Permanente vorming

Nederlands

86 (5) pp 311

Titel: 
Caniene cutane mastceltumoren
Auteur(s): 
L. VAN EETVELDE, K. CHIERS, L. VAN BRANTEGEM
Samenvatting: 
Caniene cutane mastceltumoren (cMCT) zijn een vaak voorkomende neoplasie in de eerstelijnspraktijk.In 96% van de gevallen kunnen cMCT worden gediagnosticeerd via cytologie. Hetstellen van een prognose is echter geen evidentie omwille van hun variabel biologisch karakter.Aan de hand van verschillende factoren, zoals tumorlocatie, de aanwezigheid van systemischeklachten en metastasen, histologische en cytologische gradering, proliferatiemerkers,KIT-lokalisatiepatroon, KIT-mutatie en de tumorvrije randen, wordt de prognose ingeschat. Degekozen behandeling is gebaseerd op het resultaat van deze prognostische factoren, het klinischstadium en de lokalisatie van de tumor. Mogelijke behandelingen zijn chirurgie, radiotherapie,chemotherapie, elektrochemotherapie, tyrosine-kinasereceptorinhibitor, cryotherapie en intraregionalebehandeling met gedeïonizeerd water.
Volledige tekst: 
pp 311-322
Permanente vorming

2017 - 86 (4)

Titel: 
Biomechanische aspecten met betrekking tot hoefbeslag bij paarden
Auteur(s): 
M. OOSTERLINCK, M. DUMOULIN, E. VAN DE WATER, F. PILLE
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidige biomechanische inzichten dienuttige aanwijzingen kunnen verschaffen voor “evidence-based” keuzes omtrent het bekappenen/of het aanbrengen van hoefbeslag in de behandeling van kreupelheid bij het paard. Denadruk wordt gelegd op een optimale hoefbalans, de absorptie van schokken, de gepaste matevan grip/afremmen versus glijden, optimale drukverdeling binnen de hoef, en het bevorderenvan “breakover”. Ook met het hoefmechanisme moet rekening gehouden worden. Ideaal gezienworden de meeste van deze principes reeds gecombineerd in de preventie van letsels.
Volledige tekst: 
pp 256-265
Permanente vorming

86 (3) pp 183

Titel: 
Pyothorax bij de kat en de hond
Auteur(s): 
F. GORRIS, S. FAUT, S. DAMINET, H. DE ROOSTER, J. H. SAUNDERS, D. PAEPE
Samenvatting: 
Pyothorax, of thoraxempyeem, is een infectie van de pleurale holte, gekenmerkt door een accumulatievan purulent exudaat. Het is een levensbedreigende aandoening, zowel bij honden als bij katten,met een gereserveerde prognose. Dyspnee en/of tachypnee, anorexie en lethargie zijn de meestvoorkomende symptomen. De diagnose is meestal gemakkelijk te stellen aan de hand van de klinischesymptomen en onderzoek van het pleurale vocht, inclusief een cytologisch en bacteriologisch onderzoek.Meestal wordt orofaryngeale flora geïsoleerd in de pleurale effusie. De behandeling kan zowelmedicamenteus als chirurgisch zijn, maar moet snel en agressief ingesteld worden. In dit artikel wordteen overzicht gegeven van de meest voorkomende oorzaken van zowel feliene als caniene pyothorax,waarbij gelijkenissen en verschillen worden besproken. Epidemiologie, klinische symptomen, diagnose,behandeling en prognose komen uitgebreid aan bod.
Volledige tekst: 
pp 183-197
Permanente vorming

86 (2) pp 105

Titel: 
Aangeboren afwijkingen van de wervels bij de hond
Auteur(s): 
L. DE RYCKE, J.H. SAUNDERS
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van aangeboren afwijkingen van de wervels bij honden.Vertebrale anomalieën komen geregeld voor bij deze dieren en kunnen onderverdeeld worden intwee grote groepen, namelijk spinaal dysrafisme zoals spina bifida met of zonder meningocoele endermale sinus, en anomalieën van de vertebrale kolom. Deze laatste groep kan worden opgesplitst inmalformaties die hun ontstaan vinden in de embryonale ontwikkelingsperiode, zoals vlinderwervels,medio-laterale wigwervels en transitionele wervels, of in de foetale periode, zoals blokwervels endorsoventrale wigwervels. Aangeboren anomalieën van de wervels kunnen toevalsbevindingen zijnop RX of CT, maar soms zijn ze de onderliggende oorzaak van klinische, meestal neurologischeproblemen. Door druk op het ruggenmerg kunnen symptomen zoals ataxie van de achterste ledematen,parese, verlies van spinale reflexen, kyfose, lordose, scoliose, incontinentie en atrofie van de spierenvan de achterste ledematen optreden.
Volledige tekst: 
pp 105-118
Permanente vorming

86 (1) pp 47

Titel: 
Neurologisch onderzoek bij paarden in de praktijk
Auteur(s): 
J. RIJCKAERT, L. LEFÈRE EN G. VAN LOON
Samenvatting: 
Een grondig neurologisch onderzoek is aangewezen wanneer een paard tekenen vertoont vanzenuwstoornissen maar ook in gevallen waarbij het belangrijk is te bevestigen dat een paardneurologisch normaal is. Het voornaamste doel van het neurologisch onderzoek is uitmaken ofer neurologische afwijkingen zijn en in tweede instantie wordt getracht de primaire oorzaak enlokalisatie hiervan te achterhalen. Een gestandaardiseerde van-kop-tot-staartbenadering vermijdtdat er afwijkingen over het hoofd gezien worden. Daarom start het onderzoek steeds methet afnemen van een goede anamnese, observatie van het paard met aandacht voor het bewustzijn,gedrag, houding en stand en met een klinisch onderzoek. Vervolgens worden de kopzenuwengetest door middel van onder andere dreig-, pupil- en ooglidreflex. De hals, romp, ledematenen staart worden onderzocht om asymmetrieën of toegenomen of verminderde sensatie aan hetlicht te brengen. Daarna wordt het paard in beweging bekeken waarbij vooral de overgangen enhet stappen in kleine cirkels en zigzaglijnen, gebreken in de coördinatie kunnen aantonen. Hetonderscheid met orthopedische problemen is echter niet altijd eenvoudig te maken. Vooral paardenin laterale decubitus vormen een extra uitdaging voor de onderzoeker aangezien het neerliggenop zich reeds een afwijking in responsen kan veroorzaken. Bijkomend onderzoek is daaromvaak gewenst om een neurologisch probleem te bevestigen of om een letsel in beeld te brengen.Bloedonderzoek (algemeen, serologie, virusisolatie), lever- of spierbiopten, onderzoek van cerebrospinaalvocht en radiografieën kunnen in de praktijk uitgevoerd worden. In gespecialiseerdecentra zijn elektrodiagnostische testen beschikbaar en uitgebreide beeldvormingsmogelijkheden(CT, MRI, scintigrafie). Door deze technieken te combineren met het klinisch neurologisch onderzoekkan een (differentiaal)diagnose (op)gesteld worden.
Volledige tekst: 
pp 47-55
Permanente vorming

85 (6) pp 378

Titel: 
Baarmoederaandoeningen na het afkalven bij melkkoeien: een overzicht met nadruk op subklinische endometritis
Auteur(s): 
O. B. PASCOTTINI, G. OPSOMER
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een geüpdatet overzicht gegeven van de definities van de meest voorkomendebaarmoederproblemen na het afkalven bij melkkoeien. Een afwijkend uterien milieu op de meest precairemomenten van de voortplantingscyclus veroorzaakt immers schade aan de gameten en het jongeembryo met finaal nefaste gevolgen voor het voortplantingsvermogen van de koeien. Dit laatste zorgtvoor beduidende economische verliezen op veel moderne melkveebedrijven. Vandaar dat het voor depracticus van groot belang is om tot een accurate diagnose te komen teneinde een gerichte en efficiëntebehandeling te kunnen instellen. Bovendien wordt in dit artikel bijzondere aandacht besteed aan subklinischeendometritis. Deze aandoening is bij practici minder goed bekend terwijl ze bij een relatiefgroot aantal dieren voorkomt op het moment van inseminatie. Via het aanreiken van diepgaanderekennis omtrent het complex van postpartum baarmoederproblemen, hopen de auteurs met dit artikel depracticus te wijzen op de voorhanden zijnde mogelijkheden om tot een accurate diagnose en dus ookmeer efficiënte behandeling te komen.
Volledige tekst: 
pp 378-385
Permanente vorming

85 (5) pp 309

Titel: 
België ontsnapt niet aan het “rabbit hemorrhagic disease virus-2” (RHDV2) bij konijnen
Auteur(s): 
K. HERMANS, I. MOEREMANS, M. VERLINDEN, A. GARMYN
Samenvatting: 
Sinds 2016 is in België een duidelijke spreiding aan de gang van een nieuwe variant van het“rabbit hemorrhagic disease virus” (RHDV), aangeduid als RHDV2. Acute sterfte van konijnenis bij beide varianten van het virus het vaakst geziene verschijnsel.Vaccinatie tegen beide virusvarianten is mogelijk. Het vaccin dat momenteel in België geregistreerdis tegen RHD, beschermt niet tegen de variantstam. Via het cascadesysteem kan de dierenartsop eigen verantwoordelijkheid een vaccin invoeren dat in een andere EU-lidstaat daarvoorgeregistreerd is. De actuele epidemiologische situatie verantwoordt dat konijnen preventiefgevaccineerd worden tegen RHD. Ook myxomatose maakt echter nog steeds zeer veel slachtoffers,zowel onder wilde als onder tamme konijnen. Omwille van de actualiteit van het RHDV2krijgt myxomatose momenteel te weinig aandacht. Er is een belangrijke taak weggelegd voorde dierenarts om konijneneigenaars correct te informeren over de belangrijke virale ziekten bijkonijnen en de mogelijkheden tot preventie.
Volledige tekst: 
pp 309-314
Permanente vorming

85 (4) pg 225

Titel: 
Tandheelkunde bij het paard in de 21e eeuw – Deel 2: Onderzoek van de paardenmond en diagnostische hulpmiddelen voor detectie van gebitspathologie
Auteur(s): 
E. POLLARIS, E. VAN DER VEKENS, I. GIELEN, C.P. CRIJNS, L. VLAMINCK
Samenvatting: 
In deel één van deze tweeluik over tandheelkunde bij het paard dat in nummer 4 van dittijdschrift in 2015 is verschenen, werden de verschillende afwijkingen van het paardengebittoegelicht. In dit tweede deel wordt gefocust op de diagnostiek van gebitspathologie. Centraalhierin staat de uitvoering van een correct mondonderzoek in combinatie met het gebruikvan een juiste terminologie/nomenclatuur om de aangetroffen pathologie te noteren op eengebitsfiche. Diagnostische, beeldvormende technieken, zoals dentale endoscopie, radiografie,computertomografie, scintigrafie en MRI leveren complementaire informatie die toelaat hetprobleem beter te situeren en prognostische en therapeutische conclusies te trekken.
Volledige tekst: 
pp 225-236
Permanente vorming

85 (3) pg 167

Titel: 
De hond als kankermodel in de zoektocht naar nieuwe therapeutische alternatieven
Auteur(s): 
E. ABMA, L. CICCHELERO, H. DE ROOSTER, S. DAMINET, N.N. SANDERS
Samenvatting: 
In het kankeronderzoek wordt het knaagdierkankermodel beschouwd als de standaard. Detranslatie van onderzoeksresultaten van knaagdier naar mens is echter verre van optimaal en hetwordt dan ook aanbevolen om de werkzaamheid van nieuwe kankergeneesmiddelen te bevestigenbij hogere diersoorten vooraleer humane studies worden gestart. Honden met spontane kankerzijn de perfecte kandidaten. De histologische, biologische en genetische achtergrond van kankeris beter vergelijkbaar tussen honden en mensen dan tussen knaagdieren en mensen. Tevenszijn de tumorontwikkeling en de interactie tussen de tumor, de gastheer en de micro-omgevingvan de tumor analoog aan die bij de mens. De diagnostische en behandelingsmogelijkhedenvoor de hond zijn overeenkomstig met die voor de mens, terwijl de progressie van kanker bijhonden snel genoeg is om binnen een aanvaardbare termijn resultaten te bekomen. Tenslotteis het reglementair gezien makkelijker om honden op te nemen in klinische onderzoeken danhumane patiënten, wat uitgebreide mogelijkheden voor onderzoek verschaft. De hond zelf heeftbovendien ook baat bij deelname aan klinische studies omdat deze een bijkomende kans opgenezing kunnen bieden.
Volledige tekst: 
pp 167-170
Permanente vorming

85 (2) pg 100

Titel: 
Mediale patellaluxatie bij de hond
Auteur(s): 
G. VERHOEVEN, M. DALLAGO
Samenvatting: 
Mediale patellaluxatie is een veel voorkomende aandoening bij de hond. Het komt hetvaakst voor bij kleine honden maar grote hondenrassen kunnen zeker ook aangetast zijn. Demeest voorkomende oorzaak van patellaluxatie is van congenitale oorsprong. Een traumatischeoorzaak is zeldzaam. De origine van deze aandoening ligt in een verplaatsing van de krachtenvan het quadricepsmechanisme die tot misvorming van de femur, tibia en patella kan leiden.Therapeutische en chirurgische opties voor mediale patellaluxatie zijn reeds veelvuldig beschreven.In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van de verschillende behandelingsopties en hunmogelijke complicaties.
Volledige tekst: 
pp 100-105
Permanente vorming

Pagina's