Overzichtsartikel(en)

Nederlands

86 (2) pp 063

Titel: 
Inspanningstesten bij paarden: stand van zaken en toekomstperspectieven
Auteur(s): 
L. DE MARE, B. BOSHUIZEN, L. PLANCKE, C. DE MEEUS, M. DE BRUIJN, C. DELESALLE
Samenvatting: 
In dit overzichtsartikel wordt beschreven hoe inspanningscapaciteit bij het sportpaard kan wordengemeten en welke gestandaardiseerde inspanningstesten (SET) bestaan. Er worden twee typesSETs gebruikt: de gemakkelijk standaardiseerbare, lopende bandtest en de veldtesten, waarbij degebruikelijke omstandigheden beter nagebootst kunnen worden, maar waardoor meer variabiliteit in demetingen ontstaat. Er worden verschillende parameters gemeten, zoals de snelheid bij een hartslag van200 slagen/min (V200), de snelheid waarbij de bloed-lactaatgehaltes boven 4 mmol/L stijgen (Vla4)en de maximale zuurstofopname (VO2max).
Volledige tekst: 
pp 063-072
Overzichtsartikel(en)

85(6) pp 323

Titel: 
Fysiotherapie bij kleine huisdieren
Auteur(s): 
Y. SAMOY, B. VAN RYSSEN, J. SAUNDERS
Samenvatting: 
SAMENVATTINGDe voordelen van fysiotherapie zijn reeds lang bekend in de humane geneeskunde. Ook in de diergeneeskundewordt de therapie reeds enkele decennia toegepast, maar het is pas vrij recentelijk dat erook wetenschappelijk onderzoek naar verricht wordt. Het doel van dit artikel is een overzicht te gevenvan de verschillende fysiotherapeutische mogelijkheden en technieken in de diergeneeskunde en dezete correleren aan de bevindingen die te vinden zijn in de literatuur.
Volledige tekst: 
pp 323-334
Overzichtsartikel(en)

85 (3) pg 133

Titel: 
Lymfoma van het mucosageassocieerde lymfoïde weefsel
Auteur(s): 
C. VAN HOEY, W. VAN DEN BROECK, S. PRIMS, S. VAN CRUCHTEN, C. VAN GINNEKEN, C. CASTELEYN
Samenvatting: 
In deze literatuurstudie wordt een overzicht gegeven van de huidige kennis van MALT-lymfoombij de mens en wordt er waar mogelijk aandacht besteed aan het voorkomen van het letselin de diergeneeskunde. Lymfomen van het mucosa-geassocieerde lymfoïde weefsel (MALT) kunnenontstaan na inductie van immunologisch weefsel in slijmvliezen. De kennis van deze tumorenis in de diergeneeskunde echter beperkt tot de relatie tussen het gastrische MALT-lymfoom enhelicobacterinfecties bij de kat. De vermoedelijke diagnose is gebaseerd op de symptomatologie,zoals braken en anorexia, en de histologie van gastrische biopten. In de humane geneeskundezijn immunohistochemisch onderzoek en in situ hybridisatie diagnostisch. Behandelingsoptiesbij de kat bestaan uit de eliminatie van de bacteriële infectie en chirurgie. Bij de mens is chemo-,radiatie- en antistoffentherapie ook mogelijk. De prognose is bij de mens meestal gunstig, maarbij de kat is ze afhankelijk van eventuele complicerende factoren, zoals infectie met het felieneleukemievirus.
Volledige tekst: 
pp 133-140
Overzichtsartikel(en)

85 (3) pp 124

Titel: 
Farmacokinetiek van geneesmiddelen bij vogels en de toepassingen en beperkingen van dosisextrapolatie
Auteur(s): 
R. HOUBEN, G. ANTONISSEN, S. CROUBELS, P. DE BACKER, M. DEVREESE
Samenvatting: 
De farmacokinetische processen van geneesmiddelen, i.e. absorptie, distributie, metabolisatieen excretie, kunnen sterk verschillen tussen vogels en zoogdieren. Zo worden aminoglycosidenbij vogels trager geklaard en hebben een lager distributievolume dan bij zoogdieren. Dezefarmacokinetische verschillen zijn hoofdzakelijk het gevolg van anatomische, biochemische enfysiologische verschillen tussen vogels en zoogdieren. Deze diersoortverschillen en verschillenin geobserveerde en voorspelde farmacokinetische parameters van geneesmiddelen bij vogelsgeëxtrapoleerd vanuit zoogdieren, zoals de klaring voor enrofloxacine, salicylzuur, meloxicam enflunixine, wijzen erop dat farmacokinetische gegevens van een geneesmiddel bij zoogdieren nauwelijksgeëxtrapoleerd kunnen worden naar vogels. Ook tussen vogelsoorten onderling kunnener verschillen aanwezig zijn. Indien mogelijk dient de dosisselectie van een geneesmiddel voorvogels bijgevolg te gebeuren op basis van de farmacokinetische gegevens van de desbetreffendevogelsoort. Indien dergelijke gegevens niet beschikbaar zijn, kan er gebruik gemaakt wordenvan allometrische schaling, waarbij de dosisselectie gebeurt op basis van de farmacokinetischegegevens van een andere vogelsoort gecorreleerd aan het lichaamsgewicht van deze vogelsoorten.Schaling op basis van zoogdiergegevens wordt slechts aangeraden indien de farmacokinetischegegevens van andere vogelsoorten niet beschikbaar zijn en het betreffende geneesmiddel een lagetoxiciteit heeft.
Volledige tekst: 
pp 124-132
Overzichtsartikel(en)

85 (3) pg 115

Titel: 
Bacteriële zoönotische agentia afkomstig van vissen
Auteur(s): 
R. JACOBS, A. DECOSTERE, A.M. DECLERCQ
Samenvatting: 
Het belang van zoönosen neemt de laatste jaren toe, ondermeer ten gevolge van de internationaliseringvan handel. Zoönosen kunnen via opname van voedsel (voedselzoönose) of via huidcontact(contactzoönose) optreden. Specifiek voor de toename van viszoönosen is de uitbreidingvan de aquacultuur. Voornamelijk vissers en vishandelaars maar ook vishobbyisten lopen hetgrootste risico om aan vis, als mogelijke zoönotische infectiebron, te worden blootgesteld. Vaakzijn zij zich daar onvoldoende van bewust. Voorzorgsmaatregelen tegen zoönotische infecties zijndan ook cruciaal.De belangrijkste bacteriële contactzoönosen van vis worden veroorzaakt door Mycobacteriummarinum, Vibrio vulnificus, Edwardsiella tarda en Streptococcus iniae. Minder bedreigend zijn onderandere Aeromonas hydrophila en Erysipelothrix rhusiopathiae. Infectie van de mens gebeurtvia contact van huidwonden met de bacterie en voor sommige van de genoemde bacteriën ook viaorale weg. De diagnose van deze infecties kan meestal worden vermoed op basis van de anamnesewaaruit contact met vissen blijkt. De diagnose van de specifieke kiem kan worden bevestigd metbehulp van bacterie-isolatie en –identificatie, bijvoorbeeld via “polymerase chain reaction”. Debehandeling van de infectie geschiedt meestal met antibiotica. Soms is tevens een chirurgischebehandeling vereist.
Volledige tekst: 
pp 115-123
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 71

Titel: 
Gezondheidsrisico’s geassocieerd met het gebruik van een drinkautomaat bij kalveren
Auteur(s): 
K. JANSSENS, P. DEPREZ, B. VALGAEREN, L. VAN DRIESSCHE, L. GILLE, F. BOYEN, B. PARDON
Samenvatting: 
Drinkautomaten voor kalveren worden steeds frequenter gebruikt in Vlaanderen, met als hoofddoelarbeidsbesparing. In dit overzichtsartikel wordt een samenvatting gegeven van de huidige kennis omtrentde technische aspecten van de drinkautomaat, de economische voordelen en de gezondheidsrisico’svoor kalveren gehuisvest bij deze automaten. Er is geen overtuigend bewijs dat het gebruik vandrinkautomaten in kleinere bedrijven economisch rendabel is. Hoewel er weinig wetenschappelijkeliteratuur beschikbaar is over de gezondheidsrisico’s die geassocieerd zijn met drinkautomaten, zijn erduidelijke aanwijzingen dat grote groepen kalveren gehuisvest bij een drinkautomaat een hoger risicoop pneumonie (“bovine respiratory disease” (BRD)) hebben. Of de automaat zelf een risicofactor isvoor BRD of dat het eerder komt door de blootstelling van de kalveren aan reeds bekende BRDrisicofactoren(i.e. grote groepen, op jonge leeftijd in groep gehuisvest worden, het niet toepassenvan het all-in/all-out-systeem, in het geval een drinkautomaatsysteem toegepast wordt), is echteronduidelijk. Naast BRD wordt er in de praktijk melding gemaakt van diarree en tongulcera, maar er isgeen bewijs beschikbaar over de link met het gebruik van drinkautomaten. Om problemen op bedrijvenmet een drinkautomaat te beperken, zijn een groepsgrootte van maximum tien kalveren per drinkstation,het toepassen van een all-in/ all-out-systeem per groep en een minimumleeftijd van drie weken alvorensde kalveren bij de automaat te huisvesten de belangrijkste aandachtspunten.
Volledige tekst: 
pp 071-077
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 63

Titel: 
Voedselallergie: een kwelling voor mens en dier
Auteur(s): 
S. JANSSENS, S. DUPONT, M. HESTA
Samenvatting: 
Voedselallergie is een veel voorkomend probleem, zowel bij huisdieren als bij de mens. Zowordt in de diergeneeskunde vaak voedselallergie vastgesteld bij de hond. Verschillende allergenen,zoals vlees, eieren en melk, worden aangeduid als boosdoener bij de hond en soms wordt erkruisreactiviteit gezien tussen verschillende allergenen. Bij de mens zijn vooral pinda’s, noten enkoemelk bekend als veelvoorkomende antigenen. De symptomen variëren zowel bij de hond alsbij de mens van huidklachten tot gastro-intestinale symptomen.De diagnosestelling van voedselallergie bij de hond gebeurt het beste door middel van eentestdieet, bestaande uit twee fasen: de eliminatie- en provocatiefase. Andere testen, zoals de intradermalehuidtest, serologie, de basofieldegranulatietest en gastroscopische voedselovergevoeligheidstestzijn ook beschikbaar. Echter, deze testen geven vaak weinig betrouwbare resultaten.De behandeling van voedselallergie berust in de eerste plaats op de eliminatie van het allergeenin de voeding. Dit kan eventueel worden aangevuld met medicatie, zoals corticosteroïden enantihistaminica.
Volledige tekst: 
pp 063-070
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 55

Titel: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen bij vogels: farmacokinetiek, farmacodynamiek en toxiciteit
Auteur(s): 
T. GOESSENS, G. ANTONISSEN, S. CROUBELS, P. DE BACKER, M. DEVREESE
Samenvatting: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) verhinderen de omzettingvan arachidonzuur naar prostanoïden door inhibitie van cyclo-oxygenase iso-enzymen. Bijmens en dier worden NSAID’s voornamelijk gebruikt als pijnstillend en ontstekingsremmendgeneesmiddel bij aandoeningen van de gewrichten, het skelet en de spieren, bij abdominalepijn en in mindere mate bij postoperatieve pijn. De farmacokinetiek, farmacodynamieken toxiciteit van NSAID’s zijn sterk verschillend per geneesmiddel, per diersoort en pervogelsoort, bijvoorbeeld zangvogels, papegaaien, roofvogels, watervogels, hoendervogels enduiven. Speciesspecifieke verschillen in de farmacokinetische processen (absorptie, distributie,biotransformatie en excretie) bemoeilijken de extrapolatie van gegevens tussen de verschillendevogelsoorten. Uit farmacodynamische studies blijken effectieve doseringen bij de behandelingvan onder meer artritis eveneens speciesafhankelijk te zijn, wat opnieuw het belang weergeeftvan farmacodynamische studies van de doeldiersoort. De meeste neveneffecten van NSAID’s bijvogels zijn geassocieerd met nefrotoxiciteit, spiernecrose en gastro-intestinale toxiciteit. Het isdan ook belangrijk om met deze farmacologische en toxicologische eigenschappen rekening tehouden bij het gebruik van NSAID’s bij vogels.
Volledige tekst: 
pp 055-062
Overzichtsartikel(en)

85 (1) pg 03

Titel: 
Polytetrafluorethyleen-intoxicatie bij vogels
Auteur(s): 
N. CAEKEBEKE, G. ANTONISSEN, P. DE BACKER, S. CROUBELS
Samenvatting: 
Polytetrafluorethyleen is een uniek polymeer dat tal van toepassingen kent in het dagelijkseleven. Bij thermale degradatie van dit polymeer, beter bekend onder de merknaam Teflon®,ontstaan echter toxische gassen en ultrafijne partikels die intoxicatie kunnen veroorzaken bij zowelmens als dier. De samenstelling en toxiciteit van deze degradatieproducten zijn sterk afhankelijkvan de specifieke omstandigheden op het moment van afbraak. De klinische symptomen enletsels zijn zeer verschillend naargelang de diersoort. Vogels blijken uitermate gevoelig te zijnen een intoxicatie resulteert meestal in sterfte. De voornaamste bron van polytetrafluorethyleenintoxicatiebij gezelschapsvogels is het oververhitten van anti-aanbaklagen in kookgerei.Aangezien de diagnose en behandeling vaak te laat komen, moet de nadruk liggen op preventie.
Volledige tekst: 
pp 03-08
Overzichtsartikel(en)

84(6) pg 301

Titel: 
Pathogenese van Actinobacillus pleuropneumoniae infecties bij het varken en het belang ervan voor vaccinontwikkeling
Auteur(s): 
G. VAN DEN WYNGAERT, E. DE BRUYNE, F. BOYEN, F. PASMANS, F. HAESEBROUCK
Samenvatting: 
Actinobacillus pleuropneumoniae veroorzaakt besmettelijke pleuropneumonie bij varkens.Een van de eerste stappen in de pathogenese van deze longaandoening is de adhesie van de kiemaan het epitheel van de diepere ademhalingswegen en longalveolen. Hierbij komen onder anderetype IV-fimbriae tussen. Transferrine-bindende proteïnen spelen een rol bij ijzeropname doorde kiem, wat noodzakelijk is voor haar vermeerdering. De karakteristieke hemorragische totnecrotiserende longletsels ontstaan voornamelijk door de productie van Apx-toxinen. A. pleuropneumoniaekan het immuunsysteem van de gastheer omzeilen door biofilmvorming en door deproductie van proteasen, Apx-toxinen en ammoniak. Antistoffen tegenover het lipoproteïne PalAkunnen het verloop van een infectie met A. pleuropneumoniae verergeren en het beschermendvermogen tegenwerken van antistoffen tegenover Apx-toxinen. Een goede kennis van de kiemgastheerinteractieskan leiden tot de ontwikkeling van efficiënte vaccins. De bescherming navaccinatie met bacterins, zoals autovaccins, is serotype-specifiek en wisselvallig. Dit laatste kante wijten zijn aan variabele hoeveelheden PalA in het vaccin. Tot nu toe werden de beste resultatenbekomen met een experimenteel vaccin dat zowel type IV-fimbriae, transferrine-bindendeproteïnen als Apx-toxinen bevatte.
Volledige tekst: 
pp 301-310
Overzichtsartikel(en)

Pagina's