Voor de praktijk

Nederlands

80 (2) pp 155-160

Titel: 
Handelwijze van de dierenarts en dierengedragstherapeut, geconfronteerd met een vermoedelijk problematische gezinssituatie bij een cliënt
Auteur(s): 
R. DE MEESTER, K. VAN HOEY
Samenvatting: 
Dierenartsen en andere dienstverleners, waaronder dierengedragstherapeuten worden somsgeconfronteerd met gezinssituaties waarbij bij hen het vermoeden zou kunnen ontstaan vandierenmishandeling of mishandeling van gezinsleden. In dit artikel wordt kort ingegaan op een recente studiedie het verband tussen beide heeft onderzocht en op de mogelijkheden die er in België zijn om hierop tereageren. Het wettelijke kader met betrekking tot het verlenen van hulp aan mensen in nood en de zwijgplichtwordt eveneens bekeken. Wanneer het uitsluitend gaat om dierenmishandeling is, afhankelijk van de diersoorten de omstandigheden, een melding via de provinciale controle-eenheden (PCE) van het federaal agentschapvoor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) of via de inspectiedienst van de federale overheidsdienst (FOD)volksgezondheid of via de lokale politie aangewezen. Wanneer er een vermoeden is van intra- of extrafamiliaalgeweld zijn er twee pistes. Men kan via de vertrouwensartsencentra werken, waarbij deze al dan niet beslissende gerechtelijke instanties te verwittigen, of rechtstreeks via de politie, waarbij het gerechtelijk apparaatsteeds in werking treedt. De handigste manier om een overzicht te krijgen van de sociale instanties die in eenbepaalde regio kunnen worden ingeschakeld, is via het internet, langs de zogenaamde sociale kaart van deregio (www.desocialekaart.be).
Volledige tekst: 
pp 155-160
Voor de praktijk

80 (3) pp 240-247

Titel: 
Relatie tussen huisvesting en fysieke gezondheidsproblemen van paarden: een enquête over de perceptie van paardeneigenaars
Auteur(s): 
S. BROECKX, P. DEPREZ, J. GOVAERE, J.H. SPAAS, J. CHRISTIAENS, D. MAES
Samenvatting: 
De doelstelling van dit preliminair onderzoek was om de perceptie van paardeneigenaars van de huisvestingvan paarden en de gezondheid en het welzijn van paarden te onderzoeken. Om dit te weten te komen werd eenenquête opgesteld met 36 meerkeuzevragen over diverse aspecten van de huisvesting van paarden. De enquêtewerd via e-mail verstuurd naar ongeveer 600 paardeneigenaars over heel Vlaanderen. In totaal hebben 225paardeneigenaars de enquête ingevuld en teruggestuurd.Het onderzoek geeft een beeld van de huisvestingsgerelateerde risicofactoren die de paardeneigenaars in depraktijk herkennen en de link die de eigenaar legt met huisvestingsgerelateerde aandoeningen. Hoewel depaardeneigenaars zich meestal voldoende bewust zijn van deze invloeden, wordt er in de praktijk nog te weinigrekening mee gehouden. Vijftig procent van de respondenten geeft de onuitvoerbaarheid van het advies van zijndierenarts hiervoor als reden aan. Volgens de respondenten zijn de belangrijkste risicofactoren met invloed opde gezondheid van paarden: tocht, het ontbreken van quarantainemaatregelen en de aanwezigheid van (scherpe)vreemde voorwerpen in de stal. Als gevolg hiervan antwoordt meer dan 50% van de respondenten dat neusvloeiingen hoesten bij hun paarden nog vaak voorkomen. Zevenenzestig procent van de paardeneigenaren isechter tevreden over het algemene management op stal. Toch vinden de paardeneigenaars bijvoorbeeld hunquarantainemaatregelen onvoldoende, zowel bij een ziekte-uitbraak (30% van de paardeneigenaars) als bij deaankoop van nieuwe dieren (36%). Vijftig procent van de paardeneigenaars geeft zijn stalinrichting minstens8/10 terwijl ongeveer 1 op 4 minder tevreden is (7/10) over de ondergrond van de stal en de stalwanden.De resultaten van dit onderzoek kunnen ertoe bijdragen dat eigenaars en dierenartsen huisvestingsfactorendie een risico vormen voor gezondheid- en fysieke welzijnsproblemen van paarden, vlotter herkennen en dezevervolgens aanpassen. Dit moet uiteindelijk leiden tot een verhoogd welzijn van het moderne, vaak langdurigopgestalde paard.
Volledige tekst: 
pp 240-247
Voor de praktijk

82 (1) pp 38-43

Titel: 
International breeder inquiry into the reproduction of the English bulldog
Auteur(s): 
E. WYDOOGHE, E. BERGHMANS, T. RIJSSELAERE, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
Dystokie is een probleem bij alle hondenrassen, maar bij de Engelse buldog is het risico hoger omwillevan zijn bijzondere conformatie en specifi eke problemen zoals waterpups. In deze studie werd de frequentievan abnormale pups en voortplantingsproblemen onderzocht bij de Engelse buldog met behulp van eenenquête bij 39 teven. Bij 74,4% van deze teven werd kunstmatige inseminatie uitgevoerd. Bij 25,8% vande teven werden ademhalingsproblemen en anorexia waargenomen aan het eind van de dracht. De drachtduurde gemiddeld slechts 58,7 dagen vanaf de eerste dekking. In 94,8% van de bevallingen werd eenkeizersnede uitgevoerd, spontane geboorte kwam slechts bij 5,2% voor. De gemiddelde nestgrootte indeze studie was zes pups. Dertien percent van de pups werd dood geboren, 8,2% van de levende pups hadeen afwijking waarbij palatoschisis (38,8%) en waterpups (27,7%) het meeste voorkwamen. Tien percentvan de pups stierf vóór de speenleeftijd.
Volledige tekst: 
pp 38-43
Voor de praktijk

Pagina's