2016 - 85 (2)

Volume 85 (2016), nr. 2

85 (2) pg 110

Volledige tekst: 
pp 110-112
Vraag en antwoord

85 (2) pg 106

Titel: 
Museumcollectie diergeneeskundig verleden Merelbeke: een overzicht 1994 - 2014
Auteur(s): 
L. DEVRIESE
Samenvatting: 
Sinds ongeveer twintig jaar groeit in de faculteit een verzameling die een stukje herinneringwil levendig houden aan wat zieke dieren vroeger te wachten stond. Meer in het bijzonder wordtgepoogd de rol daarin van de dierenarts-practicus te illustreren. Dit gebeurt aan de hand vaninstrumenten, foto’s, handboeken, allerhande documentatie op papier (‘Vliegende Bladen’) eneen digitaal archief. De collectie vormt de basis van teksten in de rubriek ‘Uit het verleden’ indit tijdschrift, van medewerking aan tentoonstellingen en van kleine thematische presentaties‘Veterinair Verleden in de Vitrine’, tijdelijk opgesteld in voor bezoekers en studenten vrij toegankelijkeruimten op de campus in Merelbeke. Een kort overzicht wordt gegeven van deze ‘MuseumcollectieDiergeneeskundig Verleden Merelbeke’ (MDVM), die samengesteld en bewaardwordt in het decanaat van de Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent.
Volledige tekst: 
pp 106-109
Uit het verleden

85 (2) pg 100

Titel: 
Mediale patellaluxatie bij de hond
Auteur(s): 
G. VERHOEVEN, M. DALLAGO
Samenvatting: 
Mediale patellaluxatie is een veel voorkomende aandoening bij de hond. Het komt hetvaakst voor bij kleine honden maar grote hondenrassen kunnen zeker ook aangetast zijn. Demeest voorkomende oorzaak van patellaluxatie is van congenitale oorsprong. Een traumatischeoorzaak is zeldzaam. De origine van deze aandoening ligt in een verplaatsing van de krachtenvan het quadricepsmechanisme die tot misvorming van de femur, tibia en patella kan leiden.Therapeutische en chirurgische opties voor mediale patellaluxatie zijn reeds veelvuldig beschreven.In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van de verschillende behandelingsopties en hunmogelijke complicaties.
Volledige tekst: 
pp 100-105
Permanente vorming

85 (2) pg 94

Titel: 
Orale ivermectine-intoxicatie op een vleeskalverbedrijf
Auteur(s): 
H. VERMEULEN, B. PARDON, S.CROUBELS, J. VERCRUYSSE, P. DEPREZ
Samenvatting: 
In deze casus wordt een vermoedelijk kwaadwillige, orale ivermectine-intoxicatie op eenVlaams vleeskalverbedrijf besproken. Alle 330 kalveren van twee tot vier weken oud werden inde eerste week na aankomst op het bedrijf getroffen. De symptomen waren ernstige depressie,het neerliggen in laterale of sternale positie, tremor en kopschudden. Uiteindelijk stierf 13,6%van de kalveren. De overige dieren herstelden gradueel met ondersteunende orale rehydratatietherapieover een termijn van vijf tot zeven dagen. In de kunstmelk kon een ivermectinegehaltevan 35 mg/kg aangetoond worden. In het serum van drie kalveren werden ivermectinegehaltesvan 0,75 mg/kg tot 1,1 mg/kg gevonden. De vermoedelijk toegediende dosering was 1,75 mg/kglichaamsgewicht voor een gemiddeld kalf (40 kg). In deze casus wordt aangetoond dat orale toxiciteitsverschijnselenvan ivermectine bij kalveren van twee tot vier weken oud kunnen optredenaan een dosis die 8,75 keer hoger is dan de geregistreerde therapeutische dosis voor subcutanetoediening bij rundvee.
Volledige tekst: 
pp 094-099
Casuïstiek(en)

85 (2) pg 87

Titel: 
Mandibulair samengesteld odontoom bij een jonge bordercollie
Auteur(s): 
F. BOERJAN, L. VERHAERT, H. DE COCK, H. DE ROOSTER
Samenvatting: 
Een vrouwelijke bordercollie van vier maanden oud werd aangeboden met een harde zwellingter hoogte van de linkeronderkaaktak. De belangrijkste differentiaaldiagnose voor dit typeletsel bij een jonge hond omvat een dentigene cyste, een papillair squameus celcarcinoom of eenodontoom. Om tot een diagnose te komen werden intra-orale radiografische opnamen gemaakten werd er een biopt genomen. Histopathologisch onderzoek wees uit dat het een samengesteldodontoom (“compound odontoma”) betrof en de hond werd hiervoor chirurgisch behandeld. Depostoperatieve heling verliep vlot en er werden geen tekenen van recidief waargenomen bij deradiografische controle drie maanden later.
Volledige tekst: 
pp 087-093
Casuïstiek(en)

85 (2) pg 78

Titel: 
Radiografisch en echografisch onderzoek van de slokdarm bij het paard
Auteur(s): 
K. PALMERS, E. VAN DER VEKENS, E. PAULUSSEN, MT. PICAVET, B. PARDON, G. VAN LOON
Samenvatting: 
In deze studie worden de radiografische en echografische bevindingen van de slokdarm bij tien gezondepaarden beschreven. Bij contrastradiografie varieerde de vorm van de slokdarm over de lengteaster hoogte van de borstingang tussen de paarden. Twee van de tien paarden vertoonden stase van contrastter hoogte van de borstingang gedurende meerdere minuten na de toediening van een groot volumecontrast met een slokdarmsonde. Op echografie was de wanddikte van de niet-uitgezette slokdarm2.6 ± 0.3 mm met significante verschillen naar gelang de metingsplaats. Het dilateren van de slokdarmmet een sonde, een bolus water of krachtvoer, resulteerde in een dunnere wanddikte en vergemakkelijktede meting met minder variatie. Na het opgieten van een bolus water was er stase te zien ter hoogtevan de borstingang bij vijf van de tien paarden. Het echografisch beoordelen van de slokdarmmotiliteitter hoogte van de borstingang leek het betrouwbaarst door de passage van een krachtvoerbolus teevalueren. Stase ter hoogte van de borstingang veroorzaakt door het opgieten van een bolus vloeistofis niet abnormaal en de peristaltische golf volgend op een slikbeweging heeft een positieve invloed opde transittijd van een bolus.
Volledige tekst: 
pp 078-086
Origine(e)l(e) artikel(en)

85 (2) pg 71

Titel: 
Gezondheidsrisico’s geassocieerd met het gebruik van een drinkautomaat bij kalveren
Auteur(s): 
K. JANSSENS, P. DEPREZ, B. VALGAEREN, L. VAN DRIESSCHE, L. GILLE, F. BOYEN, B. PARDON
Samenvatting: 
Drinkautomaten voor kalveren worden steeds frequenter gebruikt in Vlaanderen, met als hoofddoelarbeidsbesparing. In dit overzichtsartikel wordt een samenvatting gegeven van de huidige kennis omtrentde technische aspecten van de drinkautomaat, de economische voordelen en de gezondheidsrisico’svoor kalveren gehuisvest bij deze automaten. Er is geen overtuigend bewijs dat het gebruik vandrinkautomaten in kleinere bedrijven economisch rendabel is. Hoewel er weinig wetenschappelijkeliteratuur beschikbaar is over de gezondheidsrisico’s die geassocieerd zijn met drinkautomaten, zijn erduidelijke aanwijzingen dat grote groepen kalveren gehuisvest bij een drinkautomaat een hoger risicoop pneumonie (“bovine respiratory disease” (BRD)) hebben. Of de automaat zelf een risicofactor isvoor BRD of dat het eerder komt door de blootstelling van de kalveren aan reeds bekende BRDrisicofactoren(i.e. grote groepen, op jonge leeftijd in groep gehuisvest worden, het niet toepassenvan het all-in/all-out-systeem, in het geval een drinkautomaatsysteem toegepast wordt), is echteronduidelijk. Naast BRD wordt er in de praktijk melding gemaakt van diarree en tongulcera, maar er isgeen bewijs beschikbaar over de link met het gebruik van drinkautomaten. Om problemen op bedrijvenmet een drinkautomaat te beperken, zijn een groepsgrootte van maximum tien kalveren per drinkstation,het toepassen van een all-in/ all-out-systeem per groep en een minimumleeftijd van drie weken alvorensde kalveren bij de automaat te huisvesten de belangrijkste aandachtspunten.
Volledige tekst: 
pp 071-077
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 63

Titel: 
Voedselallergie: een kwelling voor mens en dier
Auteur(s): 
S. JANSSENS, S. DUPONT, M. HESTA
Samenvatting: 
Voedselallergie is een veel voorkomend probleem, zowel bij huisdieren als bij de mens. Zowordt in de diergeneeskunde vaak voedselallergie vastgesteld bij de hond. Verschillende allergenen,zoals vlees, eieren en melk, worden aangeduid als boosdoener bij de hond en soms wordt erkruisreactiviteit gezien tussen verschillende allergenen. Bij de mens zijn vooral pinda’s, noten enkoemelk bekend als veelvoorkomende antigenen. De symptomen variëren zowel bij de hond alsbij de mens van huidklachten tot gastro-intestinale symptomen.De diagnosestelling van voedselallergie bij de hond gebeurt het beste door middel van eentestdieet, bestaande uit twee fasen: de eliminatie- en provocatiefase. Andere testen, zoals de intradermalehuidtest, serologie, de basofieldegranulatietest en gastroscopische voedselovergevoeligheidstestzijn ook beschikbaar. Echter, deze testen geven vaak weinig betrouwbare resultaten.De behandeling van voedselallergie berust in de eerste plaats op de eliminatie van het allergeenin de voeding. Dit kan eventueel worden aangevuld met medicatie, zoals corticosteroïden enantihistaminica.
Volledige tekst: 
pp 063-070
Overzichtsartikel(en)

85 (2) pg 55

Titel: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen bij vogels: farmacokinetiek, farmacodynamiek en toxiciteit
Auteur(s): 
T. GOESSENS, G. ANTONISSEN, S. CROUBELS, P. DE BACKER, M. DEVREESE
Samenvatting: 
Niet-steroïdale, anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) verhinderen de omzettingvan arachidonzuur naar prostanoïden door inhibitie van cyclo-oxygenase iso-enzymen. Bijmens en dier worden NSAID’s voornamelijk gebruikt als pijnstillend en ontstekingsremmendgeneesmiddel bij aandoeningen van de gewrichten, het skelet en de spieren, bij abdominalepijn en in mindere mate bij postoperatieve pijn. De farmacokinetiek, farmacodynamieken toxiciteit van NSAID’s zijn sterk verschillend per geneesmiddel, per diersoort en pervogelsoort, bijvoorbeeld zangvogels, papegaaien, roofvogels, watervogels, hoendervogels enduiven. Speciesspecifieke verschillen in de farmacokinetische processen (absorptie, distributie,biotransformatie en excretie) bemoeilijken de extrapolatie van gegevens tussen de verschillendevogelsoorten. Uit farmacodynamische studies blijken effectieve doseringen bij de behandelingvan onder meer artritis eveneens speciesafhankelijk te zijn, wat opnieuw het belang weergeeftvan farmacodynamische studies van de doeldiersoort. De meeste neveneffecten van NSAID’s bijvogels zijn geassocieerd met nefrotoxiciteit, spiernecrose en gastro-intestinale toxiciteit. Het isdan ook belangrijk om met deze farmacologische en toxicologische eigenschappen rekening tehouden bij het gebruik van NSAID’s bij vogels.
Volledige tekst: 
pp 055-062
Overzichtsartikel(en)