Retrospectieve studie

Nederlands

86 (5) pp 285-290

Titel: 
Echobegeleide verwijdering van plantaardige vreemde voorwerpen ter hoogte van de distale extremiteiten bij honden: een retrospectieve studie van 19 casussen
Auteur(s): 
E. FAUCHON, C. LASSAIGNE, G. RAGETLY, E. GOMES
Samenvatting: 
Subcutane abcessen of granuloma’s in de distale extremiteiten komen bij de hond frequent voor napenetratie en migratie van plantaardige vreemde voorwerpen (VV). Het doel van deze studie was omde klinische presentatie van deze patiënten te beschrijven. Vervolgens wordt het echografische beeld vanintacte grasaren in de distale extremiteiten belicht, alsook het echobegeleid verwijderen van het VV metde nadruk op de haalbaarheid, effectiviteit van en prognose na de procedure. In deze retrospectieve studiewerden 22 VV geïdentificeerd bij 19 honden. De procedure had een slaagkans van 100% wat betreft hetverwijderen van het VV. De klinische klachten verdwenen bij 90% van de honden (n=17) binnen de tiendagen. Er werden geen complicaties of herval gezien. De resultaten van deze studie geven aan dat eenechografisch onderzoek eerste keuze kan zijn wanneer de aanwezigheid van een VV van plantaardigeoorsprong vermoed wordt. Zowel de identificatie van het VV als het verwijderen ervan door een minimaalinvasieve ingreep met een goede effectiviteit en prognose is mogelijk, zowel op korte als op lange termijn.
Volledige tekst: 
pp 285-290
Retrospectieve studie

86 (1) pp 24

Titel: 
Monotherapie met prednisolone bij honden met meningo-encefalitis van onbekende oorsprong
Auteur(s): 
I. CORNELIS, L. VAN HAM, S. DE DECKER, K. KROMHOUT, K. GOETHALS, I. GIELEN, S. BHATTI
Samenvatting: 
Meningo-encefalitis van onbekende oorsprong is een vaak gediagnosticeerde neurologische aandoeningdie meestal fataal afloopt. Het doel van deze retrospectieve studie was het evalueren van driebehandelingsschema’s enkel bestaande uit prednisolone, gedoseerd in een afbouwend schema van drie,acht of achttien weken. De diagnose werd gesteld aan de hand van in de literatuur beschreven klinischecriteria. Zevenendertig honden werden in de studie opgenomen, waarvan er zeventien, vijftien en zesrespectievelijk het gedurende drie-, acht- en achttien-weken afbouwend schema toegediend kregen. Erwerd een significant verschil waargenomen in overlevingstijd tussen de drie schema’s. Zevenendertig% van de honden in de studie stierf of werd geëuthanaseerd wegens de aandoening. Verrassend genoegwerd de hoogste mortaliteit vastgesteld in de groep die behandeld werd met het acht weken afbouwendschema (56%), gevolgd door het drie weken (26%) en het achttien weken afbouwend schema(0%). Gebaseerd op deze resultaten kunnen er geen definitieve conclusies getrokken worden voor watbetreft het ideale cortisonebehandelingsschema voor honden met meningo-encefalitis van onbekendeoorsprong, maar een meer agressief en immunosuppressief schema zou kunnen leiden tot een lageremortaliteit.
Volledige tekst: 
pp 24-28
Retrospectieve studie

85 (5) pp275

Titel: 
Eerstelijnsbehandeling met CCNU-L(-chloorambucil)-CHOP van honden met een hooggradig multicentrisch of mediastinaal T-cellymfoom
Auteur(s): 
M. OSSOWSKA, E. TESKE, L. BEIRENS-VAN KUIJK, M. ZANDVLIET, J.P. DE VOS
Samenvatting: 
In dit retrospectieve onderzoek werd de ziektevrije- en progressievrije overleving bepaald vanchemotherapie-naïeve honden met een hooggradig multicentrisch of mediastinaal T-cellymfoom,behandeld met een eerstelijns-CCNU-L(-chloorambucil)-CHOP-protocol. Van de dertien honden meteen multicentrisch lymfoom vertoonde 92,3% een volledige remissie en de mediane ziektevrije- enprogressievrije periode was respectievelijk 317 en 256 dagen. Drie honden hadden een mediastinaallymfoom en vertoonden allemaal een volledige remissie met een mediane ziektevrije- en progressievrijeperiode van respectievelijk 978 en 1007 dagen. De één- en tweejarige ziektevrije/progressievrijeoverlevingskans voor honden met de multicentrische vorm was respectievelijk 0,50/0,46 en 0,42/0,38,voor honden met de mediastinale vorm 0,67/0,67. Neutropenie werd gevonden bij 52,9% van dehonden, trombocytopenie bij 50% en 56,3% vertoonde een waarschijnlijk door CCNU veroorzaaktenefrotoxiciteit. De conclusie van het onderzoek is dat eerstelijnsbehandeling met CCNU-L(-chloorambucil)-CHOP een positief effect lijkt te hebben op de overlevingstijd van honden met eenhooggradig multicentrisch of mediastinaal T-cellymfoom.
Volledige tekst: 
pp 275-284
Retrospectieve studie