Permanente vorming

Nederlands

80 (2) pp 161-166

Titel: 
Een update van colibacillose bij kippen
Auteur(s): 
D. PERSOONS, B. CALLENS, J. DEWULF, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Colibacillose is een infectieuze ziekte veroorzaakt door aviaire pathogene Escherichia coli (APEC). Het isnog altijd een van de hoofdoorzaken van grote economische verliezen in de pluimvee-industrie. APEC-stammenzouden ook urineweginfecties bij de mens veroorzaken, maar de literatuur hieromtrent is niet eenduidig.Het stijgende voorkomen van antimicrobiële resistentie zorgt voor groeiende problemen bij de behandelingvan de kippen en voor een toenemend risico voor de mens. De nadruk in de bestrijding van colibacillose moetdan ook liggen op de preventie van ziekte-insleep op het pluimveebedrijf met zo weinig mogelijk antibioticumgebruik.
Volledige tekst: 
pp 161-166
Permanente vorming

80 (3) pp 248-253

Titel: 
Preservation and shipment of chilled and cryopreserved dog semen
Auteur(s): 
T. RIJSSELAERE, D. MAES, F. VAN DEN BERGHE, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
The transport and artificial insemination of chilled (4°C) and cryopreserved (-196°C) dog semenhave gained increasing interest worldwide and have become very popular among dog breeders.Whereas cryopreservation of dog sperm is a complicated and time consuming procedure, which isalmost exclusively performed at universities, the chilling of dog semen can be handled by veterinariansin their private practices, provided that the basic knowledge of chilling and diluting semen isacquired. Immediately after sperm collection, the quality of the fresh sample is evaluated and recordedbefore diluting in an appropriate extender. Subsequently, the diluted semen is gradually chilledto 4°C. It can be stored at 4°C for several days or transported in a thermos flask, a styrofoambox or a Minitübe neopore box. Cryopreserved dog sperm is mostly transported in a dry-shippercontainer. The rules and legislation for the shipment of chilled and frozen dog semen are rathercomplicated. They differ between almost every country and may change over time. To comply withall the administrative procedures, it is necessary to plan the transport of semen well in advance.
Volledige tekst: 
pp 248-253
Permanente vorming

80 (5) pp 355-366

Titel: 
Een per secundam helende wonde bij het paard: hoe pak ik het aan?
Auteur(s): 
E. PINT, M. JORDANA GARCIA, A. MARTENS
Samenvatting: 
Als dierenarts wordt men vaak geconfronteerd met wonden die niet kunnen gesloten worden of na sluitingterug openkomen en bijgevolg per secundam moeten helen. De secundaire wondheling kan ingedeeld worden invijf fasen: de inflammatoire fase, de granulatiefase, de epithelisatie, de wondcontractie en de rijpingsfase. Het iseen zeer traag proces dat met veel complicaties gepaard kan gaan, bij het paard vooral ter hoogte van deledematen. Wondinfectie en de vorming van hypergranulatieweefsel zijn de voornaamste problemen. Een goededébridement (het verwijderen van gecontamineerd en necrotisch weefsel uit de wonde en het opfrissen van dewondranden) en spoeling van de wonde vormen de start van een vlotte heling.Vochtige wondheling is een vrijnieuw begrip in de veterinaire wondzorg en verschillende wondbedekkingmaterialen verschaffen een ideaal milieuvoor dit concept van heling. Een goed inzicht in de pathofysiologie en een goede beoordeling van de wonde dragenbij tot een juiste keuze uit de verschillende wondbedekkingmaterialen. Alginaten versnellen het granuleren vande wonde, schuimverbanden hebben een meerwaarde tijdens de epithelisatie en antimicrobiële verbanden kunnenbijdragen tot het onder controle houden van de infectie en het bevorderen van de heling. Betere inzichten in delokale wondzorg zouden het gebruik van antibiotica tijdens de wondbehandeling kunnen reduceren.
Volledige tekst: 
pp 355-366
Permanente vorming

80 (6) pp 407-415

Titel: 
Basisprincipes en gebruik van cytologie in de praktijk
Auteur(s): 
S. MAES, K. CHIERS, R. VAN DER LUER, R. DUCATELLE
Samenvatting: 
Cytologie is een eenvoudige, niet-invasieve, goedkope techniek voor diagnosestelling die in dediergeneeskunde meer en meer ingeburgerd geraakt. In dit overzichtsartikel worden de techniek vanstaalname en het maken en kleuren van preparaten aangehaald. Ook de huidige toepassingen bijverschillende diersoorten komen aan bod. Daarna worden de basisprincipes van het aflezen vanpreparaten besproken en geïllustreerd met afbeeldingen.
Volledige tekst: 
pp 407-415
Permanente vorming

81 (2) pp 102-110

Titel: 
Differentiaaldiagnose van schouderkreupelheid bij de hond
Auteur(s): 
B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
De belangrijkste schouderaandoening bij de hond is osteochondritis dissecans (OCD) van de humeruskop.Deze aandoening veroorzaakt voornamelijk kreupelheid bij jonge honden van grote rassen. Andere oorzakenvan schouderpijn zijn een (partiële) ruptuur van de bicepspees en een calcificatie ter hoogte van de caudalerand van de cavitas glenoidalis. De diagnose van deze aandoeningen berust op een grondig klinisch onderzoeken het in beeld brengen van de letsels via radiografie, echografie en artroscopie. Op basis van de bevindingenkunnen de behandeling en prognose bepaald worden.In dit overzicht worden de klinische en diagnostische bevindingen, de behandeling en de prognose van dedrie belangrijkste schouderaandoeningen beschreven.
Volledige tekst: 
pp 102-110
Permanente vorming

81 (3) pp 174-182

Titel: 
Profylactische gastropexie bij de hond: een overzicht van de chirurgische technieken
Auteur(s): 
S. DAVID, B. VAN GOETHEM, A. RUBIO-GUZMAN, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Profylactische gastropexie wordt aangeraden bij honden die gepredisponeerd zijn om maagdilatatie en -torsie (MDT) te ontwikkelen. Bij de traditionele celiotomietechnieken resulteren de circumcostale en debelt-loop gastropexie in sterke adhesies met een minimale kans op MDT. Deze technieken worden echtergeassocieerd met ernstige complicaties, zoals iatrogene pneumothorax, ribfracturen of peritonitis. Deincisionele gastropexie leidt tot een minder sterke verbinding, maar resulteert toch in een drastische verlagingvan het voorkomen van MDT. Vermits met deze techniek bovendien weinig complicaties worden gezien, geldtze als de huidige gouden standaard. Morbiditeit is een belangrijk aspect voor een preventieve ingreep. Dezemorbiditeit kan worden verminderd met minimaal invasieve operatietechnieken. De grote voordelen vanlaparoscopische gastropexie inzake weefseltrauma en het welzijn van de patiënt wegen ruim op tegen detechnische vereisten en de leercurve.
Volledige tekst: 
pp 174-182
Permanente vorming

81 (4) pp 229-236

Titel: 
Dissociatieve anesthesie bij paarden in de praktijk
Auteur(s): 
S. SCHAUVLIEGE, F. GASTHUYS
Samenvatting: 
Sinds thiopental van de Belgische markt is verdwenen, worden de dissociatieve anesthetica (ketamine entiletamine) steeds frequenter gebruikt voor de anesthesie van paarden onder praktijkomstandigheden. Nasedatie met een α2-agonist, eventueel gecombineerd met een opioïd, wordt de anesthesie geïnduceerd met eencombinatie van het dissociatief anestheticum en een benzodiazepine. Met ketamine bekomt men eenchirurgische anesthesieduur van 10 à 20 minuten. Tiletamine werkt wat langer maar kan resulteren in eenminder goede recovery. Indien de geplande anesthesieduur langer is (20 à 60 minuten), wordt na inductie vande anesthesie het beste overgegaan op een infuus, bijvoorbeeld met ketamine, een α2-agonist en eenspierrelaxans, de zogenaamde triple drip. Waar mogelijk gebruikt men het beste ook locoregionale anesthesie.Aangezien vele anesthetica niet geregistreerd zijn voor het gebruik bij voedselproducerende paarden, dienteen aangepaste wachttijd ingesteld te worden en moet, naargelang het product, een toedienings- enverschaffingsdocument opgemaakt of het paspoort van het paard aangevuld worden.
Volledige tekst: 
pp 229-236
Permanente vorming

81 (5) pp 303-307

Titel: 
Dermatitis ten gevolge van Devriesea agamarum- en Nannizziopsis vriesii-infecties bij hagedissen
Auteur(s): 
T. HELLEBUYCK, A. MARTEL
Samenvatting: 
Dermatitis is een van de meest frequent voorkomende aandoeningen bij in gevangenschap gehoudenhagedissen. In dit overzicht worden twee infectieuze huidaandoeningen bij hagedissen in hetbijzonder belicht: Devrieseasis en dermatomycose ten gevolge van infectie met het Chrysosporiumanamorph van Nannizziopsis vriesii. Er wordt hierbij aandacht besteed aan de etiologie, diagnose,behandeling en preventie.
Volledige tekst: 
pp 303-307
Permanente vorming

81 (6) pp 373-381

Titel: 
Het belang van een degelijk colostrummanagement op moderne rundveebedrijven
Auteur(s): 
V. MEGANCK, J. LAUREYNS, G. OPSOMER
Samenvatting: 
Het pasgeboren kalf is afhankelijk van de absorptie van colostrale immunoglobulinen ofantistoffen. Een goed colostrummanagement is een van de belangrijkste preventieve maatregelentegen infectieuze ziekten bij jonge kalveren. Toch worden hier nog veel fouten tegen gemaakt ofbestaan er nog veel misvattingen. Bovendien is ook meer en meer bewijs voorhanden dat colostrumniet alleen van levensbelang is voor de aanvoer van antistoffen maar evenzeer voor de aanvoer vanandere substanties, zoals groeifactoren en immuuncellen.
Volledige tekst: 
pp 373-381
Permanente vorming

81 (1) pp 39-46

Titel: 
Equine proliferatieve enteropathie veroorzaakt door Lawsonia intracellularis: geen zeldzame aandoening meer!
Auteur(s): 
K. VYNCKE, P. DEPREZ, K. VERRYKEN, L. LEFÈRE, S. TORFS, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Equine proliferatieve enteropathie, veroorzaakt door Lawsonia intracellularis, werd pas op het einde vande vorige eeuw voor het eerst beschreven en werd initieel beschouwd als een sporadisch voorkomendeaandoening, maar ze komt tegenwoordig steeds vaker voor. Als kenmerkende klinische symptomen wordenvermageren, lethargie, ventraal oedeem, koorts en eventueel diarree en koliek vermeld bij veulens van tweetot acht maanden oud. Bij bloedonderzoek valt vooral een uitgesproken hypoalbuminemie op. De diagnose kangesteld worden aan de hand van serologie en een PCR-analyse van de mest. Sinds een paar jaar wordt hetduidelijk dat een zeer groot deel van onze veulens en paarden seropositief is voor Lawsonia, hetgeen wijst opeen sterke verspreiding van het agens in de omgeving. Daarom moet equine proliferatieve enteropathie (EPE)momenteel als een belangrijke differentiaal diagnostische mogelijkheid aanzien worden bij veulens metgewichtsverlies of andere digestieve klachten.
Volledige tekst: 
pp 39-46
Permanente vorming

Pagina's