Casuïstiek(en)

Nederlands

87 (4) pp 220

Titel: 
Multifocale osteomyelitis en abdominale abcesvorming bij een warmbloedveulen
Auteur(s): 
L. RASMUSSEN, K. VANDERPERREN, E. PAULUSSEN, G. VAN LOON, J. H. SAUNDERS, E. RAES
Samenvatting: 
Volgens de auteurs is dit de eerste casuïstiek waarin het simultane voorkomen wordt beschrevenvan multifocale osteomyelitis en abdominale abcesvorming veroorzaakt door Salmonella bij eenveulen met gewichtsverlies, diarree en koorts. Er was geen falen van het passieve immuunsysteemna de geboorte van het veulen. Radiografisch onderzoek toonde multifocale osteomyelitis (type P).In de bacteriële cultuur van het gewrichtsvocht werd Salmonella-species geïdentificeerd. Deantibioticatherapie werd afgestemd op de resultaten van het antibiogram, echter zonder klinischeverbetering. Abcessen ontwikkelden zich verder in de linkerdij en een Salter-Harrisfractuur type Ivan de linkerfemur werd vastgesteld. Er werd beslist om over te gaan tot euthanasie van het veulen.Postmortaal computertomografisch onderzoek toonde een grote massa in het caudale abdomen, dieuitliep tot in de regio van het linkerbekken en achterbeen. Er werden eveneens multifocale osteomyelitisaangetoond.Middels het pathologisch onderzoek werd de massa als een abces met verschillende fistelgangengeïdentificeerd. Postmortem bacteriologisch onderzoek toonde eveneens Salmonella-species aan.
Volledige tekst: 
pp 220-227
Casuïstiek(en)

87 (4) pp 216

Titel: 
Atypisch junctioneel melanocytoma met pagetoïde spreiding bij een jong paard
Auteur(s): 
L. SONCK, M. HASPENSLAGH, R. DUCATELLE
Samenvatting: 
Huidtumoren, met name melanocytaire tumoren, zijn frequent voorkomende neoplasieënbij het paard. In deze casus wordt een atypisch geval van een melanocytoma bij een bijnavijf jaar oude Andalusiër beschreven. Histopathologisch onderzoek toonde een opvallendeepidermale component bestaande uit multifocale tot miliaire nestjes van epitheloïde cellen. Dezewaren discontinu verspreid over alle lagen van de epidermis, inclusief de haarfollikelwand. Ditpatroon wordt ook pagetoïde spreiding of “buckshot pattern” genoemd en is een kenmerk vanverschillende humane tumoren waaronder melanoma’s, “Paget disease” en “Bowen’s disease”.Volgens de auteurs is de onderstaande casus de eerste beschrijving van pagetoïde spreiding vaneen equine melanocytaire tumor.
Volledige tekst: 
pp 216-219
Casuïstiek(en)

87 (4) pp 207

Titel: 
Diabetes mellitus en hypercortisolisme bij een kat
Auteur(s): 
E. ODENT, S. MARYNISSEN, E. STOCK, S. VANDENABEELE, I. VAN DE MAELE, S. DAMINET
Samenvatting: 
Een veertien jaar oude Perzische kat werd doorverwezen vanwege slecht gereguleerde diabetes mellitusondanks insulinebehandeling en een aangepast dieet. De kat vertoonde uitgesproken polyurie/polydipsie,een slechte vachtkwaliteit, stomatitis en zwakte op de achterhand. Op dat moment werd hij behandeldmet glargine insuline (0,75 IE/kg BID). Met behulp van een lage-dosis-dexamethasone-suppressie-test(LDDST) werd hypercortisolisme (HC) gediagnostiseerd. De kat werd bijkomend behandeld met trilostaneen één jaar later werd remissie van diabetes mellitus bekomen.Deze casuïstiek illustreert het belang van de diagnose van een onderliggende oorzaak van slechtgereguleerde diabetes mellitus. Ook al is hypercortisolisme zeldzaam bij katten, het is belangrijk deziekte bij deze gevallen in de differentiaaldiagnose op te nemen. Hypercortisolisme werd bij deze patiëntbehandeld met trilostane, resulterend in een goede levenskwaliteit.
Volledige tekst: 
pp 207-215
Casuïstiek(en)

87 (5) pp 201

Titel: 
De diagnose en behandeling van instabiliteit van de lumbosacrale wervelkolom ten gevolge van discospondylitis bij een hond
Auteur(s): 
E. ROYAUX, S. GUILHERME
Samenvatting: 
Een tien maanden oude, vrouwelijke hond van 40 kg werd doorverwezen omwille van erge pijndie niet verbeterde met pijnmedicatie. Neurologisch onderzoek toonde rugpijn aan in de lumbosacraleregio. De hond kon niet meer steunen op beide achterpoten door uitgesproken pijn. Met behulp vanradiografieën en magnetic resonance imaging werd de diagnose van lumbosacrale discospondylitisgesteld. Het bloed- en urine-onderzoek was positief voor Staphylococcus spp.. De hond werd gedurendetwee weken conservatief behandeld maar dit gaf geen beterschap. Dynamische radiografieën toondeneen subluxatie in flexie van S1 ten opzichte van L7 naar ventraal. Er werd een dorsale laminectomieuitgevoerd gevolgd door stabilisatie van L7-S1. Dit resulteerde in een snel en volledig herstel.Radiografieën die genomen werden zes en twaalf maanden postoperatief toonden de aanwezigheidvan uitgesproken osteolyse van L7 aan. Ondanks deze bevinding vertoonde de hond geen klinischesymptomen.
Volledige tekst: 
pp 201-206
Casuïstiek(en)

87 (3) pp 143

Titel: 
Mycobacterieel conjunctivaal granuloom bij een Chinese zaagbekeend (Mergus squamatus)
Auteur(s): 
B. GEBOERS, A. GARMYN, T. HELLEBUYCK, R. HAESENDONCK, L. BOSSELER, R. DUCATELLE, G. ANTONISSEN
Samenvatting: 
Een vijf jaar oude, vrouwelijke Chinese zaagbekeend werd aangeboden met een chronischeen wederkerende conjunctivitis van het linkeroog. Op klinisch onderzoek werden overvloedigetraanvloei en een kazig nodulair letsel vastgesteld ter hoogte van de palpebrale conjunctiva. Bijautopsie werd een kazig, necrotisch beleg waargenomen ter hoogte van de linkerconjunctiva ende infraorbitale sinus, en er waren multipele granulomen in diverse interne organen aanwezig.Histologisch onderzoek toonde granulomateuze splenitis, hepatitis, arteritis, fibrinonecrotiserendeenteritis, conjunctivitis en tevens amyloïdose van lever en milt aan. Bacteriologisch en moleculaironderzoek van de conjunctiva bij het levende dier toonde respectievelijk de aanwezigheid vaneen multiresistente Escherichia coli en Chlamydia psittaci aan. Deze bacteriën bleken vanondergeschikt pathogeen belang. Pre mortem werd echter geen cytologisch onderzoek of ziehlneelsen(ZN)-kleuring op de histologische coupe van het conjunctivabiopt uitgevoerd. Bovendienwerden pre mortem geen bijkomende onderzoeken, zoals bloedonderzoek en radiografie,uitgevoerd. De definitieve diagnose van een Mycobacterium avium-infectie ter hoogte van deconjunctiva en de inwendige organen werd pas bevestigd na autopsie door middel van een ZNkleuringen polymerasekettingreactie (PCR)- analyse. Lokale en systemische behandelingen metantimicrobiële producten, zoals fluoroquinolonen, tetracyclinen en aminoglycosiden, waren nietsuccesvol.
Volledige tekst: 
pp143-149
Casuïstiek(en)

87 (3) pp 139

Titel: 
Microsporum gypseum-infectie bij een paard met erge zomereczeem
Auteur(s): 
F. BOYEN, P. VAN ROOIJ, L. VANSTALLEN, B. FLAHOU, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Bij een paard met erge zomereczeem en een voorgeschiedenis van corticosteroïdebehandeling voordeze aandoening, werd een welomschreven, cirkelvormig letsel met witte korstvorming opgemerkt.De geofiele schimmel Microsporum gypseum werd geïsoleerd uit het letsel, waarna een vier wekendurende topicale behandeling met enilconazole werd gestart. Twee maanden na de behandeling washet letsel volledig hersteld. Deze case-report laat vermoeden dat zomereczeem in combinatie metsystemische corticosteroïdebehandeling als risicofactor kan optreden voor een dermatofyteninfectie.Verder wordt het belang van een correcte staalname, isolatie en identificatie van de oorzakelijke kiembediscussieerd.
Volledige tekst: 
pp 139-142
Casuïstiek(en)

87 (3) pp 134

Titel: 
Succesvolle behandeling van een solitaire simpele renale cyste bij een hond
Auteur(s): 
R. VAN DYCK, C. FINA, E. BURESOVA, D. PAEPE, H. DE WILDE, S. DAMINET
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een hond beschreven die doorgestuurd werd naar de vakgroep Kleine Huisdieren van de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) voor de behandeling en opvolging van een solitaire renale cyste. De cyste werd succesvol behandeld met echografisch begeleide drainage en percutane sclerotherapie. De initiële klachten van intermitterende lethargie verdwenen na de eerste behandeling. De hond werd gedurende vierentwintig maanden verder opgevolgd met renale echografie. Het uitzicht op echografie evolueerde van een ronde, anechogene, goed afgelijnde laesie tot een slecht afgelijnde, hyperechogene laesie.
Volledige tekst: 
pp 134-138
Casuïstiek(en)

87 (2) pp 093

Titel: 
Perifeer osteoma van de mandibula bij een kat
Auteur(s): 
J. VAN DUIJL, J.N. WINER, H. DE ROOSTER, B. ARZI
Samenvatting: 
Een zesjarige, mannelijke, gecastreerde kat werd aangeboden voor evaluatie van een orale massa.Op het lichamelijk onderzoek werd een grote harde massa opgemerkt aan de laterale kant van het caudaledeel van de linkermandibula. Abdominale echografie en computertomografie (CT) van de thoraxwerden uitgevoerd om metastasen uit te sluiten. Bijkomend werd een CT-scan van de schedel metintraveneuze contrastvloeistof genomen. Histopathologisch onderzoek van extraorale biopsieën bevestigdede waarschijnlijkheidsdiagnose van perifeer osteoma. Een driedimensionale (3-D), geprinteschedel in combinatie met CT-beelden werd gebruikt om de exacte locatie en omvang van de massa tebeoordelen en om alle belangrijke neurovasculaire structuren te kunnen onderscheiden. Chirurgischedebulking van het osteoma werd uitgevoerd. De kat herstelde zonder problemen, maar de massa kwamnegen maanden na debulking terug. Dat was eerder dan verwacht. Desondanks was de CT-scan van deschedel suggestiever voor terugkeer van het perifere osteoma dan voor een maligne transformatie. Deeigenaren kozen ervoor om niet verder te gaan met caudale mandibulectomie.
Volledige tekst: 
pp 093-098
Casuïstiek(en)

87 (2) pp 086

Titel: 
Intratumorale chemotherapie bij een plaveicelcarcinoom van de huid bij een valkparkiet (Nymphicus hollandicus)
Auteur(s): 
N. VAN HECKE, A. MARTEL, A. GARMYN, I. VAN DE MAELE, T. HELLEBUYCK, S. CROUBELS, R. DUCATELLE, G. ANTONISSEN
Samenvatting: 
Een acht jaar oude, vrouwelijke valkparkiet (Nymphicus hollandicus) werd aangeboden metklachten van anorexie, lethargie, een massa onderaan de vleugel en verkleuring van het vederkleed.Het lichamelijk onderzoek toonde een ulceratief nodulair letsel van de huid van ongeveer 4 cm³,ventromediaal op de vleugel ter hoogte van het propatagium en de humerus. Op een laterale enventrodorsale radiografie was er als enige afwijking hepatomegalie zichtbaar.Na een stabilisatieperiode werd er een chirurgische excisie van de tumor uitgevoerd. Uit het histopathologischonderzoek en de bacteriële cultuur van de chirurgisch verwijderde massa bleek de laesieeen integumentaal plaveicelcarcinoom te zijn, secundair bacterieel geïnfecteerd met Corynebacteriumsp. Vier weken postoperatief was de tumor gerecidiveerd. Een behandeling met chemotherapie werdopgestart, waarbij éénmaal per week carboplatine intratumoraal (1,5 mg/cm³) werd toegediend. Omwillevan de verdere tumorgroei na de tweede toediening van carboplatine werd de massa gereseceerdvoordat de volgende toediening van carboplatine plaatsvond. De vogel overleed echter tijdens de anesthesie.Histopathologisch en immunohistochemisch onderzoek toonde degeneratie van de tumor metintercellulair oedeem en vacuolisatie van de tumorcellen aan, ondanks de toenemende tumorgrootte.Vermoedelijk was dit het resultaat van de carboplatinetoediening. Verder onderzoek is nodig om dewerkzaamheid en veiligheid van de intratumorale toediening van carboplatine te bestuderen als behandelingsoptiebij vogels met een plaveicelcarcinoom van de huid.
Volledige tekst: 
pp 086-092
Casuïstiek(en)

87 (1) pp 30

Titel: 
Incisionele negatieve-druktherapie na voorpootamputatie bij een hond
Auteur(s): 
M.L. GO, N. VALLARINO, N. DEVRIENDT, B. VAN GOETHEM, I. POLIS, E. STOCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vier jaar oude, mannelijke, gecastreerde Duitse herder werd aangeboden met erg manken opde linkervoorpoot ten gevolge van een fibrosarcoma lateraal van de elleboog. Omdat een wijde excisievan de slecht omschreven tumor onmogelijk was, werd er besloten om een pootamputatie uit te voeren.Onmiddellijk postoperatief werd incisionele negatieve-druktherapie toegepast om het risico oppostoperatieve complicaties te minimaliseren. Over de incisielijn werd een PrevenaTM wondverbandaangebracht, verbonden met een negatieve-drukpomp ingesteld op een continue druk van -125 mmHg.Het verband werd 72 uur later verwijderd. Er traden geen complicaties op en de verdere heling verliepprobleemloos.
Volledige tekst: 
pp 30-36
Casuïstiek(en)

Pagina's