Overzichtsartikel(en)

Nederlands

81 (5) pp 255-265

Titel: 
The use of antiviral drugs in veterinary medicine
Auteur(s): 
A. DE VLEESCHAUWER, D. LEFEBVRE, K. DE CLERCQ
Samenvatting: 
De interesse voor het gebruik van antivirale geneesmiddelen in de diergeneeskunde neemt duidelijktoe. Tot op heden blijft de behandeling van virale infectieziekten in de diergeneeskunde beperkttot het gebruik van enkele humane geneesmiddelen bij gezelschapsdieren, maar deontwikkeling van specifieke diergeneeskundige middelen is aan de gang. Ook in de sector van denutsdieren, waar virale infectieziekten kunnen leiden tot grote economische verliezen, is er toenemendeinteresse voor het gebruik van antivirale geneesmiddelen. De toediening van geneesmiddelenaan voedselproducerende dieren stelt echter specifieke eisen met betrekking tot farmacokinetiek,de uitwerking van maximale residulimieten (MRLs) en wachttijden, alsook (eco)toxiciteit. Ervaringenuit de humane geneeskunde leren dat de therapeutische doeltreffendheid van antivirale middelensoms negatief beïnvloed wordt door het ontstaan van minder gevoelige (resistente)virusvarianten. Bij de ontwikkeling van nieuwe antivirale producten is het dus van uitermate belangrekening te houden met de kans op antivirale resistentieontwikkeling. Dit is zeker het geval wanneerer wordt gedacht aan de grootschalige toepassing in de diergeneeskunde. In dit artikel wordt eenkorte inleiding gegeven over antivirale resistentieontwikkeling. Daarnaast wordt voor de meest voorkomendevirale ziekten bij huisdieren een literatuuroverzicht gegeven van de mogelijke behandelingmet chemische antivirale moleculen waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan debeschikbare gegevens over antivirale resistentieontwikkeling. Het aantal studies over de effectiviteitvan (humane) antivirale middelen tegenover diervirussen is beperkt en klinisch onderzoek limiteertzich meestal tot de werkzaamheid en toxiciteit. Er is een gebrek aan wetenschappelijke gegevensomtrent de dosering en de kans op resistentieontwikkeling van antivirale producten voor gebruikbij dieren. De bestrijding van virale dierziekten door middel van een antivirale therapie lijkt omwillevan verschillende redenen aanlokkelijk, maar er is nog veel onderzoek vereist om tot een verantwoordepraktische toepassing te komen.
Volledige tekst: 
pp 255-265
Overzichtsartikel(en)

81 (6) pp 329-340

Titel: 
New artificial reproductive techniques in the horse: applications and limitations
Auteur(s): 
B. LEEMANS, K. SMITS, A. VAN SOOM, H. NELIS
Samenvatting: 
Recente ontwikkelingen in de geassisteerde voortplanting bij het paard laten toe veulens tefokken van sub- of infertiele merries en hengsten, alsook van pasgestorven merries of hengsten.Eicellen kunnen bij levende merries verzameld worden door ovum pick-up (OPU), waarbij deeicellen transvaginaal of transabdominaal uit de follikels gespoeld worden. Post mortem kunnenook eicellen verkregen worden door de follikels te schrapen. Na rijping kunnen de eicellen bevruchtworden. Dit kan in vivo door eiceltransfer, waarbij een rijpe eicel in de eileider van eengeïnsemineerde receptormerrie wordt overgeplant, of in vitro. Aangezien conventionele invitrofertilisatieniet succesvol is bij paarden, wordt intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)toegepast. Na ICSI kunnen de bevruchte eicellen worden overgebracht naar de eileider van eengesynchroniseerde receptormerrie. Eveneens kunnen ze verder in vitro worden opgekweekt totblastocysten, waarna ze naar de baarmoeder van een receptormerrie overgeplant kunnen worden.In dit artikel wordt de in-vitroproductie van paardenembryo’s besproken met de bijhorende voorennadelen en de mogelijke klinische en wetenschappelijke toepassingen.
Volledige tekst: 
pp 329-340
Overzichtsartikel(en)

81 (6) pp 319-328

Titel: 
The use of cardiac biomarkers in veterinary medicine: the equine perspective
Auteur(s): 
N. VAN DER VEKENS, A. DECLOEDT, D. DE CLERCQ, T. VERHEYEN, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Cardiale biomarkers, zoals natriuretische peptiden en troponinen, worden reeds routinematig in dehumane geneeskunde gebruikt voor de diagnose, prognose en monitoring van hartaandoeningen. Hoewelze ook in de kleine huisdierensector regelmatig bepaald worden om cardiologische en niet-cardiologischeaandoeningen van elkaar te onderscheiden, is de literatuur omtrent het gebruik bij paarden beperkt.Bij paarden werd reeds een significante correlatie aangetoond tussen het ‘atrial natriuretic peptide’ (ANP),N-terminal ANP (NT-proANP) en de voorkamergrootte. Specifieke equine testen voor ‘brain natriureticpeptide’ (BNP) of ‘N-terminal BNP’ (NT-proBNP) bepaling ontbreken echter nog steeds. Troponinen(vooral troponine I) zijn meer uitgebreid bestudeerd bij het paard. Ze worden reeds gebruikt voor dediagnose van myocardschade en vervangen de minder specifieke lactaatdehydrogenase en creatinekinaseiso-enzymen, waardoor het gebruik van deze laatste niet meer gerechtvaardigd is. Een laatste mogelijkbelangrijke biomarker is aldosteron, maar aangezien slechts één studie bij paarden een correlatieaangetoond heeft tussen de aldosteronconcentratie en hartaandoeningen is uitgebreider onderzoek nodig.
Volledige tekst: 
pp 319-328
Overzichtsartikel(en)

81 (1) pp 3-10

Titel: 
Enterohemorrhagic Escherichia coli with particular attention to the German outbreak strain O104:H4
Auteur(s): 
M.A. JORIS, D. VANROMPAY, K. VERSTRAETE, K. DE REU, L. DE ZUTTER
Samenvatting: 
In dit overzichtsartikel worden de epidemiologie en de ecologie van de enterohemorragische Escherichia coli(EHEC), een subset van de verocytotoxigene E. coli (VTEC) besproken en wordt het belang ervan voor devolksgezondheid toegelicht. Speciale aandacht wordt besteed aan de uitbraakstam O104:H4 die geïsoleerd werd alsverwekker van de tweede grootste uitbraak van het hemolytische uremisch syndroom wereldwijd. Deze uitbraakbegon in mei 2011 in Duitsland maar hield heel Europa in de ban. Deze stam is echter geen EHEC als dusdanig, maarbezit een ongewone combinatie van virulentiefactoren van zowel EHEC als enteroaggregatieve E. coli.
Volledige tekst: 
pp 03-10
Overzichtsartikel(en)

82 (4) pp 201-210

Titel: 
Het couperen van de staart bij lammeren: staarteigenschappen, (contra-)indicaties, wetgeving en alternatieve managementmaatregelen
Auteur(s): 
B. DRIESSEN, E. PEETERS, J. VAN THIELEN, S. VAN BEIRENDONCK
Samenvatting: 
Hoewel het couperen van de staart bij vrouwelijke lammeren in de Belgische schapenhouderijnog steeds wordt uitgevoerd, dienen er toch vragen over de effectiviteit van het couperen endaardoor ook over de noodzakelijkheid van deze ingreep te worden gesteld. Het couperen vanlammerstaarten is eerder te beschouwen als een cosmetische behandeling dan een behandelingter preventie van myiasis. Om de myiasisincidentie bij schapen effectief te beperken, dient defocus op andere bedrijfsmaatregelen dan het couperen van staarten te worden gelegd. In ditartikel wordt het couperen van lammerstaarten ter discussie gesteld en alternatieven, die al danniet onmiddellijk implementeerbaar zijn, worden belicht. De dierenarts kan de schapenhouderadviseren om meer doeltreffende managementmaatregelen in de strijd tegen myiasis te nemen. Eenfrequente controle van de dieren, het beperken van de bevuiling van de achterhand, het preventiefgebruik van antiparasitaire middelen, scheermanagement en het gebruik van vliegenvallen zijndaarbij belangrijk.
Volledige tekst: 
pp 201-210
Overzichtsartikel(en)

82 (4) pp 191-200

Titel: 
Negatieve druktherapie ter bevordering van de wondheling bij gezelschapsdieren
Auteur(s): 
A. L. SPILLEBEEN, M. OR, B. VAN GOETHEM, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Negatieve druktherapie is een algemeen aanvaarde behandelingsmethode bij humane patiëntenmet acute en chronische wonden. De lokale toepassing van negatieve druk bevordert de doorbloedingvan het wondbed, de vorming van gezond granulatieweefsel en de evacuatie van wondvocht.De interesse om deze techniek ook bij gezelschapsdieren toe te passen neemt wereldwijd toe. Erzijn reeds verschillende positieve effecten waargenomen na experimentele en klinische behandelingvan wonden, maar een grondige evaluatie van de negatieve druktherapie bij gezelschapsdierenontbreekt tot op heden.
Volledige tekst: 
pp 191-200
Overzichtsartikel(en)

82 (3) pp 113-123

Titel: 
Anthelminthicumresistentie van gastro-intestinale rundernematoden
Auteur(s): 
J. DE GRAEF, E. CLAEREBOUT, P. GELDHOF
Samenvatting: 
Anthelminthicumresistentie van parasieten bij kleine herkauwers, runderen en paarden wordt wereldwijd steeds groter als gevolg van een overmatig gebruik van de beschikbare ontwormingsproducten. In België is Cooperia oncophora de meest voorkomende rundernematode waarbij resistentie wordt vastgesteld; voorlopig enkel tegen macrocyclische lactonen. Eens resistentie is vastgesteld, kan het nodig zijn om over te schakelen naar een product met een ander werkingsmechanisme. Er zijn echter bijna geen nieuwe doeltreffende ontwormingsproducten meer beschikbaar. Het is daarom belangrijk dat landbouwers en dierenartsen een evenwicht vinden om zowel worminfecties onder controle te krijgen als de duurzaamheid van hun behandelingsstrategie te garanderen. Op deze manier kan de ontwikkeling van anthelminthicumresistentie vertraagd worden en de doeltreffendheid van de beschikbare anthelminthica verlengd worden. Dit vereist natuurlijk een gevoelige detectietechniek om resistentie op te sporen. Aan de hand van een gevoelige detectietechniek kan de diagnose van anthelminthicumresistentie reeds in een vroeg stadium gesteld worden en kan de verspreiding van resistentieallelen in de wormpopulatie tegengehouden of vertraagd worden. In dit artikel worden de beschikbare tests voor de detectie van anthelminthicumresistentie besproken. Er wordt een stand van zaken gegeven van anthelminthicumresistentie bij runderen in België en er worden maatregelen voorgesteld om resistentie te vermijden of te vertragen.
Volledige tekst: 
pp 113-123
Overzichtsartikel(en)

82 (3) pp 103-122

Titel: 
Toepassingen van ultrageluid in de diergeneeskunde
Auteur(s): 
L. MOSSELMANS, Y. SAMOY, P. VERLEYEN, P. HERBOTS, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Het is bekend dat het therapeutisch gebruik van ultrageluid in de humane geneeskunde eenpositieve invloed heeft op weefsel- en botheling. Bij patiënten met een botfractuur wordt ultrageluidfrequent toegepast (bijvoorbeeld Exogen®). In de diergeneeskunde zijn reeds enkele studiesuitgevoerd om het effect van ultrageluid op botheling na te gaan. Hoewel de helingstijd bij de meestepatiënten na toepassing van ultrageluid verkort, wordt deze techniek momenteel nog niet standaardgebruikt in het geval van “delayed-” en “non-unions”.In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de bestaande literatuur en de reeds uitgevoerdediergeneeskundige experimenten waarbij ultrageluid werd toegepast. Er wordt ingegaan op hetwerkingsmechanisme van ultrageluid tijdens de verschillende fasen van weefsel- en botheling. Metde opkomst van de dierenfysiotherapie zal deze techniek mogelijk frequenter toegepast worden bijgezelschapsdieren.
Volledige tekst: 
pp 103-122
Overzichtsartikel(en)

Pagina's