Voor de praktijk

Nederlands

86 (3) pp173

Titel: 
De impact van advies omtrent het gebruik van antimicrobiële middelen op het voorschrijfgedrag in veertien Vlaamse praktijken voor kleine huisdieren
Auteur(s): 
S. SARRAZIN, F. VANDAEL, A. VAN CLEVEN, E. DE GRAEF, H. DE ROOSTER, J. DEWULF
Samenvatting: 
Aan de hand van een prospectieve studie werd het voorschrijfgedrag met betrekking tot antimicrobiëlemiddelen onderzocht in veertien eerstelijnspraktijken voor kleine huisdieren. Verschillen inhet aantal consultaties van katten en honden waarbij antimicrobiële middelen werden voorgeschreven,werden onderzocht gedurende één maand voor en minstens twintig dagen na het invoeren van deadviezen betreffende het gebruik van antimicrobiële middelen. Daarnaast werden ook veranderingenin de keuze van actieve substanties vergeleken met de adviezen. Het aantal consultaties waarbijantimicrobiële middelen werden voorgeschreven daalde zowel bij honden als katten (−12% bijbeide diersoorten) na het invoeren van de adviezen. Er was een stijging in het aantal consultatiesbij katten (+13%) en honden (+10%) in de praktijken waar de dierenartsen handelden volgens deadviezen. Er werd echter ook een stijging vastgesteld in het voorschrijven van derdekeuze- en kritischbelangrijke antimicrobiële middelen bij kat (+8% en +12%, respectievelijk) en hond (beide +5%).Deze onverwachte stijging wijst erop dat het verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen verderonder de aandacht dient te worden gebracht.
Volledige tekst: 
pp 173-182
Voor de praktijk

85 (1) pg 36

Titel: 
Risico op colistineresistentie neemt toe
Auteur(s): 
B. CALLENS, F. HAESEBROUCK, J. DEWULF, F. BOYEN, P. BUTAYE, B. CATRY, P. WATTIAU, E. DE GRAEF
Samenvatting: 
In een recent artikel uit China werd overdraagbare resistentie tegen colistine beschrevendie gevonden werd bij Escherichia (E. coli) bekomen uit voedselproducerende dieren, vlees enziekenhuispatiënten (Liu et al., 2015). Heel recent werd deze resistentie onder meer ook gevondenin Denemarken, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en België. Colistine wordt beschouwd alseen van de laatste behandelopties tegen multiresistente bacteriën in de humane gezondheidszorg,voornamelijk bij patiënten met mucoviscidose. Alertheid voor colistineresistentie is gebodenen het nieuwe resistentiemechanisme dient zorgvuldig te worden opgespoord bij dier- enmensgerelateerde bacteriën.
Volledige tekst: 
pp 36-40
Voor de praktijk

83(6) pg 313-320

Titel: 
Wat na het project Sterycat? - De mening van deelnemende asielmedewerkers en dierenartsen over vroegcastratie bij katten
Auteur(s): 
N. PORTERS, C.P.H. MOONS, I. POLIS, J. DEWULF, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Het project Sterycat is een door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheidvan de Voedselketen en Leefmilieu gefinancierd wetenschappelijk onderzoek dat, in een samenwerkingtussen de Faculteit Diergeneeskunde en zeventien Vlaamse asielen, het effect van vroegcastratieop de gezondheid en het gedrag van katten heeft onderzocht. Om vroegcastratie vanasielkittens efficiënt te kunnen integreren in het overheidsbeleid, is het belangrijk de opinie vanhet werkveld te kennen. Daarom werd op het einde van het project een enquête (16 vragen, 70exemplaren in totaal) rondgestuurd naar de asieldierenartsen en -medewerkers van de deelnemendeasielen.Zie pdf tekst voor vervolg samenvatting
Volledige tekst: 
pp 313-320
Voor de praktijk

82 (6) pp 356-362

Titel: 
Beoordeling van twee essentiële elementen van BVDV-controle op geselecteerde Vlaamse melk- en vleesveebedrijven
Auteur(s): 
J. Laureyns, R. Booth , S. Sarrazin, P. Deprez, D. Pfeiffer, J. Dewulf, S. De Vliegher
Samenvatting: 
Het boviene virale diarreevirus (BVDV) is wereldwijd een van de meest belangrijke ziekteverwekkende virussen bij rundvee. Het virus is ook endemisch aanwezig in België. Omdat infectie met BVDV moeilijk te herkennen is aan de hand van de klinische verschijnselen alleen, is monitoring met behulp van diagnostische testen noodzakelijk om de aanwezigheid van het virus op een rundveebedrijf aan te tonen. Vaccinatie op zich is ontoereikend om BVDV uit te roeien. Een succesvolle controle vereist een combinatie van verschillende maatregelen. Aan de hand van een vragenlijst werd het BVDV-beleid op 241 geselecteerde Vlaamse rundveebedrijven onderzocht en dit leverde enkele opvallende resultaten op. Bij de meerderheid van de bedrijven was de BVDV-status niet bekend (63%) en slechts 23% van de bedrijven gebruikte een monitoringprogramma. Verder bleek dat zeven op tien veehouders (71%) voor vaccinatie kozen om BVDV te bestrijden zonder kennis te hebben van hun huidige BVDV-status. 
Volledige tekst: 
pp 356-362
Voor de praktijk

69 (2) 125-129

Titel: 
Een uniforme ziekteregistratie op rundveebedrijven als hulpmiddel voor diergeneeskundig epidemiologisch onderzoek
Auteur(s): 
G. OPSOMER, H. LAEVENS, A. DE KRUIF
pp 125-129
Voor de praktijk

69 (3) 197-206

Titel: 
Epidemiologische bewaking van boviene spongiforme encefalopathie in België in 1998
Auteur(s): 
Saegerman C., Dechamps P., Vanopdenbosch E., Roels S., Petroff K., Dufey J., Van Caenegem G., Devreese D., Varewyck H., De Craemere H., Desmedt I., Cormann A., Torck G., Hallet L., Hamelrijckx M., Leemans M., Vandersanden A., Peharpre D., Brochier B., Costy F., Muller P., Thiry E., Pastoret PP
Samenvatting: 
In 1998 werden 6 runderen tussen de 54 en 71 maanden ouderdom, afkomstig van de provincies West-Vlaanderen (3 gevallen), Oost-Vlaanderen (2 gevallen) en Luik (1 geval), gediagnostiseerd als gevallen van boviene spongiforme encephalopathie (BSE). De hypotheses betreffende de oorsprong van de infectie op zijn de volgende : het optreden van sporadische gevallen zonder duidelijk definieerbare oorzaak; de mogelijke kruiscontaminatie tussen voeder voor monogastrische dieren met daarin dierlijk meel en voeder voor herkauwers waarin geen dierlijk meel is verwerkt en dit tijdens het fabricatieproces, de stockage, het transport of de distributie; het gebruik van dierlijk beendermeel in het voeder voor runderen geproduceerd voor de ban (van kracht vanaf 27/7/1994). Algemeen kan men dus stellen dat in België de aanwezigheid van gecontamineerd diermeel als risicofactor voor BSE niet kan worden uitgesloten. De oorsprong van deze diermelen kon nog niet gedetermineerd worden.
pp 197-206
Voor de praktijk

69 (5) 349-354

Titel: 
Opstarten en management van een vijver of een aquarium
Auteur(s): 
M. LAMMENS, A. DECOSTERE
pp 349-354
Voor de praktijk

69 (5) 345-348

Titel: 
Behandeling en preventie van coccidiose bij konijnen
Auteur(s): 
D. VANDEKERCKHOVE, J. PEETERS
pp 345-348
Voor de praktijk

69 (6) 441-444

Titel: 
Het onderzoek van dekhengsten: een opfrissertje
Auteur(s): 
F. VERSCHOOTEN, P. DEPREZ, T. DE CLERCQ, H. NOLLET, G. VAN LOON, C. DELESALLE, L. LEFERE, J. SAUNDERS
pp 441-444
Voor de praktijk

70 (1) 65-67

Titel: 
SKIN SURFACE TEMPERATURE MEASUREMENTS IN HORSES BY INFRARED MONITORS
Auteur(s): 
F. Verschooten, T. De Clercq, J. Saunders
Samenvatting: 
The local skin temperature is an important clinical parameter in lameness examination in horses. New cost effective devices to measure local temperature are now widely available these days. Several important areas of the equine legs can quickly and easily be screened and clinically important differences in local temperature can be measured without disturbing the horses.
Volledige tekst: 
pp 65-67
Voor de praktijk

Pagina's