Casuïstiek(en) | Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift

Casuïstiek(en)

Nederlands

87 (3) pp 143

Titel: 
Mycobacterieel conjunctivaal granuloom bij een Chinese zaagbekeend (Mergus squamatus)
Auteur(s): 
B. GEBOERS, A. GARMYN, T. HELLEBUYCK, R. HAESENDONCK, L. BOSSELER, R. DUCATELLE, G. ANTONISSEN
Samenvatting: 
Een vijf jaar oude, vrouwelijke Chinese zaagbekeend werd aangeboden met een chronischeen wederkerende conjunctivitis van het linkeroog. Op klinisch onderzoek werden overvloedigetraanvloei en een kazig nodulair letsel vastgesteld ter hoogte van de palpebrale conjunctiva. Bijautopsie werd een kazig, necrotisch beleg waargenomen ter hoogte van de linkerconjunctiva ende infraorbitale sinus, en er waren multipele granulomen in diverse interne organen aanwezig.Histologisch onderzoek toonde granulomateuze splenitis, hepatitis, arteritis, fibrinonecrotiserendeenteritis, conjunctivitis en tevens amyloïdose van lever en milt aan. Bacteriologisch en moleculaironderzoek van de conjunctiva bij het levende dier toonde respectievelijk de aanwezigheid vaneen multiresistente Escherichia coli en Chlamydia psittaci aan. Deze bacteriën bleken vanondergeschikt pathogeen belang. Pre mortem werd echter geen cytologisch onderzoek of ziehlneelsen(ZN)-kleuring op de histologische coupe van het conjunctivabiopt uitgevoerd. Bovendienwerden pre mortem geen bijkomende onderzoeken, zoals bloedonderzoek en radiografie,uitgevoerd. De definitieve diagnose van een Mycobacterium avium-infectie ter hoogte van deconjunctiva en de inwendige organen werd pas bevestigd na autopsie door middel van een ZNkleuringen polymerasekettingreactie (PCR)- analyse. Lokale en systemische behandelingen metantimicrobiële producten, zoals fluoroquinolonen, tetracyclinen en aminoglycosiden, waren nietsuccesvol.
Volledige tekst: 
pp143-149
Casuïstiek(en)

87 (3) pp 139

Titel: 
Microsporum gypseum-infectie bij een paard met erge zomereczeem
Auteur(s): 
F. BOYEN, P. VAN ROOIJ, L. VANSTALLEN, B. FLAHOU, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Bij een paard met erge zomereczeem en een voorgeschiedenis van corticosteroïdebehandeling voordeze aandoening, werd een welomschreven, cirkelvormig letsel met witte korstvorming opgemerkt.De geofiele schimmel Microsporum gypseum werd geïsoleerd uit het letsel, waarna een vier wekendurende topicale behandeling met enilconazole werd gestart. Twee maanden na de behandeling washet letsel volledig hersteld. Deze case-report laat vermoeden dat zomereczeem in combinatie metsystemische corticosteroïdebehandeling als risicofactor kan optreden voor een dermatofyteninfectie.Verder wordt het belang van een correcte staalname, isolatie en identificatie van de oorzakelijke kiembediscussieerd.
Volledige tekst: 
pp 139-142
Casuïstiek(en)

87 (3) pp 134

Titel: 
Succesvolle behandeling van een solitaire simpele renale cyste bij een hond
Auteur(s): 
R. VAN DYCK, C. FINA, E. BURESOVA, D. PAEPE, H. DE WILDE, S. DAMINET
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een hond beschreven die doorgestuurd werd naar de vakgroep Kleine Huisdieren van de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) voor de behandeling en opvolging van een solitaire renale cyste. De cyste werd succesvol behandeld met echografisch begeleide drainage en percutane sclerotherapie. De initiële klachten van intermitterende lethargie verdwenen na de eerste behandeling. De hond werd gedurende vierentwintig maanden verder opgevolgd met renale echografie. Het uitzicht op echografie evolueerde van een ronde, anechogene, goed afgelijnde laesie tot een slecht afgelijnde, hyperechogene laesie.
Volledige tekst: 
pp 134-138
Casuïstiek(en)

87 (2) pp 093

Titel: 
Perifeer osteoma van de mandibula bij een kat
Auteur(s): 
J. VAN DUIJL, J.N. WINER, H. DE ROOSTER, B. ARZI
Samenvatting: 
Een zesjarige, mannelijke, gecastreerde kat werd aangeboden voor evaluatie van een orale massa.Op het lichamelijk onderzoek werd een grote harde massa opgemerkt aan de laterale kant van het caudaledeel van de linkermandibula. Abdominale echografie en computertomografie (CT) van de thoraxwerden uitgevoerd om metastasen uit te sluiten. Bijkomend werd een CT-scan van de schedel metintraveneuze contrastvloeistof genomen. Histopathologisch onderzoek van extraorale biopsieën bevestigdede waarschijnlijkheidsdiagnose van perifeer osteoma. Een driedimensionale (3-D), geprinteschedel in combinatie met CT-beelden werd gebruikt om de exacte locatie en omvang van de massa tebeoordelen en om alle belangrijke neurovasculaire structuren te kunnen onderscheiden. Chirurgischedebulking van het osteoma werd uitgevoerd. De kat herstelde zonder problemen, maar de massa kwamnegen maanden na debulking terug. Dat was eerder dan verwacht. Desondanks was de CT-scan van deschedel suggestiever voor terugkeer van het perifere osteoma dan voor een maligne transformatie. Deeigenaren kozen ervoor om niet verder te gaan met caudale mandibulectomie.
Volledige tekst: 
pp 093-098
Casuïstiek(en)

87 (2) pp 086

Titel: 
Intratumorale chemotherapie bij een plaveicelcarcinoom van de huid bij een valkparkiet (Nymphicus hollandicus)
Auteur(s): 
N. VAN HECKE, A. MARTEL, A. GARMYN, I. VAN DE MAELE, T. HELLEBUYCK, S. CROUBELS, R. DUCATELLE, G. ANTONISSEN
Samenvatting: 
Een acht jaar oude, vrouwelijke valkparkiet (Nymphicus hollandicus) werd aangeboden metklachten van anorexie, lethargie, een massa onderaan de vleugel en verkleuring van het vederkleed.Het lichamelijk onderzoek toonde een ulceratief nodulair letsel van de huid van ongeveer 4 cm³,ventromediaal op de vleugel ter hoogte van het propatagium en de humerus. Op een laterale enventrodorsale radiografie was er als enige afwijking hepatomegalie zichtbaar.Na een stabilisatieperiode werd er een chirurgische excisie van de tumor uitgevoerd. Uit het histopathologischonderzoek en de bacteriële cultuur van de chirurgisch verwijderde massa bleek de laesieeen integumentaal plaveicelcarcinoom te zijn, secundair bacterieel geïnfecteerd met Corynebacteriumsp. Vier weken postoperatief was de tumor gerecidiveerd. Een behandeling met chemotherapie werdopgestart, waarbij éénmaal per week carboplatine intratumoraal (1,5 mg/cm³) werd toegediend. Omwillevan de verdere tumorgroei na de tweede toediening van carboplatine werd de massa gereseceerdvoordat de volgende toediening van carboplatine plaatsvond. De vogel overleed echter tijdens de anesthesie.Histopathologisch en immunohistochemisch onderzoek toonde degeneratie van de tumor metintercellulair oedeem en vacuolisatie van de tumorcellen aan, ondanks de toenemende tumorgrootte.Vermoedelijk was dit het resultaat van de carboplatinetoediening. Verder onderzoek is nodig om dewerkzaamheid en veiligheid van de intratumorale toediening van carboplatine te bestuderen als behandelingsoptiebij vogels met een plaveicelcarcinoom van de huid.
Volledige tekst: 
pp 086-092
Casuïstiek(en)

87 (1) pp 30

Titel: 
Incisionele negatieve-druktherapie na voorpootamputatie bij een hond
Auteur(s): 
M.L. GO, N. VALLARINO, N. DEVRIENDT, B. VAN GOETHEM, I. POLIS, E. STOCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vier jaar oude, mannelijke, gecastreerde Duitse herder werd aangeboden met erg manken opde linkervoorpoot ten gevolge van een fibrosarcoma lateraal van de elleboog. Omdat een wijde excisievan de slecht omschreven tumor onmogelijk was, werd er besloten om een pootamputatie uit te voeren.Onmiddellijk postoperatief werd incisionele negatieve-druktherapie toegepast om het risico oppostoperatieve complicaties te minimaliseren. Over de incisielijn werd een PrevenaTM wondverbandaangebracht, verbonden met een negatieve-drukpomp ingesteld op een continue druk van -125 mmHg.Het verband werd 72 uur later verwijderd. Er traden geen complicaties op en de verdere heling verliepprobleemloos.
Volledige tekst: 
pp 30-36
Casuïstiek(en)

86 (6) pp 372

Titel: 
Osteosynthese van een mid-diafysaire femurfractuur met behulp van type I tie-in-fixator bij een kookaburra (Dacelo novaeguineae)
Auteur(s): 
L. GEERINCKX, T. VERBEEK, T. HELLEBUYCK
Samenvatting: 
In deze casus wordt de succesvolle behandeling beschreven van een traumatische mid-diafysairefemurfractuur met behulp van een type I “tie-in-fixator” bij een kookaburra.Een vijf maanden oude, in gevangenschap gehouden kookaburra (Dacelo novaeguineae) werdaangeboden met trauma ten gevolge van interspecies-agressie. Op basis van klinisch en radiografischonderzoek werd de aanwezigheid van een gesloten, multipele, dwarse tot spiraalvormige,mid-diafysaire femurfractuur vastgesteld. Na reductie van de fractuur werd stabilisatie bekomendoor het toepassen van een type I tie-in-fixator bestaande uit een combinatie van een intramedullaire(IM) pin en een externe skeletale fixator. Postoperatieve radiografische opnamen bevestigdeneen optimale reductie van de fractuur en een correcte plaatsing van het osteosynthesemateriaal.Postoperatief trad er een vlotte recovery op en werden er onmiddellijk een goedesteunname en normale belasting van de aangetaste poot waargenomen. Hoewel de externe fixatieeen week later door de vogel verwijderd werd, bleek er nog steeds goede stabilisatie aanwezig tezijn en bleef de functionaliteit van de aangetaste poot behouden. Twee weken postoperatief bevestigdencontroleradiografieën fractuurheling die gekarakteriseerd werd door lichte callusvormingen een startende overbrugging van de cortices. Op basis van de klinische en radiografischebevindingen werd besloten om de IM-pin op dat ogenblik te verwijderen. Tijdens een opvolgingsperiodevan drie maanden vertoonde de kookaburra volledig herstel.
Volledige tekst: 
pp 372-378
Casuïstiek(en)

86 (5) pp 297-302

Titel: 
Klinische presentatie en magnetische resonantie bij een jonge hond met unilaterale hydrocefalus en een vermoeden van periventriculaire encefalitis
Auteur(s): 
R. SALGÜERO, I.N. PLESSAS
Samenvatting: 
Een vier maanden oude Engelse buldog werd aangeboden met klachten van acute facialespiertrekkingen, scheve kopstand en een abnormaal bewustzijn. Het neurologisch onderzoek wasindicatief voor een multifocale hersenaandoening. Het hematologisch en biochemisch onderzoekwas normaal. Magnetische resonantie van de hersenen onthulde een uitgesproken vergroting van delinker laterale ventrikel, met bijkomend een vergroting van het calvarium op dit niveau. Er warenook periventriculaire letsels op T2W- en FLAIR-beelden zichtbaar met een matige contrastopname.Analyse van het cerebrospinale vocht toonde matig gemengde, mononucleaire pleiocytose en hettesten op infectieziekten kwam negatief terug. De meest waarschijnlijke diagnose was unilateraleinterne hydrocefalus veroorzaakt door periventriculaire encefalitis. Ondanks de slechte prognose werdde patiënt succesvol behandeld met prednisolone en fenobarbital. Dit is de eerste beschrijving vanunilaterale hydrocefalus met vermoedelijke periventriculaire encefalitis bij een hond gediagnosticeerdmet behulp van MRI.
Volledige tekst: 
pp 297-302
Casuïstiek(en)

86 (5) pp 291-296

Titel: 
Acute instabiliteit van het ligamentum nuchae ten gevolge van cervicale neuromusculaire disfunctie bij een dressuurpaard
Auteur(s): 
J. BRUNSTING, P. SIMOENS, K. VERRYKEN, S. HAUSPIE, F. PILLE, M. OOSTERLINCK
Samenvatting: 
Een warmbloed-dressuurpaard (ruin) van tien jaar oud werd aangeboden met de klacht van acuteinstabiliteit van het ligamentum nuchae na vrije beweging in een paddock. Op basis van de klinischepresentatie, orthopedisch en neurologisch onderzoek, medische beeldvorming en elektromyografiewerd cervicale neuromusculaire disfunctie van de M. obliquus capitis caudalis aan de rechterzijdevan de hals vastgesteld. Conservatieve therapie met corticosteroïden in combinatie met oralesupplementatie van vitamine B1 en boxrust resulteerden na zes maanden in volledig herstel.
Volledige tekst: 
pp 291-296
Casuïstiek(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane hypothyroïdie bij een volwassen kat
Auteur(s): 
H. DE BOSSCHERE, E. KINDERMANS, E. BUELENS, N. GANTOIS
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een waarschijnlijkheidsdiagnose beschreven van een zeldzameendocriene aandoening bij een kat. Een zeven jaar oude, gecastreerde Europese korthaar werdaangeboden met lethargie, partiële anorexie en postprandiale hypersalivatie sinds drie dagen.Een verminderde lichamelijke activiteit en een slechte vachtkwaliteit met verhoogde haaruitvalwaren sedert een halfjaar aanwezig. De waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane, verworvenhypothyreoïdie werd gesteld aan de hand van gedaalde serumconcentraties van het totalethyroxine (TT4)- en vrije thyroxine (fT4)- gehalte en de gunstige respons op een therapeutischebehandeling. Niet-thyroïdale aandoeningen werden uitgesloten. Bijna twee jaar later stelde dekat het nog steeds goed en was ze volledig vrij van symptomen.
Volledige tekst: 
pp 250-255
Casuïstiek(en)

Pagina's