2016 - 85 (4)

Volume 85 (2016), nr. 4

85 (4) pg 249

Volledige tekst: 
pp 249-252
Vraag en antwoord

85 (4) pg 237

Titel: 
‘Le jumart’: mythe of mysterie in de dierlijke reproductie?
Auteur(s): 
P.E.J. BOLS, H.F.M. DE PORTE
Samenvatting: 
Ooit was er een tijd waarin de wetenschap zich nog moest ‘ontpoppen’. Een tijdperk waarin demens bestaande kennis extrapoleerde tot een niveau dat vaak de werkelijkheid oversteeg. Geloof hetof niet, maar deze periode ligt niet zo ver achter ons. Voordat dieren in lactatie kunnen komen, moetenze zich voortplanten. En de voortplanting van dieren heeft de fantasie van de mens altijd al geprikkeld.Uit deze fantasie ontstond een zeer interessante mythe – of is het een mysterie?: het bestaan van eenkruising tussen een paard en een rund, ‘le jumart’.Naast de alom bekende kruising tussen een paard en een ezel beschreef de Franse ‘capitaine desharas’, François Alexandre de Garsault (1692-1778), in zijn wijdverspreide en bekende ‘Nouveau ParfaitMaréchal’, dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1741, de kruising tussen een paard en een rund.Uit verder onderzoek blijkt dat hij niet de enige was die geloofde in het bestaan van een dergelijke hybride soort. Andere gerespecteerde ‘moderne’ wetenschappers hebben zelfs volledige hoofdstukken in hun handboeken aan deze diersoort gewijd, zoals de Franse naturalist en arts, Jean-Pierre Buchoz (1731-1807), in zijn ‘Traité Economique et Physique de Gros Menu Bétail’ (1778). Ook de opiniemakers Charles Bonnet (1720-93) en Lazzarro Spallanzani (1729-99) waren ervan overtuigd dat deze dieren de weiden begraasden in het Frankrijk van de 18e eeuw. Zelfs de oprichter van de eerste ‘Ecole Vétérinaire’ ter wereld, Claude Bourgelat (1712-1779), getuigde in een brief aan Bonnet dat hij een nakomeling van een hengst en een koe met zijn eigen ogen had mogen aanschouwen. Gelukkig kon het debat ook rekenen op belangrijke tegenstanders, met Albrecht von Haller als een van de belangrijkste voortrekkers. Von Haller publiceerde in de ‘Supplément à l’Encyclopédie ou Dictionnaire Raisonné des Sciences, des Arts et Métiers’ (1777) een bijdrage waarin hij het bestaan van de jumart als een fabel afdeed.Pas een eeuw later publiceerde André Suchetet (1849-1910) een ‘Extrait des Mémoires de la Société Zoologique de France’ met als titel ‘La Fable des Jumarts’ (1889). Deze 19de-eeuwse politicus, die als lid van meerdere wetenschappelijke verenigingen een grote interesse toonde in hybridisatie, aanvaardde de uitdaging om de wetenschappelijke wereld naar een algemene conclusie over dit enigma te leiden.In deze paper worden in chronologische volgorde de opkomst en val beschreven van een van de meest fascinerende ‘fabula’ in de voortplantingsgeneeskunde en een antwoord geformuleerd waarom de opkomende moderne wetenschap er tweehonderd jaar heeft over gedaan om te bepalen of dit een mythe dan wel een mysterie was.
Volledige tekst: 
pp 237-248
Uit het verleden

85 (4) pg 225

Titel: 
Tandheelkunde bij het paard in de 21e eeuw – Deel 2: Onderzoek van de paardenmond en diagnostische hulpmiddelen voor detectie van gebitspathologie
Auteur(s): 
E. POLLARIS, E. VAN DER VEKENS, I. GIELEN, C.P. CRIJNS, L. VLAMINCK
Samenvatting: 
In deel één van deze tweeluik over tandheelkunde bij het paard dat in nummer 4 van dittijdschrift in 2015 is verschenen, werden de verschillende afwijkingen van het paardengebittoegelicht. In dit tweede deel wordt gefocust op de diagnostiek van gebitspathologie. Centraalhierin staat de uitvoering van een correct mondonderzoek in combinatie met het gebruikvan een juiste terminologie/nomenclatuur om de aangetroffen pathologie te noteren op eengebitsfiche. Diagnostische, beeldvormende technieken, zoals dentale endoscopie, radiografie,computertomografie, scintigrafie en MRI leveren complementaire informatie die toelaat hetprobleem beter te situeren en prognostische en therapeutische conclusies te trekken.
Volledige tekst: 
pp 225-236
Permanente vorming

85 (4) pg 221

Titel: 
Prevalentie van respiratoire pathogenen in neusswabs van paarden met acute ademhalingsstoornissen in België
Auteur(s): 
B. BROUX, A. GRYSPEERDT, H. AMORY, T. FRIPPIAT, B. PARDON, F. GASTHUYS, L. LEGRAND, P. DEPREZ
Samenvatting: 
Infectieuze aandoeningen zijn een belangrijke oorzaak van ademhalingsproblemen bij paarden.Ze kunnen aanleiding geven tot een verstoorde longfunctie, verminderde prestaties en soms ernstigeklinische ziekte. Hoewel meestal bacteriële infecties vermoed worden, zijn virussen een onderschatteoorzaak van besmettelijke ademhalingsinfecties bij paarden. In deze studie werden neusswabs genomenbij 103 paarden met symptomen van acute ademhalingsinfectie en gescreend op de aanwezigheid van13 verschillende equine ademhalingspathogenen. Gammaherpesvirussen waren, met 60% positievestalen, de meest gedetecteerde pathogenen, gevolgd door streptococcus equi subsp. zooepidemicusinfecties (30%). Rhinovirus B, streptococcus equi subsp. equi, adenovirus 1 en EHV-4 werden minderfrequent gevonden. Verder onderzoek is nodig om het belang van gammaherpesvirussen bij het paardcorrect te interpreteren. Nationale surveillance van ademhalingsvirussen bij paarden door middel vanPCR-analyse op neusswabs zou een nuttig waarschuwingssysteem voor dreigende virale epidemieënkunnen zijn.
Volledige tekst: 
pp 221-224
Kort

85 (4) pg 215

Titel: 
Flexorenthesopathie bij een Italiaanse cane corso: diagnostische bevindingen en resultaat na behandeling
Auteur(s): 
L. STAMMELEER, E. DE BAKKER, E. STOCK, V. DEHUISSER, I. GIELEN, B. VAN RYSSEN
Samenvatting: 
Flexorenthesopathie is een elleboogaandoening die voornamelijk bij volwassen hondenmankheid veroorzaakt. In deze casus wordt de evolutie van primaire flexorenthesopathie oplange termijn besproken bij een Italiaanse cane corso. Deze hond werd op 1,5 jarige leeftijdgediagnosticeerd met bilaterale primaire flexorenthesopathie. De diagnose werd gesteld op basisvan verschillende beeldvormingstechnieken, i.e. radiografie, computertomografie en artroscopie.De behandeling bestond uit het herhaaldelijk injecteren van het gewricht met methylprednisoloneacetaaten had telkens een tijdelijk effect van enkele maanden en leidde uiteindelijk tot eenacceptabele mobiliteit. Radiografisch was er na vier jaar een duidelijke toename in grootte vande calcificatie en een toename van artrose in het gewricht.
Volledige tekst: 
pp 215-220
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 206

Titel: 
Behandeling van een chronische huidwonde bij een hond via negatieve druktherapie
Auteur(s): 
S. LIPPENS, A. FURCAS, M. OR, B. VAN GOETHEM, I. POLIS, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vier jaar en acht maanden oude whippet werd aangeboden met een chronische huidwonde ter hoogte van het mediale aspect van de rechterelleboog. Wegens de chroniciteit van de wonde werd het wondbed eerst zorgvuldig gedebrideerd en nadien behandeld met negatieve druktherapie. Deze relatief nieuwe techniek in de diergeneeskunde biedt allerlei voordelen die het genezingsproces van een chronische wonde ten goede komen. In de huidige casus leidde de negatieve druktherapie in eerste instantie tot de snelle ontwikkeling van een mooi granulatiebed. Om een optimaal eindresultaat te bekomen werd daaropvolgend gebruik gemaakt van een autologe huidtransplantatie (“full-thickness mesh graft”), die eveneens onder negatieve druktherapie werd geplaatst. Dit zorgde, ondanks de lastige lokalisatie van de wonde, voor een snelle aanhechting en optimale overleving van de huidgreffe. Na amper vier weken was de wonde nagenoeg volledig geheeld, terwijl ze eerder, ondanks allerlei behandelingen, gedurende meer dan twee maanden geen genezing vertoonde.
Volledige tekst: 
pp 206-2015
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 197

Titel: 
Feminisatie en ernstige pancytopenie veroorzaakt door testiculaire neoplasie bij een cryptorche hond
Auteur(s): 
D. PAEPE, L. HEBBELINCK, A. KITSHOFF, S. VANDENABEELE
Samenvatting: 
In deze casuïstiek wordt een paraneoplastisch syndroom beschreven veroorzaakt door een testistumorbij een tien jaar oude, cryptorche hond. Feminisatie en pancytopenie werden gezien als gevolg vande productie van oestrogenen door het testiculaire neoplastisch proces. De diagnose van testistumoren geassocieerde beenmergsuppressie werd gesteld door middel van echografie en bloedonderzoek,waarbij de oestrogeenbloedspiegel sterk gestegen was. Urineonderzoek toonde een urineweginfectieaan. De hond werd gecastreerd, kreeg een bloedtransfusie en werd behandeld met antibiotica. Na eeninitiële verbetering stierf de hond onverwacht, ongeveer drie weken na het stellen van de diagnose.In deze casus wordt benadrukt dat tekenen van feminisatie tijdig opgemerkt dienen te worden bij intacte,mannelijke honden en dit om erge, mogelijk irreversibele, hematologische gevolgen door beenmergsuppressiete vermijden. Electieve castratie van beide testes is sterk aangeraden bij dieren metcryptorchidie omdat neoplastische transformatie van de niet-afgedaalde testis kan optreden, mogelijkmet een fatale uitkomst.
Volledige tekst: 
pp 197-205
Casuïstiek(en)

85 (4) pg 185

Titel: 
Frequentieschatting van ziekteveroorzakende mutaties in de Belgische populatie van enkele hondenrassen - Deel 2: retrievers en andere rastypes
Auteur(s): 
E. BECKERS, M. VAN POUCKE, L. RONSYN, L. PEELMAN
Samenvatting: 
De Belgische populatie van tien hondenrassen (de bichonfrisé, sint-hubertushond, Vlaamse koehond,boxer, cavalier-kingcharlesspaniël, Ierse setter, het vlinderhondje, de rottweiler, golden retrieveren labrador-retriever), waarvan de genetische diversiteit in België laag tot middelmatig laag is of dierelatief populair zijn, werd gegenotypeerd voor ziekteveroorzakende mutaties die potentieel relevantzijn voor deze rassen. Op deze manier werd de frequentie van 26 mutaties geschat om zo gerichterfokadvies te kunnen geven. Aandoeningen waarvan de frequentie hoog genoeg ligt om routine-genotyperingaan te raden in fokprogramma’s zijn (1) degeneratieve myelopathie voor de sint-hubertushond,(2) “arrhythmogenic right ventricular cardiomyopathy” en degeneratieve myelopathie voor boxers, (3)“episodic falling syndrome” en macrothrombocytopenie voor de cavalier-kingcharlesspaniël (4) progressieveretina-atrofie “rod-cone” dysplasie 4 voor de Ierse setter, (5) golden retriever progressieveretina-atrofie 1 voor de golden retriever en (6) “exercise induced collapse” en progressieve “rod-cone”degeneratie voor de labrador-retriever. De aanwezigheid van de oorzakelijke mutatie voor een kortestaart bij de Vlaamse koehond wordt hier volgens de auteurs voor het eerst beschreven.
Volledige tekst: 
pp 185-196
Thema

85 (4) pg 175

Titel: 
Frequentieschatting van ziekteveroorzakende mutaties in de Belgische populatie van enkele hondenrassen - Deel 1: herders
Auteur(s): 
E. BECKERS, M. VAN POUCKE, L. RONSYN, L. PEELMAN
Samenvatting: 
In light of improving breeding advice, the frequency was estimated for all the disease-causingmutations that were known at the start of the study and that are potentially relevant for a groupof dog breeds, which are relatively popular or in which the genetic diversity in Belgium is lowto moderately low. In this study, the results for the German shepherd dog, Malinois, Lakenois,Groenendael, Tervuren, Australian shepherd and Border collie are presented. Disorders with afrequency high enough to warrant routine genotyping for breeding programs are (1) multidrugresistance 1 and hereditary cataract for the Australian shepherd, (2) degenerative myelopathyfor the German shepherd dog, Malinois and Groenendael and (3) collie eye anomaly for theBorder collie. In addition, the hyperuricosuria mutation described in the German shepherd dogwas not found in its Belgian population, but was, to the authors’ knowledge discovered for thefirst time in the Malinois.
Volledige tekst: 
pp 175-184
Thema