Permanente vorming

Nederlands

87 (5) pg 283

Titel: 
Laryngeale hemiplegie bij het paard: een update
Auteur(s): 
E. DE CLERCQ, A. MARTENS
Samenvatting: 
Laryngeale hemiplegie is een bekende aandoening van de bovenste luchtwegen bij het paard. Hetkomt niet alleen voor bij volbloeden maar eveneens bij warmbloedpaarden, koudbloeden en pony’s.Deze aandoening wordt voornamelijk aan de linkerzijde gezien. De functie van de linker nervuslaryngeus recurrens wordt geïnhibeerd, waardoor een verlamming van de linker cricoarythenoïdeusdorsalis-spier optreedt. Laryngeale hemiplegie aan de rechterzijde heeft bijna altijd een onderliggendeoorzaak in tegenstelling tot laryngeale hemiplegie aan de linkerzijde. Deze aandoening geeft mogelijkaanleiding tot een vermindering van het prestatievermogen van het paard, maar vaak is de primaireklacht die de eigenaar waarneemt de aanwezigheid van een inspiratoir geluid. De diagnose is niet altijdsimpel, voornamelijk omdat de meeste praktijkdierenartsen geen endoscoop ter beschikking hebben.Recente studies wijzen uit dat echografisch onderzoek van de larynx kan helpen bij de diagnose vandeze aandoening. Dit is een goed en beter beschikbaar alternatief. Indien de enige klacht die de eigenaarwaarneemt het geluid is dat het paard maakt tijdens de arbeid, dan is een laserbehandeling de bestekeuze. Ondervindt het paard problemen met de intensiteit van het werk dan is verdere chirurgischeinterventie nodig. Laryngoplastie of “tie-back” krijgt tegenwoordig nog steeds de voorkeur van demeeste chirurgen. Er zijn echter nieuwe behandelingen in ontwikkeling, waarbij gebruik wordt gemaaktvan zenuwgreffes en pacemakers om reïnnervatie mogelijk te maken. Deze laatste vernieuwingenzorgen voor een sterke reductie van de complicaties die wel vaker gezien worden bij laryngoplastie.Niettegenstaande is de prognose voor sportpaarden met idiopathische linker laryngeale hemiplegie dieeen laryngoplastie ondergaan zonder postoperatieve complicaties, goed.
Volledige tekst: 
pp 283-296
Permanente vorming

87 (4) pp 228

Titel: 
Cytologie bij zangvogels: een nuttige diagnostische tool
Auteur(s): 
A. GARMYN, M. VERLINDEN
Samenvatting: 
Ziekteproblemen bij in groep gehouden zangvogels zijn vaak van infectieuze aard. Dewaargenomen klinische klachten zijn echter dikwijls dezelfde en voornamelijk aspecifiek.Cytologisch onderzoek van de organen na post-mortemonderzoek zijn desgevallend vanonschatbare diagnostische waarde. In dit artikel worden de basisprincipes van de cytologischestaalnametechniek van organen en de beoordelingswijze van een cytologisch preparaatbeschreven. Verder wordt een overzicht gegeven van belangrijke infectieuze aandoeningen bijzangvogels, waarvan met behulp van cytologisch onderzoek een definitieve of waarschijnlijke,etiologische diagnose gesteld kan worden. Bij deze kan dit overzicht een nuttige leidraad zijnvoor elke dierenarts met zangvogels in zijn of haar patiëntenbestand.
Volledige tekst: 
pp 228-236
Permanente vorming

87 (3) pp 164

Titel: 
Feliene arteriële trombo-embolie: prognostische factoren en behandeling
Auteur(s): 
L. LOCQUET, D. PAEPE, S. DAMINET, P. SMETS
Samenvatting: 
Feliene arterïele trombo-embolie (ATE) wordt veroorzaakt door een volledige of gedeeltelijke obstructie van een perifere arterie ten gevolge van trombus die gevormd werd op een andere plaats; dit vaak ten gevolge van cardiomyopathie. Gezien de klinische presentatie, waaraan vaak geen symptomen vooraf gaan, wordt ATE beschouwd als een van de meest verontrustende, spoedeisende situaties in de praktijk. Een aanzienlijk deel van deze patiënten wordt geëuthanaseerd op het moment van diagnose. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat sommige van deze patiënten een goede langetermijnoverleving kunnen hebben. Deze katten kunnen soms tot langer dan één jaar overleven met een goede levenskwaliteit, mits een correcte behandeling en nauwkeurige opvolging. Essentieel bij deze aandoening is het herkennen van specifieke prognostische factoren om de communicatie met de eigenaar te sturen en zo in samenspraak de beslissing te nemen het dier te behandelen of te euthanaseren. Verder zijn een individueel aangepaste therapie en gerichte follow-up van de patiënt belangrijk.
Volledige tekst: 
pp 150-175
Permanente vorming

87 (2) pp 099

Titel: 
Incomplete ossificatie van de humeruscondylen (IOHC) bij de hond
Auteur(s): 
I. GIELEN, Y. SAMOY, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Incomplete ossificatie van de humeruscondylen (IOHC) bij de hond is een vrij zeldzaamelleboogprobleem dat voornamelijk bij spaniëlrassen wordt gezien maar ook bij andere rassenkan voorkomen. Deze aandoening gaat niet altijd gepaard met klinische symptomen maarkan de aanleiding zijn van elleboogkreupelheid en zelfs condylaire humerusfracturen. Dediagnose van IOHC is niet altijd eenvoudig. Radiografisch is de fissuur niet altijd zichtbaar.Computertomografie is de meest efficiënte beeldvormingstechniek om deze aandoening metzekerheid te diagnosticeren. Indien het dier geen klachten vertoont, kan conservatieve therapieworden overwogen maar in geval van kreupelheid is het plaatsen van een compressieschroef demeest gangbare behandeling.
Volledige tekst: 
pp 099-104
Permanente vorming

87 (1) pp 37

Titel: 
Rationele antimicrobiële therapie voor sepsis bij runderen in het licht van de nieuwe wetgeving over kritisch belangrijke antibiotica
Auteur(s): 
B. PARDON, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Sepsis is een levensbedreigende aandoening bij rundvee, net zoals bij de mens. Het snel toedienenvan een breedspectrum-, bactericide antibioticum via intraveneuze weg is cruciaal voor een succesvollebehandeling van sepsis. De nieuwe wetgeving limiteert echter het gebruik van de kritisch belangrijkefluoroquinolonen en cefalosporinen bij voedselproducerende dieren. Deze antimicrobiële middelenworden als zeer effectief ervaren voor de behandeling van sepsis en werden vroeger dan ook veelvuldigingezet voor deze indicatie. Het doel van dit artikel is een overzicht te geven van de huidige kennisover sepsis bij runderen om praktijkdierenartsen te sturen in hun beslissingsproces voor de behandelingvan sepsis. De incidentie van sepsis bij rundvee wordt hoogstwaarschijnlijk ernstig onderschat.De ziekte werd vrijwel niet onderzocht bij runderen, wat het opstellen van speciesspecifieke richtlijnensterk bemoeilijkt. De diagnose van sepsis door middel van bloedonderzoek is met de huidige laboratoriumtechnologievoldoende accuraat. Mogelijke hinderpalen voor een meer veralgemeende toepassingzijn de minder hygiënische stalomgeving en de beperkte beschikbaarheid van aangepaste apparatuur inveterinaire labo’s, maar deze lijken niet onoverkomelijk. Ernstige sepsis en septische shock zijn mogelijkde enige indicaties die in aanmerking komen voor het hoogdringendheidscriterium zoals in dewetgeving weergegeven, maar het is belangrijk in te zien dat er ook antimicrobiële behandelingen metniet kritisch belangrijke moleculen bestaan met een mogelijk gelijkaardige effectiviteit.
Volledige tekst: 
pp 37-46
Permanente vorming

86 (6) pp 379

Titel: 
Het bepalen van het optimale tijdstip voor keizersnede bij de hond in functie van de voorspelde partusdatum
Auteur(s): 
T. GOESSENS, B. VAN GOETHEM, H. DE ROOSTER, E. VAN DER VEKENS, I. POLIS, A. VAN SOOM, E. WYDOOGHE
Samenvatting: 
Het optimale tijdstip bepalen voor de keizersnede bij de hond kan een uitdaging betekenenvoor de praktijkdierenarts. Er moet rekening gehouden worden met de berekende partusdatum,het al dan niet op gang zijn van de partus en het al dan niet aanwezig zijn van dystocie. Sommigeteven hebben een verlengde dracht, bij andere start de partus te vroeg. In beide gevallen is dekans op overleving van de pups zeer laag. Ook wanneer er bij dystocie te lang gewacht wordtom een keizersnede uit te voeren, komt de overleving van de pups in het gedrang. Het is daaromvan groot belang de juiste partusdatum bij elke individuele hond te kunnen voorspellen, zekerbij risicopatiënten. De partusdatum kan berekend worden door het begin van de metoestrus tebepalen via vaginale cytologie of door embryonale en foetale structuren te meten via echografie.De meest accurate methode is echter door middel van cyclusopvolging met progesteronmeting.
Volledige tekst: 
pp 379-387
Permanente vorming

86 (5) pp 311

Titel: 
Caniene cutane mastceltumoren
Auteur(s): 
L. VAN EETVELDE, K. CHIERS, L. VAN BRANTEGEM
Samenvatting: 
Caniene cutane mastceltumoren (cMCT) zijn een vaak voorkomende neoplasie in de eerstelijnspraktijk.In 96% van de gevallen kunnen cMCT worden gediagnosticeerd via cytologie. Hetstellen van een prognose is echter geen evidentie omwille van hun variabel biologisch karakter.Aan de hand van verschillende factoren, zoals tumorlocatie, de aanwezigheid van systemischeklachten en metastasen, histologische en cytologische gradering, proliferatiemerkers,KIT-lokalisatiepatroon, KIT-mutatie en de tumorvrije randen, wordt de prognose ingeschat. Degekozen behandeling is gebaseerd op het resultaat van deze prognostische factoren, het klinischstadium en de lokalisatie van de tumor. Mogelijke behandelingen zijn chirurgie, radiotherapie,chemotherapie, elektrochemotherapie, tyrosine-kinasereceptorinhibitor, cryotherapie en intraregionalebehandeling met gedeïonizeerd water.
Volledige tekst: 
pp 311-322
Permanente vorming

2017 - 86 (4)

Titel: 
Biomechanische aspecten met betrekking tot hoefbeslag bij paarden
Auteur(s): 
M. OOSTERLINCK, M. DUMOULIN, E. VAN DE WATER, F. PILLE
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidige biomechanische inzichten dienuttige aanwijzingen kunnen verschaffen voor “evidence-based” keuzes omtrent het bekappenen/of het aanbrengen van hoefbeslag in de behandeling van kreupelheid bij het paard. Denadruk wordt gelegd op een optimale hoefbalans, de absorptie van schokken, de gepaste matevan grip/afremmen versus glijden, optimale drukverdeling binnen de hoef, en het bevorderenvan “breakover”. Ook met het hoefmechanisme moet rekening gehouden worden. Ideaal gezienworden de meeste van deze principes reeds gecombineerd in de preventie van letsels.
Volledige tekst: 
pp 256-265
Permanente vorming

86 (3) pp 183

Titel: 
Pyothorax bij de kat en de hond
Auteur(s): 
F. GORRIS, S. FAUT, S. DAMINET, H. DE ROOSTER, J. H. SAUNDERS, D. PAEPE
Samenvatting: 
Pyothorax, of thoraxempyeem, is een infectie van de pleurale holte, gekenmerkt door een accumulatievan purulent exudaat. Het is een levensbedreigende aandoening, zowel bij honden als bij katten,met een gereserveerde prognose. Dyspnee en/of tachypnee, anorexie en lethargie zijn de meestvoorkomende symptomen. De diagnose is meestal gemakkelijk te stellen aan de hand van de klinischesymptomen en onderzoek van het pleurale vocht, inclusief een cytologisch en bacteriologisch onderzoek.Meestal wordt orofaryngeale flora geïsoleerd in de pleurale effusie. De behandeling kan zowelmedicamenteus als chirurgisch zijn, maar moet snel en agressief ingesteld worden. In dit artikel wordteen overzicht gegeven van de meest voorkomende oorzaken van zowel feliene als caniene pyothorax,waarbij gelijkenissen en verschillen worden besproken. Epidemiologie, klinische symptomen, diagnose,behandeling en prognose komen uitgebreid aan bod.
Volledige tekst: 
pp 183-197
Permanente vorming

86 (2) pp 105

Titel: 
Aangeboren afwijkingen van de wervels bij de hond
Auteur(s): 
L. DE RYCKE, J.H. SAUNDERS
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van aangeboren afwijkingen van de wervels bij honden.Vertebrale anomalieën komen geregeld voor bij deze dieren en kunnen onderverdeeld worden intwee grote groepen, namelijk spinaal dysrafisme zoals spina bifida met of zonder meningocoele endermale sinus, en anomalieën van de vertebrale kolom. Deze laatste groep kan worden opgesplitst inmalformaties die hun ontstaan vinden in de embryonale ontwikkelingsperiode, zoals vlinderwervels,medio-laterale wigwervels en transitionele wervels, of in de foetale periode, zoals blokwervels endorsoventrale wigwervels. Aangeboren anomalieën van de wervels kunnen toevalsbevindingen zijnop RX of CT, maar soms zijn ze de onderliggende oorzaak van klinische, meestal neurologischeproblemen. Door druk op het ruggenmerg kunnen symptomen zoals ataxie van de achterste ledematen,parese, verlies van spinale reflexen, kyfose, lordose, scoliose, incontinentie en atrofie van de spierenvan de achterste ledematen optreden.
Volledige tekst: 
pp 105-118
Permanente vorming

Pagina's