2017 - 86 (4)

Volume 86 (2017), nr. 4

2017 - 86 (4)

Volledige tekst: 
pp 266-269
Vraag en antwoord

2017 - 86 (4)

Titel: 
Biomechanische aspecten met betrekking tot hoefbeslag bij paarden
Auteur(s): 
M. OOSTERLINCK, M. DUMOULIN, E. VAN DE WATER, F. PILLE
Samenvatting: 
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidige biomechanische inzichten dienuttige aanwijzingen kunnen verschaffen voor “evidence-based” keuzes omtrent het bekappenen/of het aanbrengen van hoefbeslag in de behandeling van kreupelheid bij het paard. Denadruk wordt gelegd op een optimale hoefbalans, de absorptie van schokken, de gepaste matevan grip/afremmen versus glijden, optimale drukverdeling binnen de hoef, en het bevorderenvan “breakover”. Ook met het hoefmechanisme moet rekening gehouden worden. Ideaal gezienworden de meeste van deze principes reeds gecombineerd in de preventie van letsels.
Volledige tekst: 
pp 256-265
Permanente vorming

2017 - 86 (4)

Titel: 
Waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane hypothyroïdie bij een volwassen kat
Auteur(s): 
H. DE BOSSCHERE, E. KINDERMANS, E. BUELENS, N. GANTOIS
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een waarschijnlijkheidsdiagnose beschreven van een zeldzameendocriene aandoening bij een kat. Een zeven jaar oude, gecastreerde Europese korthaar werdaangeboden met lethargie, partiële anorexie en postprandiale hypersalivatie sinds drie dagen.Een verminderde lichamelijke activiteit en een slechte vachtkwaliteit met verhoogde haaruitvalwaren sedert een halfjaar aanwezig. De waarschijnlijkheidsdiagnose van spontane, verworvenhypothyreoïdie werd gesteld aan de hand van gedaalde serumconcentraties van het totalethyroxine (TT4)- en vrije thyroxine (fT4)- gehalte en de gunstige respons op een therapeutischebehandeling. Niet-thyroïdale aandoeningen werden uitgesloten. Bijna twee jaar later stelde dekat het nog steeds goed en was ze volledig vrij van symptomen.
Volledige tekst: 
pp 250-255
Casuïstiek(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Feochromocytoma bij een paard met polymorfe ventriculaire tachycardie
Auteur(s): 
A. DUFOURNI, D. DE CLERCQ, L. VERA, B. BROUX, L. LEFERE, L. BOSSELER, H. VERSNAEYEN, G. VAN LOON
Samenvatting: 
Een vierentwintig jaar oude merrie die zeven jaar geleden onderzocht werd voor een mitralisklepregurgitatieen milde, linkszijdige cardiomegalie, werd aangeboden voor tachycardie, uitgesprokenzweten en spiertremor. Het bloedonderzoek toonde een verhoogde hematocriet, metabole acidose, hypocalcemie,hyperglycemie en een verhoogde cardiaal troponine I-concentratie aan. Elektrocardiografietoonde talrijke ventriculaire premature contracties en monomorfe ventriculaire tachycardie diegevolgd werd door polymorfe ventriculaire tachycardie met R-op-T fenomeen. Ondanks onmiddellijkebehandeling met hypertoon en calciuminfuus verslechterde de klinische situatie progressief binnen devijfenveertig minuten na aankomst. Omwille van de gereserveerde prognose werd het paard geëuthanaseerd.Pathologisch onderzoek toonde een bijniermergtumor (feochromocytoom) van de linkerbijnieraan. Alhoewel dit paard reeds zeven en één jaar vóór het begin van de klinische tekenen vanfeochromocytoom onderzocht werd, konden op die momenten geen indicaties voor een neoplastischproces of klinische tekenen van een feochromocytoom worden waargenomen. Een vroege diagnosevan bijniermergtumoren kan gebaseerd zijn op catecholamine gemedieerde cardiovasculaire effecten,bloedonderzoek, bloeddrukmeting, rectaal onderzoek en rectale echografie van de bijnier. Aan de handvan een retrospectieve analyse van echocardiografische beelden en metingen konden in het voorliggendegeval geen predisponerende factoren gevonden worden. In dit artikel wordt het belang van hetoverwegen van een feochromocytoom in de differentiaaldiagnose benadrukt, voornamelijk bij ouderepaarden met polymorfe ventriculaire tachycardie, zweten, spiertremoren en acute kolieksymptomen.
Volledige tekst: 
pp 241-249

2017 - 86 (4)

Titel: 
Reconstructie van de schedel van een hond met een titanium mesh na het verwijderen van een multilobulair osteochondrosarcoom
Auteur(s): 
A. DIERCKX DE CASTERLÉ, B. VAN GOETHEM, A. KITSHOFF, S.F.M. BHATTI, I. GIELEN, T. BOSMANS, H. DE COCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een elf jaar oude cavalier-king-charles-spaniël werd aangeboden met een grote massa centraal ophet schedeldak. Met behulp van computertomografie werd de intracraniale uitgebreidheid van het letselvastgesteld. Bioptname en histologisch onderzoek leidden tot de diagnose van een graad-1 multilobulairosteochondrosarcoom. Vermits dit een biologisch matig agressieve tumor is die traag groeit, denabijgelegen weefsels wegdrukt in plaats van te invaderen en deze laaggradige tumor slechts bij 30%van de patiënten metastaseert, werd besloten tot chirurgische resectie. Een ruime partiële craniëctomiewerd uitgevoerd, waarna het defect in het schedelbot werd gereconstrueerd met een specifiek daartoebestemde titanium mesh. Het huiddefect werd gesloten met een lokale huidflap. De marges werdenhistologisch beoordeeld en waren vrij van tumorcellen. Volledige chirurgische resectie van deze tumorkan resulteren in een lange overlevingstijd. De beschreven hond was ruim zeventien maanden na deoperatie nog steeds in leven, zonder aanwijzingen voor een lokaal recidief of metastasering.
Volledige tekst: 
pp 232-240
Casuïstiek(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Fysiologische effecten van verschillende soorten arbeid op de spierontwikkeling van het paard
Auteur(s): 
R. VERMEULEN, C. DE MEEÛS, L. PLANCKE, B. BOSHUIZEN, M. DE BRUIJN, C. DELESALLE
Samenvatting: 
Het is algemeen bekend dat training leidt tot chemische, metabole en structurele veranderingen inspieren. De invloed van het type van training op deze veranderingen werd echter nog onvoldoendebestudeerd in paarden vanwege een gebrek aan gestandaardiseerde onderzoeksmethoden. In dit overzichtsartikelwordt het effect van drie soorten training op de spierevolutie en metabole veranderingenonderzocht. De vereisten voor powertraining verschillen van die voor (langdurige) inspanning van lageintensiteit. Elk type training leidt tot een specifieke shift van spiervezeltypes, enzymconcentraties en(an)aerobe capaciteit. Deze fysiologische adaptaties als gevolg van training faciliteren het uitvoerenvan de specifieke inspanningen en verhogen zo de prestatie. Het kennen van deze adaptaties per typetraining kan helpen om de training en het management van sportpaarden te optimaliseren in functievan hun discipline.
Volledige tekst: 
pp 224-231
Overzichtsartikel(en)

2017 - 86 (4)

Titel: 
Mogelijke welzijnsproblemen bij de Siamese kempvis (Betta splendens) in sierviswinkels en bij de hobbyist
Auteur(s): 
C.C.F. PLEEGING, C.P.H. MOONS
Samenvatting: 
Betta splendens is een zeer populaire siervissoort in de aquaristiek. Ze heeft een interessant diersoortspecifiekgedrag, vooral wat het territoriale gedrag en de agressie van mannelijke dieren betreft.De schaarse wetenschappelijke informatie over de huisvesting in combinatie met de grote verscheidenheidaan huisvestingsmogelijkheden doet vragen rijzen over het welzijn van deze dieren in gevangenschap.In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de voor handen zijnde wetenschappelijke literatuurbetreffende de biologie en de gebruiken in de aquaristiek, met als doel omgevings- en diergerelateerdefactoren in kaart te brengen die mogelijk een impact hebben op het welzijn van Betta splendens.Hoewel meer onderzoek nodig is, waarin gebruik gemaakt wordt van biologische en fysiologischeindicatoren, kunnen enkele mogelijke welzijnsproblemen aangeduid worden: te kleine aquariumafmetingen,prevalentie van Mycobacterium spp., agressie van en naar soortgenoten of andere vissoorten inhet aquarium en de beperkte mogelijkheid om eraan te ontsnappen, mogelijke stress door visueel contacttussen mannelijke individuen in winkels en tijdens shows en het gebrek aan omgevingsverrijkingdie een schuilplaats vormt voor deze vissoort.
Volledige tekst: 
pp 213-223
Overzichtsartikel(en)

2017 - 86(4)

Titel: 
Microplastics: minuscule partikels met grote gevolgen?
Auteur(s): 
S. KNOLL, A. DECOSTERE, A.M. DECLERCQ
Samenvatting: 
Sinds het begin van de massaproductie van plastics vormt de contaminatie van het marienemilieu met deze persisterende synthetische stoffen een alsmaar groter probleem. De laatstedecennia wordt aangenomen dat microplastics hierbij een grote rol spelen. Deze kleine plasticpartikels (< 5mm) komen voor in het mariene milieu en kennen diverse bronnen, waaronderfragmentatie van macroplastics en de afvoer van primaire microplasticscrubs via afvalwater.Recent onderzoek heeft uitgewezen dat microplastics door talrijke mariene organismen opgenomenworden. Dit zou kunnen leiden tot gezondheidsproblemen, onder meer door mechanische schadeen door cellulaire toxiciteit. Hiernaast wordt de microplasticproblematiek gecompliceerd doorde contaminatie van deze partikels met toxische chemicaliën. Bovendien zouden microplastics enmicroplastic-gebonden contaminanten kunnen accumuleren in de voedselketen en uiteindelijkbij de mens terechtkomen. Ondanks het toenemend aantal publicaties omtrent microplastics zijner nog veel onbeantwoorde vragen. In dit artikel wordt de actuele kennis besproken aangaandemicroplastics in het mariene milieu.
Volledige tekst: 
pp 203-212
Overzichtsartikel(en)