Permanente vorming

Nederlands

85 (2) pg 100

Titel: 
Mediale patellaluxatie bij de hond
Auteur(s): 
G. VERHOEVEN, M. DALLAGO
Samenvatting: 
Mediale patellaluxatie is een veel voorkomende aandoening bij de hond. Het komt hetvaakst voor bij kleine honden maar grote hondenrassen kunnen zeker ook aangetast zijn. Demeest voorkomende oorzaak van patellaluxatie is van congenitale oorsprong. Een traumatischeoorzaak is zeldzaam. De origine van deze aandoening ligt in een verplaatsing van de krachtenvan het quadricepsmechanisme die tot misvorming van de femur, tibia en patella kan leiden.Therapeutische en chirurgische opties voor mediale patellaluxatie zijn reeds veelvuldig beschreven.In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van de verschillende behandelingsopties en hunmogelijke complicaties.
Volledige tekst: 
pp 100-105
Permanente vorming

85 (1) pg 41

Titel: 
Gastro-intestinale Clostridium perfringens-infecties: een blijvend gevaar in de Belgische rundveehouderij
Auteur(s): 
B. VALGAEREN, E. GOOSSENS, S. VERHERSTRAETEN, L. GILLE, L. VAN DRIESSCHE, F. VAN IMMERSEEL, R. DUCATELLE, P. DEPREZ, B. PARDON
Samenvatting: 
De intensivering van de moderne landbouw wordt geassocieerd met een toename van Clostridiumperfringens-gerelateerde, gastro-intestinale problemen bij intensief gevoede runderen,zoals “hemorrhagic bowel disease” bij hoogproductief melkvee en enterotoxemie bij kalveren.Waar de pathogenese van hemorrhagic bowel disease nog grotendeels ongekend is, werdener de laatste jaren nieuwe inzichten in de pathogenese van enterotoxemie bekomen die eenbelangrijke repercussie op de aanpak van deze ziekte onder praktijkomstandigheden hebben.Ook andere clostridiumgeassocieerde maagdarminfecties, zoals “overeating disease” enneonatale clostridiose, worden regelmatig gediagnosticeerd. Overvoedering met structuurarme,eiwitrijke voeders is een overkoepelende risicofactor bij zowel HBD, enterotoxemie als overeatingdisease. Een goed uitgebalanceerd dieet dat zo stabiel mogelijk gehouden wordt, is dan ook hetbelangrijkste aandachtspunt op bedrijven die problemen hebben met clostridiose. Daarnaastdient bij jonge kalveren voldoende aandacht gegeven te worden aan een correcte en hygiënischebiestverstrekking om problemen met neonatale clostridiose te vermijden.
Volledige tekst: 
pp 41-49
Permanente vorming

84(6) pg 343

Titel: 
Medicamenteuze contraceptie bij de kat is nodig
Auteur(s): 
F. SNOECK, E. WYDOOGHE, A.VAN SOOM
Volledige tekst: 
pp 343-347
Permanente vorming

84(5) pg 281

Titel: 
Aviair bornavirus en kliermaagdilatatiesyndroom bij psittaciformen
Auteur(s): 
T. HELLEBUYCK, A. VAN CAELENBERG, G. ANTONISSEN, R. HAESENDONCK, A. MARTEL
Samenvatting: 
Aviair bornavirus (ABV) is het primaire etiologische agens dat het kliermaagdilatatiesyndroom(KDS) veroorzaakt bij psittaciformen. In tegenstelling tot wat oorspronkelijk over KDSverondersteld werd, blijkt ABV-infectie algemeen voor te komen bij psittaciformen en niet steedsaanleiding te geven tot klinische ziekte. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidigekennis van ABV. De diagnose, behandeling en het onder controle houden van KDS bij psittaciformenworden beschreven. Het stellen van een ante-mortemdiagnose van ABV als oorzaak vanKDS vormt een uitdaging. Voornamelijk het correleren van de ABV-status aan het waargenomenklinische beeld is niet steeds vanzelfsprekend. De nood aan betere diagnostische methoden meteen hoge sensitiviteit en specificiteit om ABV-infectie te detecteren, dringt zich dan ook op.
Volledige tekst: 
pp 281-289
Permanente vorming

84 (4) pg 223-231

Titel: 
Tandheelkunde bij het paard in de 21e eeuw - Deel 1. Afwijkingen van het paardengebit
Auteur(s): 
E. POLLARIS, L. VLAMINCK
Samenvatting: 
Het preventief onderzoeken en behandelen van het paardengebit geraakt stilaan meeringeburgerd. Hoe meer men kijkt, hoe meer men bewust wordt van de hoge prevalentie aangebitspathologieën. Zowel de kennis, de diagnostiek als de behandelingsmogelijkheden van dezeproblemen zijn de laatste jaren sterk geëvolueerd. Dit eerste artikel in een reeks over de modernetandheelkunde bij het paard vertrekt vanuit het normale gebit om daarna stil te staan bij deklinische aspecten van de verschillende afwijkingen. In de volgende artikels zal ingegaan wordenop de diagnostische mogelijkheden, alsook de verschillende facetten van de behandeling vanuiteenlopende gebitsproblemen.
Volledige tekst: 
pp 223-231
Permanente vorming

84(3) pg 158-161

Titel: 
Orofaryngeaal stoktrauma bij de hond
Auteur(s): 
N. DEVRIENDT, B. VAN GOETHEM, A. KITSHOFF, A. FURCAS, E. VAN DER VEKENS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Tijdens het spelen met stokken kan een orofaryngeale perforatie ontstaan. Acute klachtenzijn pijn, bloedverlies uit de mond, dysfagie of zelfs ademhalingsklachten. Chirurgische exploratievan de halsstreek is noodzakelijk om de perforatiegang te spoelen en eventueel aanwezigecontaminanten (houtfragmenten, gras, zand) te verwijderen. Tenzij de oesofagus in het procesbetrokken is (15-50% mortaliteit), is de prognose na stoktrauma gunstig. De kans op het ontwikkelenvan een fistel bedraagt 1%. Wanneer het initiële trauma echter niet wordt herkend of behandeld,ontstaat een chronische presentatie (> 7 dagen oud) die wordt getypeerd door abcesvormingof drainerende fistelgangen. Medische beeldvorming is dan aangewezen om de locatie vande achtergebleven, migrerende houtfragmenten te bepalen. Ondanks uitgebreide chirurgischeexploratie treden bij een derde van deze honden recurrente symptomen op.
Volledige tekst: 
pp 162-169
Permanente vorming

84 (2) pg 110-118

Titel: 
Is stamceltherapie voor orthopedische aandoeningen bij de hond reeds inzetbaar?
Auteur(s): 
E. DE BAKKER, M. DALLAGO, B. VAN RYSSEN, E. MEYER
Volledige tekst: 
pp 110-118
Permanente vorming

84(1) pg 48-54

Titel: 
Atypische myopathie bij het paard
Auteur(s): 
E. PAULUSSEN, B. BROUX, L. LEFÈRE, P. DEPREZ, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Atypische myopathie (AM) is een vaak fatale weidemyopathie die snel opkomt in Europa.Uitbraken zijn meestal acuut en onverwacht en het is belangrijk dat dierenartsen eneigenaars weten hoe ze moeten omgaan met de kritieke patiënten van deze aandoening. Erzijn verschillende hypothesen beschreven omtrent de etiologie en pathogenese ervan. In dezereview worden de belangrijkste hypothesen samengevat en enkele behandelingsmogelijkhedenen preventieve maatregelen gesuggereerd. Op dit moment wordt gedacht dat AM ontstaat naopname van esdoornzaden. Deze zaden bevatten hypoglycine A, dat kan leiden tot multipleacyl-CoA dehydrogenasedeficiëntie (MADD). De behandeling is meestal gebaseerd op deklinische symptomen en gaat vaak niet verder dan een ondersteunende therapie. Daarom ligtde nadruk op de preventie van AM. Dit artikel is bedoeld als een praktische ondersteuning voorpaardendierenartsen die te maken krijgen met AM.
Volledige tekst: 
pp 48-54
Permanente vorming

84(1) pg 10-17

Titel: 
Botpathologie bij apen van de Nieuwe en Oude Wereld
Auteur(s): 
F. MOLENBERGHS, K. CHIERS, J. BAKKER, J. LANGERMANS, A. DECOSTERE, J. SAUNDERS, P. CORNILLIE, L. BOSSELER
Samenvatting: 
Primaten worden vaak gebruikt als diermodel in het biomedisch onderzoek wegens hun sterkeovereenkomsten met de mens. Voornamelijk penseelapen (Callithrix jacchus) en resusapen (Macacamulatta) zijn frequent gebruikte apensoorten in het wetenschappelijk onderzoek. In dit artikelwordt een systematisch overzicht gegeven van de belangrijkste botaandoeningen bij primaten.Botaandoeningen kunnen spontaan voorkomen maar ook experimenteel worden geïnduceerdin het kader van onderzoek naar humane ziekten. Een gedegen kennis van deze pathologieënis niet enkel belangrijk om preventieve of therapeutische interventies te onderbouwen bijzowel de aap als de mens, maar draagt ook bij tot een optimale keuze van het diermodel. De,voornamelijk historisch gezien, belangrijkste groep van aandoeningen die hier worden besprokenzijn de metabole aandoeningen, waarbij de nadruk ligt op rachitis/osteomalacie en osteoporose.Congenitale aandoeningen, ontwikkelingsstoornissen, intoxicaties en deficiënties met effect op hetskelet worden ook besproken. Tenslotte zijn er nog de bottumoren, die weliswaar minder frequentgerapporteerd worden, maar die toch een niet te verwaarlozen groep vormen.
Volledige tekst: 
pp 10-17
Permanente vorming

83(6) pg 321-325

Titel: 
Afname en invriezen van epididymaal hengstensperma
Auteur(s): 
K. ROELS, B. LEEMANS, C. VERVERS, J. GOVAERE, M. HOOGEWIJS, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
De extragonadale spermareserves bevinden zich in de epididymis en de vas deferens. Deze spermatozoazijn fertiel en kunnen gebruikt worden in een laatste poging om fertiele spermatozoa van eenterminaal zieke of stervende hengst te bewaren. Epididymides worden verzameld via routinecastratie.Na gekoeld transport van de testikels en de epididymides worden de spermatozoa via retrograde flushingof via de flotatiemethode verzameld. Met een retrograde flushingtechniek wordt er een hogereopbrengst van spermacellen bekomen dan met de flotatiemethode. Epididymale spermatozoa wordeningevroren via standaardprotocollen.
Volledige tekst: 
pp 321-325
Permanente vorming

Pagina's