Thema

Nederlands

88 (5) pp 259

Titel: 
Digitale dermatitis bij rundvee - Deel 2: behandeling, preventie en de relatie met andere treponemale ziekten
Auteur(s): 
A. VERMEERSCH, G. OPSOMER
Samenvatting: 
Digitale dermatitis is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van kreupelheid bij melkvee. In dit laatstedeel van het tweedelige artikel wordt een overzicht gegeven van de behandelings- en preventiestrategieën.Er zijn verschillende behandelingen beschikbaar maar geen enkele kan het dier volledig doen genezen.Voetbaden en een hoge hygiënestandaard toepassen zijn manieren om de ziekte onder controle tehouden.Bovendien wordt de link met andere (humane en niet-humane) treponemale ziekten besproken. Bijde mens zijn treponemen betrokken bij periodontitis, syfilis en vele andere ziekten. De dermatologischemanifestatie van humane treponemale ziekten, zoals “yaws”, hebben een gelijkaardig voorkomen alsacute digitale dermatitis. Digitale dermatitisachtige letsels werden reeds beschreven bij geiten, schapenen wapiti’s. De typisch geïsoleerde Treponema spp. kunnen ook gevonden worden bij het paard, op voetenaangetast door proliferatieve pododermatitis. Deze bacteriën kunnen niet alleen bij digitale dermatitismaar eveneens bij boviene ulceratieve mammaire dermatitis en slecht helende letsels aangetroffenworden bij rundvee.
Volledige tekst: 
pp 259-268
Thema

88 (5) pp 247

Titel: 
Digitale dermatitis bij rundvee - Deel 1: factoren die bijdragen tot de ontwikkeling van digitale dermatitis
Auteur(s): 
A. VERMEERSCH, G. OPSOMER
Samenvatting: 
Digitale dermatitis of de ziekte van Mortellaro is een hoogprevalente dermatologische bovieneaandoening gesitueerd aan de distale regio van de poot, die aanleiding geeft tot kreupelheid en die hetwelzijn van het dier aantast.In dit eerste deel van een tweeledig artikel wordt de rol van genetische factoren, immuniteit,bacteriën en hygiëne in de ontwikkeling van deze complexe ziekte beschreven. Er is nog steeds geenconsensus bereikt wat betreft de rol van het immuunsysteem en de typisch geïsoleerde Treponemaspp. in de pathogenese van digitale dermatitis. Vocht en vuil zijn ongetwijfeld belangrijk voor deziektetransmissie binnen en tussen melkveebedrijven. Verder zal uitgebreide aandacht besteed wordenaan de genetische component van de aandoening.
Volledige tekst: 
pp 247-258
Thema

85 (5) pp 265

Titel: 
Hyperthyreoïdie bij katten - Deel II: scintigrafische diagnose en radiojoodbehandeling
Auteur(s): 
V. VOLCKAERT, E. VANDERMEULEN, J.H. SAUNDERS, K. PEREMANS
Samenvatting: 
SAMENVATTINGIn het tweede deel van dit overzichtsartikel worden de diagnostische aspecten van schildklierscintigrafiebesproken, met de nadruk op hyperthyreoïdie, gevolgd door een overzicht van de behandelingmet radioactief jodium.
Volledige tekst: 
pp 265-274
Thema

85 (5) pp 255

Titel: 
Hyperthyreoïdie bij katten - Deel I: anatomie, fysiologie, pathofysiologie, diagnose en beeldvorming
Auteur(s): 
V. VOLCKAERT, E. VANDERMEULEN, J.H. SAUNDERS, K. PEREMANS
Samenvatting: 
In het eerste deel van dit overzichtsartikel worden de schildklieranatomie, fysiologie en pathofysiologiebij katten besproken. Vervolgens wordt de nadruk gelegd op hyperthyreoïdie, de meestvoorkomende schildkliergerelateerde aandoening bij katten. De diagnosestelling wordt verder besprokenmet nadruk op de medische beeldvorming. Scintigrafie is veruit de meest gebruikte en geschiktetechniek om de schildklierfunctie te evalueren. Daarop wordt in het tweede deel van dit overzichtsartikeldieper ingegaan. Andere beeldvormingsmodaliteiten bieden geen evaluatie van de schildklierfunctie enzijn daarom van minder belang voor de diagnose en evaluatie van hyperthyreoïdie.
Volledige tekst: 
pp 255-264
Thema

85 (4) pg 185

Titel: 
Frequentieschatting van ziekteveroorzakende mutaties in de Belgische populatie van enkele hondenrassen - Deel 2: retrievers en andere rastypes
Auteur(s): 
E. BECKERS, M. VAN POUCKE, L. RONSYN, L. PEELMAN
Samenvatting: 
De Belgische populatie van tien hondenrassen (de bichonfrisé, sint-hubertushond, Vlaamse koehond,boxer, cavalier-kingcharlesspaniël, Ierse setter, het vlinderhondje, de rottweiler, golden retrieveren labrador-retriever), waarvan de genetische diversiteit in België laag tot middelmatig laag is of dierelatief populair zijn, werd gegenotypeerd voor ziekteveroorzakende mutaties die potentieel relevantzijn voor deze rassen. Op deze manier werd de frequentie van 26 mutaties geschat om zo gerichterfokadvies te kunnen geven. Aandoeningen waarvan de frequentie hoog genoeg ligt om routine-genotyperingaan te raden in fokprogramma’s zijn (1) degeneratieve myelopathie voor de sint-hubertushond,(2) “arrhythmogenic right ventricular cardiomyopathy” en degeneratieve myelopathie voor boxers, (3)“episodic falling syndrome” en macrothrombocytopenie voor de cavalier-kingcharlesspaniël (4) progressieveretina-atrofie “rod-cone” dysplasie 4 voor de Ierse setter, (5) golden retriever progressieveretina-atrofie 1 voor de golden retriever en (6) “exercise induced collapse” en progressieve “rod-cone”degeneratie voor de labrador-retriever. De aanwezigheid van de oorzakelijke mutatie voor een kortestaart bij de Vlaamse koehond wordt hier volgens de auteurs voor het eerst beschreven.
Volledige tekst: 
pp 185-196
Thema

85 (4) pg 175

Titel: 
Frequentieschatting van ziekteveroorzakende mutaties in de Belgische populatie van enkele hondenrassen - Deel 1: herders
Auteur(s): 
E. BECKERS, M. VAN POUCKE, L. RONSYN, L. PEELMAN
Samenvatting: 
In light of improving breeding advice, the frequency was estimated for all the disease-causingmutations that were known at the start of the study and that are potentially relevant for a groupof dog breeds, which are relatively popular or in which the genetic diversity in Belgium is lowto moderately low. In this study, the results for the German shepherd dog, Malinois, Lakenois,Groenendael, Tervuren, Australian shepherd and Border collie are presented. Disorders with afrequency high enough to warrant routine genotyping for breeding programs are (1) multidrugresistance 1 and hereditary cataract for the Australian shepherd, (2) degenerative myelopathyfor the German shepherd dog, Malinois and Groenendael and (3) collie eye anomaly for theBorder collie. In addition, the hyperuricosuria mutation described in the German shepherd dogwas not found in its Belgian population, but was, to the authors’ knowledge discovered for thefirst time in the Malinois.
Volledige tekst: 
pp 175-184
Thema

69 (2) 76-79

Titel: 
ISOLATION OF ESCHERICHIA COLI O157 FROM ZOO ANIMALS
Auteur(s): 
L. Bauwens, W. De Meurichy, F. Vercammen
Samenvatting: 
During a nine month survey in the Royal Zoological Society of Antwerp, E. coli O157 was isolated from six out of 300 faecal samples collected from 258 mammals, 33 birds and nine reptiles. Enterohaemorrhagic E. coli O157/H7 (EHEC) strains were isolated from a horse (Equus caballus) and two primates: a ring-tailed lemur (Lemur catta) and a goeldi’s monkey (Callimico goeldii). Atypical E. coli O157 strains, which fermented sorbitol and were β-glucuronidase positive, were isolated from two silvered leaf monkeys (Presbytis cristatus) and a ring-tailed lemur (Lemur catta). These strains were classified as enteropathogenic (EPEC), as they only possessed the eaeA gene as a virulence marker. With five isolations out of 48 samples, the primates can be considered a potential source of infection by E. coli O157.
Volledige tekst: 
pp 76-79
Thema

69 (2) 72-75

Titel: 
Voorkomen van enterohemorragische coli bij Belgische runderen
Auteur(s): 
A. V. TUTENEL, K. HOUF, L. DE ZUTTER, J. URADZINSKI, D. PIERARD, M. UYTTENDAELE, J. VAN HOOF
pp 72-75
Thema

69 (2) 68-71

Titel: 
Klinische aspecten en epidemiologie van infecties met O157 en niet-O157 verocytotoxineproducerende E. coli (VTEC) bij de mens
Auteur(s): 
D. PIERARD, S. LAUWERS
pp 68-71
Thema

69 (2) 64-67

Titel: 
Wegwijs in de vele benamingen van de veelvormige pathogeen Esherichia coli
Auteur(s): 
J. MAINIL
pp 64-67
Thema

Pagina's