Uit het verleden

Nederlands

74 (3) 169-181

Titel: 
Grote en kleine geschiedenis van de infectieziekten en micro-organismen
Auteur(s): 
J. MAINIL, E. DE GRAEF
Volledige tekst: 
pp 169-181
Uit het verleden

74 (5) 324-329

Titel: 
Elixir als paardenmiddel
Auteur(s): 
L. DEVRIESE
Volledige tekst: 
pp 324-329
Uit het verleden

75 (1) 2-3

Titel: 
75 jaar Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift
Auteur(s): 
L. DEVRIESE
Volledige tekst: 
pp 2-3
Uit het verleden

75 (3) 177-186

Titel: 
Het militaire paard in de napoleontische tijd
Auteur(s): 
J. EGTER VAN WISSEKERKE
Volledige tekst: 
pp 177-186
Uit het verleden

75 (5) 318-323

Titel: 
Subcutane foetotomie
Auteur(s): 
L. DEVRIESE
Volledige tekst: 
pp 318-323
Uit het verleden

77 (5) 331-334

Titel: 
De keizersnede bij het rund in de pioniersjaren
Auteur(s): 
G. SIERENS
Samenvatting: 
Een korte historiek wordt geschetst van de introductie van de keizersnede bij het rund in onzestreken in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De auteur put uit zijn ervaringen als ooggetuige vande eerste goede resultaten, als assistent te Gent in de beginjaren en vooral als medewerker in de verspreidingvan de techniek vanuit de universitaire kliniek naar de plattelandspraktijk.
Volledige tekst: 
pp 331-334
Uit het verleden

78 (6) 383-387

Titel: 
Vanwaar de naam Malassezia ?
Auteur(s): 
E.J. TJALSMA
Samenvatting: 
De intrigerende naam Malassezia refereert aan een van de vele onderzoekers van pathogene huidgisten uithet verleden, Louis Charles Malassez. De ontdekking van de huidgisten bij mens en dier wordt in een medischhistorischecontext geplaatst en de grote lijnen van de wijzigingen in de nomenclatuur worden uiteengezet. Indeze beschrijving is een belangrijke rol weggelegd voor de Belgische dierenarts en auteur R. Dufait, destijdspracticus te Antwerpen, die het klinisch beeld van gistotitis en gistdermatitis bij de hond in een vroeg stadiumuitvoerig heeft beschreven.
Volledige tekst: 
pp 383-387
Uit het verleden

80 (5) pp 367-371

Titel: 
De geschiedenis van de veterinaire verloskunde
Auteur(s): 
A.DE KRUIF
Samenvatting: 
Het helpen van dieren die in barensnood verkeren en/of waarbij de partus niet vordert, is zonder twijfel eenvan de oudste vormen van de uitoefening van de diergeneeskunde. Zo werden bepaalde vormen van geboortehulp,zoals het reponeren van afwijkende liggingen, al in de antieke oudheid beschreven. Ook het gebruik vaneenvoudige hulpmiddelen, zoals koordjes en trekhoutjes, is al bekend sinds “onheuglijke tijden”.De verloskunde, zowel humaan als veterinair, berustte eeuwen- of wellicht wel millennialang- op ervaring en opeenvoudig handwerk waarbij genoegen moest worden genomen met beperkte resultaten. Zeker ook omdat ervaak niets anders opzat dan het toepassen van zware trekkracht, waarbij het risico levensgroot was dat zowel hetmoederdier als de vrucht dit niet zou overleven.Het duurde tot de eerste helft van de 19e eeuw voordat er wezenlijke vooruitgang werd geboekt. De subcutanefoetotomie kwam tot ontwikkeling en geraakte steeds meer verspreid. Met deze verlosmethode kon de vruchtzonder al te groot risico voor het moederdier onderhuids worden verkleind en in stukken naar buiten wordengebracht. Pas honderd jaar later werd er opnieuw een grote stap voorwaarts gezet. De percutane foetotomiekwam tot ontwikkeling. Omdat ongeveer terzelfder tijd de epiduraalanesthesie in de praktijk werd ingevoerd,leidde de combinatie van beide methoden tot een enorme vooruitgang van de verloskunde bij de grote huisdieren.Tussen 1930 en 1960 was de percutane foetotomie de favoriete verlosmethode in de diergeneeskunde. De resultatenwaren goed, de methode was snel en effectief en de techniek was niet al te moeilijk aan te leren. Uiteraard was eréén groot nadeel: de vrucht moest altijd worden opgeofferd.Op een verlosmethode waarbij zowel het moederdier als de vrucht de verlossing in goede gezondheid konoverleven, moest nog enkele decennia worden gewacht. Pas toen de antibiotica voor de algemene praktijkbeschikbaar kwamen, was het zover. De keizersnede deed zijn intrede. In de vijftiger en zestiger jaren van devorige eeuw verdrong, zeker bij het rund, deze de percutane foetotomie vrijwel volledig.In tegenstelling tot bij het rund heeft bij het paard de keizersnede de foetotomie niet vervangen. De redenenhiervoor zijn dat veulens vaak snel sterven als er geboorteproblemen optreden, de partus in de meeste gevallengetermineerd kan worden na het uitvoeren van een partiële foetotomie en er frequent complicaties optreden naeen keizersnede. Over de verloskunde bij de kleine huisdieren en de exotische dieren werd gezien het minimaleeconomische belang ervan tot ver in de 19e eeuw nooit iets geschreven. Ook bij deze diersoorten bleek de sectiocaesarea dé oplossing te zijn bij ernstige geboorteproblemen.
Volledige tekst: 
pp 367-371
Uit het verleden

80 (6) pp 417-421

Titel: 
Beginjaren van de kunstmatige inseminatie bij rundvee in Vlaanderen - Deel 1: Start aan de jonge Gentse veeartsenijschool en in Oost-Vlaanderen (1946-1950)
Auteur(s): 
G. SIERENS, L. DEVRIESE, P. BONTE
Volledige tekst: 
pp 417-421
Uit het verleden

81 (4) pp 237-246

Titel: 
Van paardenmeester via veearts tot dierenarts … of hoe een etymologische kijk op de geschiedenis van de diergeneeskunde het welzijn van dieren en (vooral) mensen weerspiegelt
Auteur(s): 
L. DEVRIESE
Samenvatting: 
In meerdere talen weerspiegelen de namen gegeven aan de geneeskunde van de dieren en haar beoefenaarsbelangrijke verschuivingen. Meestal hebben deze veranderingen te maken met de diersoorten dievan overheersende betekenis waren in bepaalde perioden. De termen veterinarius, mulomedicus (muilezelgenezer)en hippiater (paardenarts) ontstonden in de Latijn- en Griekssprekende wereld, waar ezels,muil ezels, muildieren en paarden heel belangrijk waren. Last- en trekdieren (Latijn: veterina) verrichttende zware arbeid die de mensen voordien eigenhandig of met primitieve instrumenten zelf moesten uitvoeren.Ze droegen aanzienlijk bij tot de vooruitgang van de mensheid.Paarden speelden een beslissende rol in de oorlogsvoering. Het ridderwezen (‘ridder’ afgeleid van‘ruiter’) bereikte een hoge status in de middeleeuwse samenleving. Het paard, het paardrijden en alles water bij hoort, bleven hoog in aanzien ook nadat de militaire betekenis van deze dieren verdween. Dit zienwe in termen zoals maarschalk (maréchal, oorspronkelijk paardenverzorger - staljongen) en paardenmeester,Rossarzt of Pferdarzt in het Duits.In sommige Vlaamse en Waalse streken werd de term artist gebruikt. Deze werd in de Franse Tijd afgeleidvan de eerste diploma’s in de ‘kunst’ van de diergeneeskunde: uit het Latijn artis (genitief van ars) veterinariae.Een in het westen van het land populaire benaming was expert. Deze term ontstond in de tijddat het enige onderscheid dat klanten konden maken tussen de officieel gediplomeerden en de andere beoefenaarsvan de diergeneeskunde (meestal hoefsmeden en castreerders) te vinden was in het feit dat enkelde eersten konden optreden als expert in gerechtelijke betwistingen en in officieel werk.In de 20ste eeuw werd de benaming veearts (uit het Grieks archos en iatros: leidend genezer) populair. Opnieuwreflecteerde dit een grote verandering in de maatschappij. Duur kwaliteitsvoedsel werd goedkoperen meer algemeen verkrijgbaar door verbeterde productiemethoden in de landbouw en de sterk uitbreidendeveeteelt.De verhoging van de levensstandaard leidde ertoe dat het mogelijk werd veel zorg (en geld) te bestedenaan ‘niet-productieve dieren’, zijnde de gezelschapsdieren. Dierenwelzijn werd actueel in een tijdoverheerst door massale industriële veehouderij. Het is in deze context dat de veearts veranderde in dierenarts.In het Frans en het Engels en in mindere mate in het Duits en het Nederlands bleef de term veterinair(vétérinaire, veterinarian, Veterinär) in gebruik. Deze benaming werd actief gepropageerd door de laat-18de en vroeg-19de-eeuwse stichters van de eerste scholen voor diergeneeskundig onderwijs en de eersteverenigingen van gediplomeerden in dergelijke instellingen. Wellicht waren zij zich niet bewust van de etymologievan deze schijnbaar niet-diersoortspecifieke benaming ontstaan in de Romeinse tijd: betrekkinghebbend op lastdieren (pakezels, muilezels en muildieren vooral). Eigenlijk is het jammer dat niemanddaarvan nog weet heeft. De enorme rol die deze nederige dieren ooit speelden in de verlossing van hetmensdom van slafelijke arbeid, van slavernij, blijft zo goed als onbekend.
Volledige tekst: 
pp 237-246
Uit het verleden

Pagina's