Overzichtsartikel(en)

Nederlands

85 (3) pg 115

Titel: 
Bacteriële zoönotische agentia afkomstig van vissen
Auteur(s): 
R. JACOBS, A. DECOSTERE, A.M. DECLERCQ
Samenvatting: 
Het belang van zoönosen neemt de laatste jaren toe, ondermeer ten gevolge van de internationaliseringvan handel. Zoönosen kunnen via opname van voedsel (voedselzoönose) of via huidcontact(contactzoönose) optreden. Specifiek voor de toename van viszoönosen is de uitbreidingvan de aquacultuur. Voornamelijk vissers en vishandelaars maar ook vishobbyisten lopen hetgrootste risico om aan vis, als mogelijke zoönotische infectiebron, te worden blootgesteld. Vaakzijn zij zich daar onvoldoende van bewust. Voorzorgsmaatregelen tegen zoönotische infecties zijndan ook cruciaal.De belangrijkste bacteriële contactzoönosen van vis worden veroorzaakt door Mycobacteriummarinum, Vibrio vulnificus, Edwardsiella tarda en Streptococcus iniae. Minder bedreigend zijn onderandere Aeromonas hydrophila en Erysipelothrix rhusiopathiae. Infectie van de mens gebeurtvia contact van huidwonden met de bacterie en voor sommige van de genoemde bacteriën ook viaorale weg. De diagnose van deze infecties kan meestal worden vermoed op basis van de anamnesewaaruit contact met vissen blijkt. De diagnose van de specifieke kiem kan worden bevestigd metbehulp van bacterie-isolatie en –identificatie, bijvoorbeeld via “polymerase chain reaction”. Debehandeling van de infectie geschiedt meestal met antibiotica. Soms is tevens een chirurgischebehandeling vereist.
Volledige tekst: 
pp 115-123
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 71

Titel: 
Gezondheidsrisico’s geassocieerd met het gebruik van een drinkautomaat bij kalveren
Auteur(s): 
K. JANSSENS, P. DEPREZ, B. VALGAEREN, L. VAN DRIESSCHE, L. GILLE, F. BOYEN, B. PARDON
Samenvatting: 
Drinkautomaten voor kalveren worden steeds frequenter gebruikt in Vlaanderen, met als hoofddoelarbeidsbesparing. In dit overzichtsartikel wordt een samenvatting gegeven van de huidige kennis omtrentde technische aspecten van de drinkautomaat, de economische voordelen en de gezondheidsrisico’svoor kalveren gehuisvest bij deze automaten. Er is geen overtuigend bewijs dat het gebruik vandrinkautomaten in kleinere bedrijven economisch rendabel is. Hoewel er weinig wetenschappelijkeliteratuur beschikbaar is over de gezondheidsrisico’s die geassocieerd zijn met drinkautomaten, zijn erduidelijke aanwijzingen dat grote groepen kalveren gehuisvest bij een drinkautomaat een hoger risicoop pneumonie (“bovine respiratory disease” (BRD)) hebben. Of de automaat zelf een risicofactor isvoor BRD of dat het eerder komt door de blootstelling van de kalveren aan reeds bekende BRDrisicofactoren(i.e. grote groepen, op jonge leeftijd in groep gehuisvest worden, het niet toepassenvan het all-in/all-out-systeem, in het geval een drinkautomaatsysteem toegepast wordt), is echteronduidelijk. Naast BRD wordt er in de praktijk melding gemaakt van diarree en tongulcera, maar er isgeen bewijs beschikbaar over de link met het gebruik van drinkautomaten. Om problemen op bedrijvenmet een drinkautomaat te beperken, zijn een groepsgrootte van maximum tien kalveren per drinkstation,het toepassen van een all-in/ all-out-systeem per groep en een minimumleeftijd van drie weken alvorensde kalveren bij de automaat te huisvesten de belangrijkste aandachtspunten.
Volledige tekst: 
pp 071-077
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 63

Titel: 
Voedselallergie: een kwelling voor mens en dier
Auteur(s): 
S. JANSSENS, S. DUPONT, M. HESTA
Samenvatting: 
Voedselallergie is een veel voorkomend probleem, zowel bij huisdieren als bij de mens. Zowordt in de diergeneeskunde vaak voedselallergie vastgesteld bij de hond. Verschillende allergenen,zoals vlees, eieren en melk, worden aangeduid als boosdoener bij de hond en soms wordt erkruisreactiviteit gezien tussen verschillende allergenen. Bij de mens zijn vooral pinda’s, noten enkoemelk bekend als veelvoorkomende antigenen. De symptomen variëren zowel bij de hond alsbij de mens van huidklachten tot gastro-intestinale symptomen.De diagnosestelling van voedselallergie bij de hond gebeurt het beste door middel van eentestdieet, bestaande uit twee fasen: de eliminatie- en provocatiefase. Andere testen, zoals de intradermalehuidtest, serologie, de basofieldegranulatietest en gastroscopische voedselovergevoeligheidstestzijn ook beschikbaar. Echter, deze testen geven vaak weinig betrouwbare resultaten.De behandeling van voedselallergie berust in de eerste plaats op de eliminatie van het allergeenin de voeding. Dit kan eventueel worden aangevuld met medicatie, zoals corticosteroïden enantihistaminica.
Volledige tekst: 
pp 063-070
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 55

Titel: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen bij vogels: farmacokinetiek, farmacodynamiek en toxiciteit
Auteur(s): 
T. GOESSENS, G. ANTONISSEN, S. CROUBELS, P. DE BACKER, M. DEVREESE
Samenvatting: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) verhinderen de omzettingvan arachidonzuur naar prostanoïden door inhibitie van cyclo-oxygenase iso-enzymen. Bijmens en dier worden NSAID’s voornamelijk gebruikt als pijnstillend en ontstekingsremmendgeneesmiddel bij aandoeningen van de gewrichten, het skelet en de spieren, bij abdominalepijn en in mindere mate bij postoperatieve pijn. De farmacokinetiek, farmacodynamieken toxiciteit van NSAID’s zijn sterk verschillend per geneesmiddel, per diersoort en pervogelsoort, bijvoorbeeld zangvogels, papegaaien, roofvogels, watervogels, hoendervogels enduiven. Speciesspecifieke verschillen in de farmacokinetische processen (absorptie, distributie,biotransformatie en excretie) bemoeilijken de extrapolatie van gegevens tussen de verschillendevogelsoorten. Uit farmacodynamische studies blijken effectieve doseringen bij de behandelingvan onder meer artritis eveneens speciesafhankelijk te zijn, wat opnieuw het belang weergeeftvan farmacodynamische studies van de doeldiersoort. De meeste neveneffecten van NSAID’s bijvogels zijn geassocieerd met nefrotoxiciteit, spiernecrose en gastro-intestinale toxiciteit. Het isdan ook belangrijk om met deze farmacologische en toxicologische eigenschappen rekening tehouden bij het gebruik van NSAID’s bij vogels.
Volledige tekst: 
pp 055-062
Overzichtsartikel(en)

85 (1) pg 03

Titel: 
Polytetrafluorethyleen-intoxicatie bij vogels
Auteur(s): 
N. CAEKEBEKE, G. ANTONISSEN, P. DE BACKER, S. CROUBELS
Samenvatting: 
Polytetrafluorethyleen is een uniek polymeer dat tal van toepassingen kent in het dagelijkseleven. Bij thermale degradatie van dit polymeer, beter bekend onder de merknaam Teflon®,ontstaan echter toxische gassen en ultrafijne partikels die intoxicatie kunnen veroorzaken bij zowelmens als dier. De samenstelling en toxiciteit van deze degradatieproducten zijn sterk afhankelijkvan de specifieke omstandigheden op het moment van afbraak. De klinische symptomen enletsels zijn zeer verschillend naargelang de diersoort. Vogels blijken uitermate gevoelig te zijnen een intoxicatie resulteert meestal in sterfte. De voornaamste bron van polytetrafluorethyleenintoxicatiebij gezelschapsvogels is het oververhitten van anti-aanbaklagen in kookgerei.Aangezien de diagnose en behandeling vaak te laat komen, moet de nadruk liggen op preventie.
Volledige tekst: 
pp 03-08
Overzichtsartikel(en)

84(6) pg 301

Titel: 
Pathogenese van Actinobacillus pleuropneumoniae infecties bij het varken en het belang ervan voor vaccinontwikkeling
Auteur(s): 
G. VAN DEN WYNGAERT, E. DE BRUYNE, F. BOYEN, F. PASMANS, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Actinobacillus pleuropneumoniae veroorzaakt besmettelijke pleuropneumonie bij varkens.Een van de eerste stappen in de pathogenese van deze longaandoening is de adhesie van de kiemaan het epitheel van de diepere ademhalingswegen en longalveolen. Hierbij komen onder anderetype IV-fimbriae tussen. Transferrine-bindende proteïnen spelen een rol bij ijzeropname doorde kiem, wat noodzakelijk is voor haar vermeerdering. De karakteristieke hemorragische totnecrotiserende longletsels ontstaan voornamelijk door de productie van Apx-toxinen. A. pleuropneumoniaekan het immuunsysteem van de gastheer omzeilen door biofilmvorming en door deproductie van proteasen, Apx-toxinen en ammoniak. Antistoffen tegenover het lipoproteïne PalAkunnen het verloop van een infectie met A. pleuropneumoniae verergeren en het beschermendvermogen tegenwerken van antistoffen tegenover Apx-toxinen. Een goede kennis van de kiemgastheerinteractieskan leiden tot de ontwikkeling van efficiënte vaccins. De bescherming navaccinatie met bacterins, zoals autovaccins, is serotype-specifiek en wisselvallig. Dit laatste kante wijten zijn aan variabele hoeveelheden PalA in het vaccin. Tot nu toe werden de beste resultatenbekomen met een experimenteel vaccin dat zowel type IV-fimbriae, transferrine-bindendeproteïnen als Apx-toxinen bevatte.
Volledige tekst: 
pp 301-310
Overzichtsartikel(en)

84 (4) pg 175-187

Titel: 
Kenmerken van de voortplanting en de geassisteerde voortplanting bij de witte (Ceratotherium simum) en zwarte (Diceros bicornis) neushoorn
Auteur(s): 
C. VERVERS, M. VAN ZIJLL LANGHOUT, J. GOVAERE, A. VAN SOOM
Samenvatting: 
SAMENVATTINGDe populatie in het wild levende witte en zwarte neushoorns neemt drastisch af, hoofdzakelijkten gevolge van stroperij en het verlies van de natuurlijke habitat. Geassisteerde voorplanting kandienen om waardevolle bloedlijnen te behouden en om neushoorns te kweken met als doel de soortin stand te houden en eventueel zelfs terug in het wild te introduceren. Omdat neushoorns moeilijk tebenaderen en te onderzoeken zijn, is er nog relatief weinig bekend over de natuurlijke en kunstmatigevoortplanting. De neushoorn behoort tot de onevenhoevigen (Perissodactyla), waartoe ook het paarden de tapir behoren. Zodoende kan het paard wellicht het best als model dienen voor het bestuderen vande karakteristieken van de voortplanting en geassisteerde voortplantingstechnieken bij de neushoorn.In dit overzichtsartikel wordt de huidige stand van zaken weergegeven.
Volledige tekst: 
pp 175-187
Overzichtsartikel(en)

84 (2) pg 073-079

Titel: 
Vergelijkende erfelijke en pathogenische kenmerken van hypertrofische cardiomyopathie bij de kat en de mens
Auteur(s): 
M. LHOMME, R. DUCATELLE
Samenvatting: 
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) wordt gekenmerkt door een hypertrofisch, nietgedilateerdlinkerventrikel. Met een prevalentie van ongeveer 0,2% bij mensen en 15% bijkatten is dit één van de meest voorkomende hartafwijkingen. In het merendeel van de gevallenis de aandoening erfelijk bepaald, maar ze kan ook verworven zijn. De klinische symptomenzijn variabel. Genotypisch aangetaste individuen kunnen (ernstige) symptomen van hartfalenvertonen of zelfs abrupt sterven, maar ze kunnen ook gedurende heel het leven asymptomatischblijven.Er zijn bij de mens reeds meer dan 1400 polymorfismen gedetecteerd in dertien genendie coderen voor sarcomeereiwitten in het hart. Een deel van deze hebben een invloed ophet aangemaakte eiwit en zijn, samen met modificerende genen en omgevingsfactoren,verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hypertrofische cardiomyopathie. Bij de kat werdentot op heden slechts drie mutaties geïdentificeerd in een gen dat codeert voor één sarcomeereiwit.Voor deze drie mutaties bestaan reeds commerciële diagnostische testen. Deze mutaties zijnslechts verantwoordelijk voor een kleine fractie van de gevallen van HCM bij de kat. Wil menpreventief ingrijpen, dan is het van belang om zo veel mogelijk oorzakelijke mutaties te kennen.Er zijn veel raakpunten tussen de feliene en humane vorm van hypertrofische cardiomyopathie.Zowel de manier van overerven (autosomaal) als de klinische verschijning en dehistopathologische veranderingen komen overeen tussen de verschillende species. Er is echternog te weinig bekend over de sarcomeereiwitten en hun mutaties om informatie te extrapolerenvan mens naar kat en vice versa.
Volledige tekst: 
pp 073-079
Overzichtsartikel(en)

84 (2) pg 063-072

Titel: 
Eigenschappen en toekomstperspectieven van mesenchymale stamcellen bij honden
Auteur(s): 
F. COMBES, E. DE BAKKER, C. DE SCHAUWER, E. MEYER
Samenvatting: 
Het therapeutisch gebruik van caniene mesenchymale stamcellen (cMSC) kent de laatste jareneen sterke toename binnen de diergeneeskunde. MSC zijn stromale cellen die in vitro multipotentestamceleigenschappen vertonen. Endogeen bezitten ze trofische, immunoregulerende,antimicrobiële en hematopoïese-ondersteunende functies. Exogeen toegediende MSC vertonenbovendien een opmerkelijk migrerend vermogen naar hypoxische en inflammatoire regio’s. Erzijn in stijgende mate indicaties dat MSC ook uit pericyten kunnen ontstaan. Zowel de verschillendeinvloeden die het micromilieu uitoefent op deze adulte stamcellen, als het gebruik vanniet-gestandaardiseerde methoden voor isolatie en expansie leiden tot heterogene celpopulaties.Bijkomend onderzoek is nodig om deze beloftevolle therapieën in de toekomst zonder voorbehoudtoegepast kunnen worden bij de hond.
Volledige tekst: 
pp 063-072
Overzichtsartikel(en)

84(1) pg 3-9

Titel: 
Consumptie van rood en verwerkt vlees en humane colorectale kanker. Is er een verband?
Auteur(s): 
K.J.M. Van Hoof, L.Y. Hemeryck, L. Vanhaecke
Samenvatting: 
Colorectale kanker (CRK) is een aandoening die elk jaar meer dan één miljoen personen treft.Vooral transitielanden met een toenemende industrialisatie en urbanisatie kennen een stijgendeincidentie, wat aangeeft dat de invloed van milieufactoren erg belangrijk is in de pathogenesevan CRK. Een van deze factoren is de consumptie van vers en bereid rood vlees.Hoewel reeds decennia geleden een verband kon worden aangetoond tussen de consumptievan rood en bereid vlees en de ontwikkeling van colonkanker, bestaat er nog steeds controverserond deze problematiek. De resultaten van epidemiologische studies zijn vaak inconsistent enuitspraken over de negatieve invloed van vleesconsumptie kunnen een grote impact hebben opde vleesindustrie.Een belangrijke stap om gefundeerde adviezen te kunnen geven omtrent de consumptie vanrood en bereid vlees, is de identificatie van de onderliggende mechanismen die de schadelijkeeffecten van vlees kunnen verklaren. Verschillende hypothesen werden recent geformuleerd enonderzocht.
Volledige tekst: 
pp 3-9
Overzichtsartikel(en)

Pagina's