Permanente vorming

Nederlands

81 (6) pp 373-381

Titel: 
Het belang van een degelijk colostrummanagement op moderne rundveebedrijven
Auteur(s): 
V. MEGANCK, J. LAUREYNS, G. OPSOMER
Samenvatting: 
Het pasgeboren kalf is afhankelijk van de absorptie van colostrale immunoglobulinen ofantistoffen. Een goed colostrummanagement is een van de belangrijkste preventieve maatregelentegen infectieuze ziekten bij jonge kalveren. Toch worden hier nog veel fouten tegen gemaakt ofbestaan er nog veel misvattingen. Bovendien is ook meer en meer bewijs voorhanden dat colostrumniet alleen van levensbelang is voor de aanvoer van antistoffen maar evenzeer voor de aanvoer vanandere substanties, zoals groeifactoren en immuuncellen.
Volledige tekst: 
pp 373-381
Permanente vorming

81 (1) pp 39-46

Titel: 
Equine proliferatieve enteropathie veroorzaakt door Lawsonia intracellularis: geen zeldzame aandoening meer!
Auteur(s): 
K. VYNCKE, P. DEPREZ, K. VERRYKEN, L. LEFÈRE, S. TORFS, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Equine proliferatieve enteropathie, veroorzaakt door Lawsonia intracellularis, werd pas op het einde vande vorige eeuw voor het eerst beschreven en werd initieel beschouwd als een sporadisch voorkomendeaandoening, maar ze komt tegenwoordig steeds vaker voor. Als kenmerkende klinische symptomen wordenvermageren, lethargie, ventraal oedeem, koorts en eventueel diarree en koliek vermeld bij veulens van tweetot acht maanden oud. Bij bloedonderzoek valt vooral een uitgesproken hypoalbuminemie op. De diagnose kangesteld worden aan de hand van serologie en een PCR-analyse van de mest. Sinds een paar jaar wordt hetduidelijk dat een zeer groot deel van onze veulens en paarden seropositief is voor Lawsonia, hetgeen wijst opeen sterke verspreiding van het agens in de omgeving. Daarom moet equine proliferatieve enteropathie (EPE)momenteel als een belangrijke differentiaal diagnostische mogelijkheid aanzien worden bij veulens metgewichtsverlies of andere digestieve klachten.
Volledige tekst: 
pp 39-46
Permanente vorming

82 (1) pp 44-50

Titel: 
“Pituitary pars intermedia dysfunction” bij het paard: belangrijke aandachtspunten en recente ontwikkelingen
Auteur(s): 
B. BROUX, L. LEFÈRE, G. VAN LOON
Samenvatting: 
“Pituitary pars intermedia dysfunction” (PPID), vroeger vooral bekend onder de naam“Cushing’s disease”, is een veel voorkomende aandoening bij oudere paarden. Omdat het aantaloudere paarden de laatste decennia stijgt, wordt ook PPID steeds vaker gediagnosticeerd. Recentonderzoek heeft geleid tot nieuwe inzichten in het ontstaan van de ziekte en een verbetering vandiagnostische testen en behandelingsmogelijkheden. Dit artikel beschrijft de pathofysiologie en deklinische symptomen, evenals de recentste ontwikkelingen betreffende de diagnose en behandelingvan PPID.
Volledige tekst: 
pp 44-50
Permanente vorming

82 (2) pp 91-96

Titel: 
Computertomografie voor de detectie van longnodulen bij de hond
Auteur(s): 
K. KROMHOUT, A. WOUTERS, I. GIELEN
Samenvatting: 
Computertomografi e is de laatste jaren meer en meer beschikbaar in de diergeneeskunde. Eenbelangrijke toepassing is de detectie van longnodulen bij kankerpatiënten. Het vroegtijdig opsporenis essentieel voor het bepalen van de therapie en de prognose van de ziekte. In dit artikel worden hetgebruik, de meerwaarde en de beperkingen van deze beeldvormingstechniek beschreven.
Volledige tekst: 
pp 91-96
Permanente vorming

82 (4) pp 225-233

Titel: 
Tenosynovitis van de sesamschede bij het paard: diagnostiek en behandeling
Auteur(s): 
M. JORDANA, A. MARTENS, M. OOSTERLINCK, K. VANDERPERREN, F. PILLE
Samenvatting: 
Clinici worden vaak geconfronteerd met kreupele paarden die een opzetting van desesamschede vertonen. De sesamschede is echter een relatief complexe synoviale structuur diediverse uitdagingen biedt op het gebied van diagnostiek en behandeling van letsels. In dit artikelwordt een overzicht gegeven van de diagnostische en therapeutische aspecten van niet-infectieuzetenosynovitis van de sesamschede.
Volledige tekst: 
pp 225-233
Permanente vorming

82 (3) pp 155-161

Titel: 
Longlobtorsie bij de hond
Auteur(s): 
Y. BAEUMLIN, V. BAVEGEMS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Longlobtorsie wordt niet frequent gezien bij honden maar uitstel van diagnose en behandeling leidt tot een levensbedreigende situatie. Door de draaiing van de lob ter hoogte van haar basis, wordt de bloedtoevoer afgesnoerd en de bronchus toegesnoerd. Gepredisponeerde rassen zijn grote hondenrassen met een diepe thorax, zoals de Afghaanse windhond, hoewel ook bij verschillende kleine hondenrassen gevallen worden vastgesteld. Meestal treedt acute ademnood op, hoewel dit niet bij alle gevallen van longlobtorsie gezien wordt. De oorzaak is meestal idiopathisch (spontaan). Secundaire gevallen worden beschreven bij patiënten met pleurale effusie of met een voorgeschiedenis van recente (thorax)chirurgie. De behandeling is altijd chirurgisch en bestaat uit lobectomie van de aangetaste longlob. De prognose na chirurgie wordt beïnvloed door eventuele onderliggende pathologieën. In dit artikel worden het voorkomen, de pathofysiologie, de klinische symptomen, de beeldvormingstechnieken en de chirurgische behandeling van longlobtorsie bij de hond beschreven.
Volledige tekst: 
pp 155-161
Permanente vorming

Pagina's