Continuing professional development

English

85 (1) pg 41

Title: 
Gastro-intestinale Clostridium perfringens-infecties: een blijvend gevaar in de Belgische rundveehouderij
Author(s): 
B. VALGAEREN, E. GOOSSENS, S. VERHERSTRAETEN, L. GILLE, L. VAN DRIESSCHE, F. VAN IMMERSEEL, R. DUCATELLE, P. DEPREZ, B. PARDON
Abstract: 
De intensivering van de moderne landbouw wordt geassocieerd met een toename van Clostridiumperfringens-gerelateerde, gastro-intestinale problemen bij intensief gevoede runderen,zoals “hemorrhagic bowel disease” bij hoogproductief melkvee en enterotoxemie bij kalveren.Waar de pathogenese van hemorrhagic bowel disease nog grotendeels ongekend is, werdener de laatste jaren nieuwe inzichten in de pathogenese van enterotoxemie bekomen die eenbelangrijke repercussie op de aanpak van deze ziekte onder praktijkomstandigheden hebben.Ook andere clostridiumgeassocieerde maagdarminfecties, zoals “overeating disease” enneonatale clostridiose, worden regelmatig gediagnosticeerd. Overvoedering met structuurarme,eiwitrijke voeders is een overkoepelende risicofactor bij zowel HBD, enterotoxemie als overeatingdisease. Een goed uitgebalanceerd dieet dat zo stabiel mogelijk gehouden wordt, is dan ook hetbelangrijkste aandachtspunt op bedrijven die problemen hebben met clostridiose. Daarnaastdient bij jonge kalveren voldoende aandacht gegeven te worden aan een correcte en hygiënischebiestverstrekking om problemen met neonatale clostridiose te vermijden.
Full text: 
pp 41-49
Continuing professional development

84(6) pg 343

Title: 
Medicamenteuze contraceptie bij de kat is nodig
Author(s): 
F. SNOECK, E. WYDOOGHE, A.VAN SOOM
Full text: 
pp 343-347
Continuing professional development

84(5) pg 281

Title: 
Aviair bornavirus en kliermaagdilatatiesyndroom bij psittaciformen
Author(s): 
T. HELLEBUYCK, A. VAN CAELENBERG, G. ANTONISSEN, R. HAESENDONCK, A. MARTEL
Abstract: 
Aviair bornavirus (ABV) is het primaire etiologische agens dat het kliermaagdilatatiesyndroom(KDS) veroorzaakt bij psittaciformen. In tegenstelling tot wat oorspronkelijk over KDSverondersteld werd, blijkt ABV-infectie algemeen voor te komen bij psittaciformen en niet steedsaanleiding te geven tot klinische ziekte. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidigekennis van ABV. De diagnose, behandeling en het onder controle houden van KDS bij psittaciformenworden beschreven. Het stellen van een ante-mortemdiagnose van ABV als oorzaak vanKDS vormt een uitdaging. Voornamelijk het correleren van de ABV-status aan het waargenomenklinische beeld is niet steeds vanzelfsprekend. De nood aan betere diagnostische methoden meteen hoge sensitiviteit en specificiteit om ABV-infectie te detecteren, dringt zich dan ook op.
Full text: 
pp 281-289
Continuing professional development

84 (4) pg 223-231

Title: 
Equine dentistry in the 21st century - Part 1. Dental pathology in the horse
Author(s): 
E. POLLARIS, L. VLAMINCK
Abstract: 
ABSTRACTHorse owners and veterinary surgeons have become aware of the necessity of performing regulardental check-ups in the horse. This has led to the understanding that the prevalence of dental pathologycan be very high. In the last decade, equine dentistry has undergone an enormous progress due toadvances in scientific knowledge, diagnosis and options of treatment. This first article in a series ofpapers on modern equine dentistry starts from the normal anatomy of the equine dentition to describethe diverse clinical aspects of dental abnormalities.
Full text: 
pp 223-231
Continuing professional development

84(3) pg 158-161

Title: 
Oropharyngeal stick injury in the dog
Author(s): 
N. DEVRIENDT, B. VAN GOETHEM, A. KITSHOFF, A. FURCAS, E. VAN DER VEKENS, H. DE ROOSTER
Abstract: 
An oropharyngeal penetrating wound can occur in dogs playing with sticks. Acute symptoms includepain, blood in the saliva, dysphagia and even respiratory complaints. Surgical exploration of thecervical region to lavage the sinus tract and to remove foreign material (wood fragments, grass, sand)is imperative. The prognosis of stick injuries is good, unless the oesophagus is perforated (mortalityrates of 15-50%). The chance of developing a chronic draining tract is 1%. When initial trauma is notrecognized or treated, chronic stick injuries (> 7 days) evolve, and abscesses and discharging drainingtracts develop. Preoperative medical imaging is helpful to detect residual foreign material. Despiteextensive surgical exploration in chronic cases, symptoms persist in nearly one-third of cases.
Full text: 
pp 162-169
Continuing professional development

84 (2) pg 110-118

Title: 
Is stamceltherapie voor orthopedische aandoeningen bij de hond reeds inzetbaar?
Author(s): 
E. DE BAKKER, M. DALLAGO, B. VAN RYSSEN, E. MEYER
Full text: 
pp 110-118
Continuing professional development

84(1) pg 48-54

Title: 
Atypical myopathy in the horse
Author(s): 
E. PAULUSSEN, B. BROUX, L. LEFÈRE, P. DEPREZ, G. VAN LOON
Abstract: 
Atypical myopathy (AM) is a frequently fatal pasture myopathy that emerges in Europe. Outbreaksare of an acute and unexpected nature and practitioners and owners should be prepared to handle thecritically ill patients of this disease. Different hypotheses concerning the etiology and pathogenesishave been described. In this review, the most important hypotheses are summarized, and treatmentplans and preventive measures are suggested. At this moment, maple seeds are thought to be thecause of AM. These seeds contain a toxin, hypoglycin A, which may lead to multiple acyl-CoAdehydrogenase deficiency (MADD). Treatment is often limited to supportive care. Since treatment isoften unsuccessful, the main emphasis is currently still on prevention.
Full text: 
pp 48-54
Continuing professional development

84(1) pg 10-17

Title: 
Bone pathology of New and Old World monkeys
Author(s): 
F. MOLENBERGHS, K. CHIERS, J. BAKKER, J. LANGERMANS, A. DECOSTERE, J. SAUNDERS, P. CORNILLIE, L. BOSSELER
Abstract: 
Primates are frequently used lab animals in biomedical research, due to their close relationship tohumans. Especially, the genus Callithrix jacchus (common marmoset) and the genus Macaca mulatta(rhesus monkey) are commonly used in scientific research. In this article, a systematic overview isgiven of the main bone pathologies of primates. Bone pathologies may occur spontaneously, but canalso be induced experimentally for research into human diseases. Knowledge about these pathologiesis not only important for the prevention and treatment of human and primate bone diseases, it alsocontributes to choosing the correct animal models. The historically most important bone pathologiesbelong to the group of metabolic disorders, among which rickets/osteomalacia and osteoporosis arethe best known. Congenital disorders, developmental pathologies, intoxications and deficiencies witheffects on the skeleton are also discussed. Finally, bone tumors are described, which do not occurfrequently, but which should not be neglected.
Full text: 
pp 10-17
Continuing professional development

83(6) pg 321-325

Title: 
Collection and freezing of equine epididymal spermatozoa
Author(s): 
K. ROELS, B. LEEMANS, C. VERVERS, J. GOVAERE, M. HOOGEWIJS, A. VAN SOOM
Abstract: 
The epididymis and vas deferens store an important number of fertile spermatozoa called theextragonadal sperm reserves. These stored spermatozoa can be collected in an ultimate attemptto preserve viable spermatozoa of a critically ill or dying stallion. Epididymides are collectedvia routine castration. After cooled transport of the testicles and epididymides, spermatozoa arecollected either by retrograde flushing or by the float-up method. Retrograde flushing usuallyresults in a much higher sperm yield and is considered the method of choice. Epididymal spermatozoacan be frozen using standard freezing protocols.
Full text: 
pp 321-325
Continuing professional development

83(5) pg 263

Title: 
Boviene sarcosporidiosis of eosinofiele myositis?
Author(s): 
L. VANGEEL, K. HOUF, P. GELDHOF, R. DUCATELLE, J. VERCRUYSSE, K. CHIERS
Abstract: 
Tijdens de post-mortemkeuring en het versnijden van een rund worden grijsgroene ovalespierletsels vaak als sarcosporidiosis bestempeld, terwijl de morfologische diagnose bovieneeosinofiele myositis is. Deze verwarring in terminologie kan niet alleen financiële implicatieshebben, maar leidt ook tot het invoeren van incorrecte gegevens in Europese databanken. Ditartikel vat de huidige kennis samen omtrent Sarcocystis en boviene eosinofiele myositis bij hetrund, als pleidooi voor een correct gebruik van de terminologie.
Full text: 
pp 263-267
Continuing professional development

Pages