar beschreven, waarbij ophet cytologisch onderzoek van de pleurale effusie filamenteuze bacteriën geïdentificeerd werden. Dekat onderging een chirurgische ingreep, herstelde uiteindelijk goed en vertoonde geen tekenen vanrecidief tot twee maanden postoperatief. De uitdagingen bij het maken van belangrijke beslissingen ende complicaties tijdens de behandeling worden besproken.
Volledige tekst: 
pp 162-172
Casuïstiek(en)

86 (3) pp 155

Titel: 
Chirurgische behandeling van een sublinguale sialocoele (ranula) bij een kat
Auteur(s): 
W. VERHOEVEN, A. KITSHOFF , N. DEVRIENDT, V. DEHUISSER , H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een zeven jaar oude, mannelijke, gecastreerde, Europese korthaarmet een ranula beschreven. De patiënt werd aangeboden vanwege een sublinguale zwelling aande rechterkant die chirurgisch werd behandeld door middel van marsupialisatie en excisie vande mandibulaire en sublinguale speekselklieren. Histopathologisch onderzoek van de verwijderdeweefsels bevestigde de diagnose van een ranula en toonde de onopzettelijke resectie van derechter submandibulaire lymfeknopen. Vijf maanden na de ingreep werden er geen complicatiesof recidieven vastgesteld.
Volledige tekst: 
pp 155-161
Casuïstiek(en)

86 (2) pp 099

Titel: 
Ongebruikelijk voorkomen van een feochromocytoom en niet-geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta bij een yorkshireterriër
Auteur(s): 
B.Á. RODRIGUES, Q.G. GRANGEIRO, C. SCARANTO, G. KONRADT, M.V. BIANCHI, D. DRIEMEIER, J.L.R. RODRIGUES
Samenvatting: 
Een zes jaar oude, mannelijke yorkshireterriër werd aangeboden met acuut braken, anorexia, depressie,waterige diarree en plotse blindheid. Op basis van een transabdominaal uitgevoerd echografischonderzoek werd een prominent aneurysma van de abdominale aorta vastgesteld. Bij postmortemonderzoekwerden de aanwezigheid en de locatie van het aneurysma bevestigd. Bovendienwerd een feochromocytoom van de linkerbijnier vastgesteld dat betrokken was bij het aneurysma. Indeze casuïstiek wordt het uitzonderlijk voorkomen van een groot, niet-geruptureerd aneurysma vande abdominale aorta (AAA) samen met een feochromocytoom van de bijnier bij een mannelijke yorkshireterriërbeschreven.
Volledige tekst: 
pp 099-104
Casuïstiek(en)

85 (2) pp 093

Titel: 
Post-grooming furunculose bij een hond
Auteur(s): 
L. RUTTEN, P. SMETS, S. VANDENABEELE
Samenvatting: 
Een tien jaar oude, vrouwelijke, Europese korthaar werd aangeboden met klachten vanprogressief verergerende dyspnee, ademen met open muil en inspiratoire en expiratoirestridor. Met behulp van tracheoscopie met bioptname kon de histopathologische diagnosevan een intraluminaal tracheaal adenocarcinoma gesteld worden. Computertomografie (CT)toonde aan dat er geen metastasen waren, waarna tijdens dezelfde anesthesie werd overgegaantot excisie van de tumor. Omwille van de moeilijke hanteerbaarheid van de patiënt wasintraveneuze premedicatie niet mogelijk en gebeurde de inductie van de anesthesie aan dehand van een intramusculaire injectie met alfaxalone. De anesthesie werd verder onderhoudenmet twee verschillende protocollen: initieel werd gebruik gemaakt van een inhalatieanesthesie-protocol, waarbij isofluraan via een laryngeaal masker werd verdampt in 100% zuurstof viaeen cirkelsysteem, waarna er werd overgeschakeld naar totale intraveneuze anesthesie (TIVA)met alfaxalone tijdens de eigenlijke excisie van de tumor. Door het verwijderen van zeventrachearingen kon de tumor volledig verwijderd worden.
Volledige tekst: 
pp 93-98
Casuïstiek(en)

86 (2) pp 084

Titel: 
Alfaxalone TIVA bij de chirurgische excisie van een tracheaal adenocarcinoma bij een kat
Auteur(s): 
M. DEFLANDRE, T. BOSMANS, N. DEVRIENDT, H. DE ROOSTER, A. VAN CAELENBERG, I. GIELEN, I. POLIS
Samenvatting: 
Een tien jaar oude, vrouwelijke, Europese korthaar werd aangeboden met klachten vanprogressief verergerende dyspnee, ademen met open muil en inspiratoire en expiratoirestridor. Met behulp van tracheoscopie met bioptname kon de histopathologische diagnosevan een intraluminaal tracheaal adenocarcinoma gesteld worden. Computertomografie (CT)toonde aan dat er geen metastasen waren, waarna tijdens dezelfde anesthesie werd overgegaantot excisie van de tumor. Omwille van de moeilijke hanteerbaarheid van de patiënt wasintraveneuze premedicatie niet mogelijk en gebeurde de inductie van de anesthesie aan dehand van een intramusculaire injectie met alfaxalone. De anesthesie werd verder onderhoudenmet twee verschillende protocollen: initieel werd gebruik gemaakt van een inhalatieanesthesie-protocol, waarbij isofluraan via een laryngeaal masker werd verdampt in 100% zuurstof viaeen cirkelsysteem, waarna er werd overgeschakeld naar totale intraveneuze anesthesie (TIVA)met alfaxalone tijdens de eigenlijke excisie van de tumor. Door het verwijderen van zeventrachearingen kon de tumor volledig verwijderd worden.
Volledige tekst: 
pp 084-092
Casuïstiek(en)

86 (1) pp 40

Titel: 
Gelijktijdige uitbraken van verschillende avipoxvirussen bij humboldtpinguïns in dierenpark Planckendael en bij kippen van commerciële pluimveebedrijven in België
Auteur(s): 
V.R.A.P. REDDY, F. VERCAMMEN, I. TRUS, H.J. NAUWYNCK
Samenvatting: 
In de huidige studie worden de eerste uitbraak van een pinguïnpokkenvirus (PPV) bijhumboldtpinguïns (Spheniscus humboldti) en een aantal uitbraken van pluimveepokkenvirus (FPV)bij legkippen beschreven. Huidgezwellen zoals wratten werden waargenomen ter hoogte van de ogenbij vier jonge humboldtpinguïns en cutane nodulaire laesies op de kam, lellen en op onbevederde huidalsook rond de ogen van legkippen. Histopathologie (FPV en PPV), elektronenmicroscopie (PPV),virusisolatie (FPV) en PCR-amplificatie (FPV en PPV) bevestigden dat beide isolaten behoren tothet genus avipoxvirus (APV). Volgens de fylogenetische analyse van het P4b-kerneiwitgen kunnenenerzijds de Belgische humboldt PPV’s gegroepeerd worden met sequenties van vrije uitloop en wildevogelsoorten van de Verenigde Staten en Europa (99-100% homologie) en anderzijds alle BelgischeFPV-isolaten geclusterd worden met FPV-isolaten van kippen, kalkoenen, kanaries (scharrel- en wildedieren) en verzwakte levende vaccins uit de hele wereld (100% homologie).
Volledige tekst: 
pp 40-46
Casuïstiek(en)

Pagina's