Overzichtsartikel(en)

Nederlands

81 (3) pp 119-128

Titel: 
Schmallenberg virus: emergence of an Orthobunyavirus among ruminants in Western Europe
Auteur(s): 
L. STEUKERS, G. BERTELS, A.B. CAY, H.J. NAUWYNCK
Samenvatting: 
Recent werd er een nieuw virus geïdentificeerd bij herkauwers in West-Europa. Dit virus, het Schmallenbergvirus,behoort tot de familie Bunyaviridae, genus Orthobunyavirus, serogroep Simbu en vertoont sterke verwantschapmet het Akabane-, Aino- en Shamondavirus. Bij runderen bestaan de acute symptomen bij het moederdier en volwassendieren in het algemeen uit onder andere hoge koorts, milk drop en diarree. Opmerkelijk is het effect van hetvirus op de foetus. Infectie tijdens de dracht kan aanleiding geven tot abortus, doodgeboorte en ernstige congenitalemalformaties. Net zoals alle andere bunyavirussen wordt Schmallenbergvirus overgedragen door vectoren. Gelijkaardigevirussen, zoals Akabane en Akabane-achtige virussen, worden op die manier overgedragen door Culicoides.Vermoedelijk zijn ook gelijkaardige vectoren van belang voor de transmissie van Schmallenbergvirus. Deze reviewgeeft een overzicht van Bunyaviridae, hun epidemiologie, symptomen, preventie en bestrijding. Speciale aandachtgaat hierbij naar gelijkenissen tussen het Schmallenbergvirus en andere leden van de Simbu-serogroep.
Volledige tekst: 
pp 119-128
Overzichtsartikel(en)

81 (4) pp 195-204

Titel: 
Monitoring of diabetic dogs
Auteur(s): 
A.WILLEMS, P. SMETS, I. VAN DE MAELE, S. VANDENABEELE, S. DAMINET
Samenvatting: 
Diabetes mellitus is één van de meest voorkomende endocriene aandoeningen bij de hond. De diagnosekan vrij eenvoudig gesteld worden, maar de behandeling en voornamelijk het toepassen van een gepasteopvolging vormen een uitdaging. Het goed monitoren is belangrijk om complicaties, zoals hypoglycemie,gewichtsverlies, diabetes ketoacidose en urineweginfecties, te vermijden. Er bestaan verschillende methodenom een diabetespatiënt op te volgen: anamnese en lichamelijk onderzoek, éénmalige glucosebepaling,glucosedagcurves, fructosaminebepaling, geglyceerd hemoglobine, continuë glucosemetingen en glucosurie.De kunst is om aan de hand van een combinatie van deze technieken een goed beeld te krijgen van deglycemische status van de patiënt.
Volledige tekst: 
pp 195-204
Overzichtsartikel(en)

81 (5) pp 274-282

Titel: 
Embryo transfer in horses: essential to modern breeding
Auteur(s): 
L.T.M.VANDENBERGHE, J. GOVAERE, H.NELIS, M. HOOGEWIJS, P. DAELS, A.VAN SOOM
Samenvatting: 
Embryotransplantatie bij het paard is een voortplantingstechniek waarbij een embryo van eenwaardevolle donormerrie wordt uitgespoeld en overgeplant in een draagmerrie. Dit heeft tal vanvoordelen. Praktisch behelst deze techniek verschillende aspecten. Vooraf dient de cyclus van dedraagmerrie gesynchroniseerd te worden met die van de donor. Daarna dient men op het juiste tijdstiphet embryo uit de baarmoeder van de drachtige donormerrie te spoelen. Na het opzoeken enwassen van het embryo wordt het ingeplant bij de draagmerrie of receptor. Na de geboorte wordthet veulen nog geruime tijd door de receptor gezoogd.Bij het spoelen van de donormerrie wordt in ongeveer 50% van de gevallen een embryo gecollecteerden na het overplanten van een embryo wordt uiteindelijk gemiddeld 70% van de receptormerriesdrachtig. Uiteraard worden deze percentages in de praktijk door verschillende factorenbeïnvloed. Deze factoren hebben zowel betrekking op de donor als op de receptor.
Volledige tekst: 
pp 274-282
Overzichtsartikel(en)

81 (5) pp 266-273

Titel: 
Antimicrobial resistance: a multifaceted phenomenon
Auteur(s): 
F. BOYEN, F. PASMANS, P. BUTAYE, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Antibiotica chemotherapeutica met een antibacteriële werking zijn niet meer weg te denken uitde veterinaire geneeskunde. De opkomst van antimicrobiële resistentie vormt een bedreiging voorde gezondheid van zowel mens als dier en het voortbestaan van de dierlijke voedselproductie zoalswij die vandaag kennen. In dit overzicht worden enkele basistermen en begrippen met betrekkingtot antimicrobiële resistentie toegelicht. Bovendien wordt er een samenvatting gegeven van de manierwaarop resistentie kan worden bepaald en hoe de resultaten van gevoeligheidstesten dienen teworden geïnterpreteerd.
Volledige tekst: 
pp 266-273
Overzichtsartikel(en)

81 (5) pp 255-265

Titel: 
The use of antiviral drugs in veterinary medicine
Auteur(s): 
A. DE VLEESCHAUWER, D. LEFEBVRE, K. DE CLERCQ
Samenvatting: 
De interesse voor het gebruik van antivirale geneesmiddelen in de diergeneeskunde neemt duidelijktoe. Tot op heden blijft de behandeling van virale infectieziekten in de diergeneeskunde beperkttot het gebruik van enkele humane geneesmiddelen bij gezelschapsdieren, maar deontwikkeling van specifieke diergeneeskundige middelen is aan de gang. Ook in de sector van denutsdieren, waar virale infectieziekten kunnen leiden tot grote economische verliezen, is er toenemendeinteresse voor het gebruik van antivirale geneesmiddelen. De toediening van geneesmiddelenaan voedselproducerende dieren stelt echter specifieke eisen met betrekking tot farmacokinetiek,de uitwerking van maximale residulimieten (MRLs) en wachttijden, alsook (eco)toxiciteit. Ervaringenuit de humane geneeskunde leren dat de therapeutische doeltreffendheid van antivirale middelensoms negatief beïnvloed wordt door het ontstaan van minder gevoelige (resistente)virusvarianten. Bij de ontwikkeling van nieuwe antivirale producten is het dus van uitermate belangrekening te houden met de kans op antivirale resistentieontwikkeling. Dit is zeker het geval wanneerer wordt gedacht aan de grootschalige toepassing in de diergeneeskunde. In dit artikel wordt eenkorte inleiding gegeven over antivirale resistentieontwikkeling. Daarnaast wordt voor de meest voorkomendevirale ziekten bij huisdieren een literatuuroverzicht gegeven van de mogelijke behandelingmet chemische antivirale moleculen waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan debeschikbare gegevens over antivirale resistentieontwikkeling. Het aantal studies over de effectiviteitvan (humane) antivirale middelen tegenover diervirussen is beperkt en klinisch onderzoek limiteertzich meestal tot de werkzaamheid en toxiciteit. Er is een gebrek aan wetenschappelijke gegevensomtrent de dosering en de kans op resistentieontwikkeling van antivirale producten voor gebruikbij dieren. De bestrijding van virale dierziekten door middel van een antivirale therapie lijkt omwillevan verschillende redenen aanlokkelijk, maar er is nog veel onderzoek vereist om tot een verantwoordepraktische toepassing te komen.
Volledige tekst: 
pp 255-265
Overzichtsartikel(en)

81 (6) pp 329-340

Titel: 
New artificial reproductive techniques in the horse: applications and limitations
Auteur(s): 
B. LEEMANS, K. SMITS, A. VAN SOOM, H. NELIS
Samenvatting: 
Recente ontwikkelingen in de geassisteerde voortplanting bij het paard laten toe veulens tefokken van sub- of infertiele merries en hengsten, alsook van pasgestorven merries of hengsten.Eicellen kunnen bij levende merries verzameld worden door ovum pick-up (OPU), waarbij deeicellen transvaginaal of transabdominaal uit de follikels gespoeld worden. Post mortem kunnenook eicellen verkregen worden door de follikels te schrapen. Na rijping kunnen de eicellen bevruchtworden. Dit kan in vivo door eiceltransfer, waarbij een rijpe eicel in de eileider van eengeïnsemineerde receptormerrie wordt overgeplant, of in vitro. Aangezien conventionele invitrofertilisatieniet succesvol is bij paarden, wordt intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)toegepast. Na ICSI kunnen de bevruchte eicellen worden overgebracht naar de eileider van eengesynchroniseerde receptormerrie. Eveneens kunnen ze verder in vitro worden opgekweekt totblastocysten, waarna ze naar de baarmoeder van een receptormerrie overgeplant kunnen worden.In dit artikel wordt de in-vitroproductie van paardenembryo’s besproken met de bijhorende voorennadelen en de mogelijke klinische en wetenschappelijke toepassingen.
Volledige tekst: 
pp 329-340
Overzichtsartikel(en)

81 (6) pp 319-328

Titel: 
The use of cardiac biomarkers in veterinary medicine: the equine perspective
Auteur(s): 
N. VAN DER VEKENS, A. DECLOEDT, D. DE CLERCQ, T. VERHEYEN, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Cardiale biomarkers, zoals natriuretische peptiden en troponinen, worden reeds routinematig in dehumane geneeskunde gebruikt voor de diagnose, prognose en monitoring van hartaandoeningen. Hoewelze ook in de kleine huisdierensector regelmatig bepaald worden om cardiologische en niet-cardiologischeaandoeningen van elkaar te onderscheiden, is de literatuur omtrent het gebruik bij paarden beperkt.Bij paarden werd reeds een significante correlatie aangetoond tussen het ‘atrial natriuretic peptide’ (ANP),N-terminal ANP (NT-proANP) en de voorkamergrootte. Specifieke equine testen voor ‘brain natriureticpeptide’ (BNP) of ‘N-terminal BNP’ (NT-proBNP) bepaling ontbreken echter nog steeds. Troponinen(vooral troponine I) zijn meer uitgebreid bestudeerd bij het paard. Ze worden reeds gebruikt voor dediagnose van myocardschade en vervangen de minder specifieke lactaatdehydrogenase en creatinekinaseiso-enzymen, waardoor het gebruik van deze laatste niet meer gerechtvaardigd is. Een laatste mogelijkbelangrijke biomarker is aldosteron, maar aangezien slechts één studie bij paarden een correlatieaangetoond heeft tussen de aldosteronconcentratie en hartaandoeningen is uitgebreider onderzoek nodig.
Volledige tekst: 
pp 319-328
Overzichtsartikel(en)

81 (1) pp 3-10

Titel: 
Enterohemorrhagic Escherichia coli with particular attention to the German outbreak strain O104:H4
Auteur(s): 
M.A. JORIS, D. VANROMPAY, K. VERSTRAETE, K. DE REU, L. DE ZUTTER
Samenvatting: 
In dit overzichtsartikel worden de epidemiologie en de ecologie van de enterohemorragische Escherichia coli(EHEC), een subset van de verocytotoxigene E. coli (VTEC) besproken en wordt het belang ervan voor devolksgezondheid toegelicht. Speciale aandacht wordt besteed aan de uitbraakstam O104:H4 die geïsoleerd werd alsverwekker van de tweede grootste uitbraak van het hemolytische uremisch syndroom wereldwijd. Deze uitbraakbegon in mei 2011 in Duitsland maar hield heel Europa in de ban. Deze stam is echter geen EHEC als dusdanig, maarbezit een ongewone combinatie van virulentiefactoren van zowel EHEC als enteroaggregatieve E. coli.
Volledige tekst: 
pp 03-10
Overzichtsartikel(en)

82 (4) pp 201-210

Titel: 
Het couperen van de staart bij lammeren: staarteigenschappen, (contra-)indicaties, wetgeving en alternatieve managementmaatregelen
Auteur(s): 
B. DRIESSEN, E. PEETERS, J. VAN THIELEN, S. VAN BEIRENDONCK
Samenvatting: 
Hoewel het couperen van de staart bij vrouwelijke lammeren in de Belgische schapenhouderijnog steeds wordt uitgevoerd, dienen er toch vragen over de effectiviteit van het couperen endaardoor ook over de noodzakelijkheid van deze ingreep te worden gesteld. Het couperen vanlammerstaarten is eerder te beschouwen als een cosmetische behandeling dan een behandelingter preventie van myiasis. Om de myiasisincidentie bij schapen effectief te beperken, dient defocus op andere bedrijfsmaatregelen dan het couperen van staarten te worden gelegd. In ditartikel wordt het couperen van lammerstaarten ter discussie gesteld en alternatieven, die al danniet onmiddellijk implementeerbaar zijn, worden belicht. De dierenarts kan de schapenhouderadviseren om meer doeltreffende managementmaatregelen in de strijd tegen myiasis te nemen. Eenfrequente controle van de dieren, het beperken van de bevuiling van de achterhand, het preventiefgebruik van antiparasitaire middelen, scheermanagement en het gebruik van vliegenvallen zijndaarbij belangrijk.
Volledige tekst: 
pp 201-210
Overzichtsartikel(en)

82 (4) pp 191-200

Titel: 
Negatieve druktherapie ter bevordering van de wondheling bij gezelschapsdieren
Auteur(s): 
A. L. SPILLEBEEN, M. OR, B. VAN GOETHEM, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Negatieve druktherapie is een algemeen aanvaarde behandelingsmethode bij humane patiëntenmet acute en chronische wonden. De lokale toepassing van negatieve druk bevordert de doorbloedingvan het wondbed, de vorming van gezond granulatieweefsel en de evacuatie van wondvocht.De interesse om deze techniek ook bij gezelschapsdieren toe te passen neemt wereldwijd toe. Erzijn reeds verschillende positieve effecten waargenomen na experimentele en klinische behandelingvan wonden, maar een grondige evaluatie van de negatieve druktherapie bij gezelschapsdierenontbreekt tot op heden.
Volledige tekst: 
pp 191-200
Overzichtsartikel(en)

Pagina's